Reinhart, of natuur en godsdienst

Elisabeth Maria Post, 1791-1792

Nog voordat de lezer één regel gelezen heeft van deze vergeten roman weet hij door de titel Reinhart al dat de hoofdpersoon geen schurk is, maar een moreel-gevoelig type: iemand met een zuiver hart. Zulke karakteriserende namen waren er meer in de 18e-eeuwse literatuur, denk maar aan ‘Sara Burgerhart' uit de roman van Betje Wolff en Aagje Deken, zij was een sociaal-gevoelige burgeres.

Reinhart is de hoofdpersoon van een briefroman, die in brieven zijn eigen ervaringen vertelt van een uitzonderlijk spannende periode in zijn leven: van een zeereis per zeilschip van Den Helder naar Guyana (Zuid-Amerika), van zijn pioniersarbeid in dat tropisch land. En van de schokkende confrontatie met slavernij van zwarte mensen, zijn tochten door de indrukwekkende jungle, zijn ontmoeting met de oorspronkelijke bevolking, de Indianen, die toen als wilden werden gezien. Hij vertelt over de ontmoeting met de hoogstaande Nannie, met wie hij trouwt, twee kinderen krijgt en een gelukkig leven op een plantage leidt. Volgens de hoofdpersoon geldt dit ook voor hun ‘slaven’, want zij worden zo menswaardig behandeld dat ze hun onvrijheid nauwelijks voelen. Ten slotte vertellen de brieven over het sterven van Nannie, de ontreddering van Reinhart en het vertrek naar Nederland, met het aandoenlijke afscheid van Nannie’s graf, van de plantage en de slavenbevolking. 

Reinhart is een gelovig mens, hij vertrouwt op Gods leiding in zijn leven: de ‘Voorzienigheid’. In voor- en tegenspoed gelooft hij dat God het zo gewild heeft en dat hij de wederwaardigheden maar blijmoedig te accepteren heeft. Dat vertrouwen verliest hij als Nannie sterft, dagen lang worstelt Reinhart met deze tragedie. Van zijn geloof blijft alleen de hoop over, gesymboliseerd door de naam van het schip waarmee hij reist: ‘De Hoop’.


‘Black lives matter’

Zo samengevat wordt het bijzondere van deze roman nog niet genoeg duidelijk. Reinhart is een van de vroegste Nederlandse romans waarin de slavernij van Afrikanen in Amerika openhartig aan de orde wordt gesteld (literair geformuleerd: ‘gethematiseerd’ wordt). In tal van 17e- en 18e-eeuwse reisteksten, beschrijvingen van vreemde landen en verre volkeren werden slavenhandel en slavernij genoemd en soms beschreven, maar in de Reinhart worden die niet alleen gethematiseerd, maar ook geproblematiseerd. En dat maakt deze tekst uitermate actueel in onze strijd tegen het racisme en de herijking van ons koloniaal verleden. ‘Black lives matter’ geldt beslist voor de Reinhart en zijn schepper, de schrijfster Elisabeth Maria Post (1755-1812).

Waren slavenhandel en slavernij geoorloofd? Mochten vrome en vrijheidslievende christenen zoals de Nederlanders daaraan deelnemen? Neen, roept Reinhart uit, als hij het levensverhaal van een van zijn ‘slaven’, Violet, gehoord heeft. Violet werd in Afrika gekidnapt door mede-Afrikanen, aan de kust verkocht aan Europeanen en in een benauwd scheepsruim gevangen gezet. Hij maakte de angstaanjagende overtocht van Afrika naar Amerika mee en werd  daar op een veiling verkocht en van zijn broer gescheiden. Dat overkomt miljoenen vrije Afrikanen, roept Reinhart uit, en wie zijn de daders?

Dit doen Christenen, die zeggen de Godsdienst van Jezus te eren, en de rechtvaardige God verbrijzelt hen niet, door de donder van zijn almacht! O! wanneer zullen belijders van het Evangelium van de vrede eens ophouden, geweld en verwoesting in de mensenwereld te zaaien? wanneer zullen er zachtere tijden voor deze onderdrukte volken verschijnen, en zij ademscheppen van de mishandelingen, welke men hun doet lijden? O! komt gelukkige eeuwen, waarin menselijkheid en recht heersen! Verrijs, edele vrienden der mensheid, die door uwen invloed het recht der volken beschermen kunt! Zaait geluk onder mensen, en vernietigt de slavernij.

Goede-meesterschap

"Vernietig de slavernij": een scherpere veroordeling van slavernij is in de Nederlandse literatuur van de verlichting niet te vinden. Kort daarna krijgt deze abolitionist een verwaarloosde plantage en twaalf  ‘slaven’ cadeau. Reinhart moet nu een principiële beslissing nemen: hij accepteert de gift, maar begrijpt ook dat hij nu in gewetensnood komt. Hij moet enerzijds geld verdienen en hij wil anderzijds zijn hart rein houden (economie versus ethiek). Hij vindt een uitweg in het ‘goede-meesterschap’. Hij gaat zijn ‘slaven’ een menswaardig bestaan geven, zonder hen uit te buiten, te mishandelen en te straffen. Hij vergelijkt hen met vrije arbeiders in Europa, die het meestal veel slechter hebben dan zij. Hij vertrouwt erop dat ook God zijn manier van omgang met de ‘slaven’ gedoogt. Maar toch blijft deze uitweg aan zijn geweten knagen.

De auteur heeft op deze wijze scherp de gewetensstrijd van de verlichte mens aan de orde gesteld en de kleine stapjes die op het gebied van de beschaving en de humaniteit gezet konden worden – driekwart eeuw voordat de slavernij in Nederland daadwerkelijk afgeschaft zou worden. Het thematiseren van de spanning tussen een ideaal en de realiteit werd na Elisabeth Maria Post in de literatuur opnieuw door Albert Helman gedaan in zijn roman De stille plantage (1931).


Goede-wildenmotief

Reinhart is in de Nederlandse literatuur ook uniek vanwege de beschrijving van de oorspronkelijke bewoners van Guyana, de Indianen. Reinhart komt in hun nederzetting terecht om hout te kopen voor de bouw van zijn plantagewoning en andere gebouwen. Hij observeert hun leven: hun eenvoudige woningen, kleding, voeding en moraal. Die laatste acht hij heel hoog ("hier wonen nog deugden!") en hij stelt die eenvoudige, deugdzame levensstijl tot voorbeeld van de in weelde levende Europeanen. Dit zogenaamde ‘goede-wildenmotief’ vindt men vanaf de 16e eeuw vooral in de Franse en Engelse literatuur. Elisabeth Maria Post is de Nederlandse vertegenwoordiger van deze literaire trend. 


Briefroman

De presentatie van de Reinhart als een roman-in-brieven maakte het mogelijk Reinharts diepste gedachten en gevoelens te leren kennen. Hij schrijft de brieven aan een boezemvriend, Karel, die ergens in Gelderland woont en die iedere stap van Reinhart op zijn levenspad wil volgen. Het gaat om vertrouwelijke brieven waarin angst en twijfel, hoop en geluk onomwonden worden uitgesproken. In deze preutse tijd durft Reinhart zelfs toe te geven dat hij in zijn vrijgezellentijd opgewonden raakt bij het zien van een jeugdige ‘slavin’. In de geschiedenis van de Europese roman wordt de 18e-eeuwse briefroman beschouwd als het begin van de moderne roman, juist vanwege deze directheid van de innerlijke reacties op de gebeurtenissen. 
 

'Inside information'

Ten slotte kan men zich afvragen hoe een Nederlandse schrijfster zo goed op de hoogte is van de slavernij, van het plantageleven, de natuur en het landschap in een land dat ze nooit bezocht had. Een deel van de kennis putte zij uit de talrijke boeken over slavernij en koloniën, maar haar belangrijkste bron waren de brieven van haar oudere broer Hermanus Hillebertus Post (1753-1809) die net als Reinhart naar Guyana was gegaan om zijn financieel aan lager wal geraakte familie te kunnen ondersteunen. Deze broer heeft in de geschiedenis van Guyana een rol van betekenis gespeeld om het lot van de ‘slaven’ te verbeteren, door hun meer vrijheid te geven, te alfabetiseren en te bekeren tot het christendom. Van zijn graf in Demarari is een monument gemaakt.