Image

De Verlichting (1660-1800)

De Verlichting was een cultureel-intellectuele beweging gekoppeld aan een nieuwe manier van leven. Woorden als ‘Verlichting’ en ‘verlichten’ duiden op een proces.

De Verlichting (1660-1800)

Verlichte achttiende-eeuwers dachten in termen van beweging en vooruitgang. Zij geloofden in een maakbare wereld. Kritisch denken, wetenschappelijke onderzoek en onderlinge samenwerking werden gezien als de basis voor vrijheid, gelijkheid en geluk.

De literatuur van de Verlichting laat zich niet makkelijk onder één noemer vangen. Overkoepelend kenmerk is dat de literatuur zich richt op mens en de samenleving. Oude poëticale opvattingen worden doorbroken door schrijvers die experimenteren met nieuwe vormen. Met nieuwe genres als satirische en spectatoriale tijdschriften, briefromans, sentimentele romans, politieke tijdschriften, kinderliteratuur en proza-toneel probeert men alle lagen van de bevolking aan te spreken: ook vrouwen en kinderen. Literatuur wordt ingezet om te emanciperen - om kennis over te dragen en mensen uit alle lagen van de bevolking de kans te geven om zelf op onderzoek uit te gaan. Encyclopedieën, tijdschriften en romans spelen hierbij een belangrijke rol, net als de koffiehuizen en genootschappen waar mensen samen konden komen om nieuwe kennis op te doen. Om de veranderingen in de samenleving bij te kunnen benen vernieuwde de literatuur zich voortdurend.

De Verlichting heeft lange tijd de ‘tijd van de rede’ geheten, van kritisch en filosofisch onderzoek, die vaak botste met de leer van de kerk. Tegenwoordig zien we beter dat de Verlichting ook de eeuw van het gevoel was, van de ‘uitvinding’ van geluk, van meevoelen met de achtergestelden, van algemeen welzijn, en van geestdrift voor het bouwen aan een nieuwe toekomst. Veel van de achttiende-eeuwse literatuur was erop gericht het hart te raken. Hoogtepunt zijn wat dat betreft het burgerlijk drama en de sentimentele romans in het laatste kwart van de eeuw. Geestdrift zien we ook terug in de politieke literatuur, die een belangrijke rol speelde bij het mondig maken van de burger. Vanaf 1780 streden steeds meer mensen voor idealen als vrijheid, gelijkheid en broederschap en probeerden ze het oude politieke systeem, gebaseerd op ongelijkheid, vriendjespolitiek en corruptie, omver te werpen. Deze revoluties hadden niet kunnen ontstaan zonder de nieuwe verspreidingskanalen waarvan de achttiende eeuw dankbaar gebruik maakte om een groter publiek te voorzien van kennis en dus van onafhankelijkheid.

Handig om te weten

Personen: Baruch de Spinoza, Adriaan Koerbagh, Hadrianus Beverland, Balthasar Bekker, Isaac Newton, Bernard Nieuwentijt, Emilie du Châtelet, John Locke, Montesquieu, Prince de Ligne, Cesare Beccaria, Voltaire, David Hume, Benjamin Franklin, Schiller, Rousseau.
Gebeurtenissen: De Encyclopédie (1750-1776) van Diderot en D’Alembert Voltaire vertaalt Italiaans traktaat tegen doodstraf en marteling: Traité sur la Tolérance (1763) Declaration of Independence (1776), Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789) Installatie van de Nationale Vergadering (1796) Toussaint L'Ouverture leidt slavenopstand in Saint-Domingue: Haïtiaanse Revolutie (1791-1804)

Afbeelding: Sara Troost (naar Cornelis Troost), "Vrienden raakten in gesprek", 1769. penseel in dekverf in kleuren, h 278mm × b 353mm, collectie Rijksmuseum Amsterdam


Hoofdstukken


Schrijvers


Teksten


Onderwerpen