Milieu en klimaat in de literatuur

De klimaatcrisis is waarschijnlijk de grootste uitdaging van onze tijd. Steeds meer Nederlandstalige auteurs onderzoeken in hun werk hoe we in deze toestand terecht zijn gekomen en hoe de wereld eruit zou kunnen zien als we de verdere opwarming van de aarde niet tegengaan. Nadenken over de band tussen mens en natuur doen schrijvers echter al veel langer.

‘En dan: wat is natuur nog in dit land? / Een stukje bos, ter grootte van een krant, / Een heuvel met wat villaatjes ertegen.’ Aldus J.C. Bloem (1887-1966) halverwege de twintigste eeuw in zijn gedicht ‘De Dapperstraat’. Voor Bloem hoorde natuur dus ongerept te zijn, niet door mensenhanden gemaakt. Anderhalve eeuw eerder noemde A.C.W. Staring (1767-1840) dat in zijn korte gedicht Holland echter de kern van het land:

Gods Almagt wenkte van den troon,
En schiep elk volk een land ter woon;
Hier vestte zij een grondgebied,
Dat zij ons zelven scheppen liet.

Natuurschrijver

Niet iedereen was echter overtuigd dat het menselijke ingrijpen in de natuur een goed idee was. Onder meer Guido Gezelle (1830-1899) vond dat de mens de schepping van God ongemoeid hoorde te laten. Maar dat heeft die mens dus niet gedaan. Al in de negentiende eeuw begonnen natuurliefhebbers zich zorgen te maken. Werd het landschap niet te erg aangetast door die fabrieken? En wat was het effect op vogels en insecten van al die vieze lucht die uit de schoorstenen kwam? De bekendste natuurschrijver uit deze periode is Jac. P. Thijsse (1865-1945). Generaties groeiden op met zijn beeldende beschrijvingen van vogels, bloemen en paddenstoelen.

Zorgen om de natuur gaan na de Tweede Wereldoorlog een nog grotere rol spelen in de literatuur. De stijging van de welvaart gaat immers ook samen met vervuiling en in sommige gevallen vernietiging van de natuur. Onder meer Sonja Prins (1912-2009) maakte zich daar grote zorgen over – hoe kon de aarde op deze manier een toekomst hebben? De dichter H.H. ter Balkt (1938-2015) vroeg, eigenlijk zoals Gezelle, aandacht voor natuur die zo alledaags is dat we er veelal geen aandacht aan schenken:

Grassen is het mooiste en het groenste.
De grassen in boomgaarden onder groen hout,
de grassen op boerenerven, door honden bewaakt:
‘Kom niet aan het groen van de grassen op de erven!’

Biologen

Aandacht voor natuur is er in de Nederlandstalige literatuur volop. Vooraanstaande auteurs als Leo Vroman (1915-2014), Dick Hillenius (1927-1987) en Maarten ’t Hart (1944) waren overigens naast schrijver ook bioloog. Dat zie je ook aan veel titels van boeken van ’t Hart: Stenen voor een ransuil (1971), Een vlucht regenwulpen (1978), De ortolaan (1984). De boeken van bioloog Midas Dekkers (1946) over dieren en mensen werden erg populair. Bibi Dumon Tak (1964) wilde graag dierenarts worden, maar studeerde uiteindelijk Nederlands. Haar dierenliefde bleek nadien volop in haar literaire werk voor kinderen en jongeren. Ook het lijden van dieren krijgt aandacht in de literatuur, onder meer in het werk van Jan Lauwereyns over proeven op dieren. Hij schreef de roman Monkey business (2003) vanuit het perspectief van een laboratoriumaapje.

Klimaatverandering

Sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd steeds duidelijker dat door CO2-uitstoot het klimaat aan het veranderen is. Pas de afgelopen jaren is dat in de Nederlandstalige literatuur een belangrijk onderwerp geworden. Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman en Vichy van Jan-Willem Anker (beide uit 2017) proberen die klimaatverandering te verbeelden. Hoe moeilijk het is hierover te schrijven blijkt een vaak terugkomend thema te zijn in de klimaatliteratuur. Jan Willem Anker zegt hierover in een interview:

“Het risico is dat je vervalt in dreigende clichés over een verschrikkelijke toekomst. Dat soort beelden aanleveren wil ik niet, want de ellende vindt nu al plaats. Een utopisch verhaal verzinnen is lastig, want denkbeeldige systeemveranderingen vind ik niet gauw overtuigend. Zeker als je bedenkt dat ons leven grotendeels uit alledaagse beslommeringen bestaat. Ik denk dus liever na over wat het betekent nu te leven in het Antropoceen (tijdperk waarin het klimaat en de atmosfeer gevolgen ondervinden van menselijke activiteit). In de Nederlandse literatuur gebeurt dat nauwelijks.”

Renate Dorrestein (Weerwater, 2015), Emy Koopman (Het boek van alle angsten, 2020) en Adriaan van Dis (KliFi, 2021) kiezen voor de dystopie: hun romans spelen in een angstige nabije toekomst waar zich natuurrampen hebben voltrokken. Filosoof en schrijver Eva Meijer schrijft er via een omweg over – haar romans gaan vaak over ‘niet-menselijke dieren’ en wat onze omgang met deze dieren ons vertelt over de plek die we als mens op de planeet innemen als heerser dan wel onderdeel van een kwetsbaar ecosysteem.

Klimaatdichters

Voor dichters is schrijven over natuur een tweede natuur: de ‘pastorale’ is al een oude dichtvorm die de liefde voor het platteland bezingt en die steeds een idyllisch, ongerept en vredig natuurkader oproept. In deze 21e eeuw lijkt het natuurdichten een transformatie door te maken. De natuur is niet langer een idyllische omgeving waarin de mens rust en zin kan vinden, maar een plek die door menselijk toedoen in gevaar wordt gebracht, waardoor die natuur zich steeds duidelijker tegen de mens lijkt te keren. Er is zelfs een ware beweging ontstaan onder dichters, de ‘Klimaatdichters’ een snel groeiende beweging van Vlaamse en Nederlandse woordkunstenaars. Naar het voorbeeld van ‘Poets for the Planet’ strijden zij met poëzie in al haar verschijningsvormen voor een klimaatvriendelijke wereld. Onder meer Maartje Smits en Maud Vanhauwaert maakten bij hun milieu- en klimaatgedichten een filmpje.

Klimaatdichters

Verschillende dichters verzameld onder de naam ‘Klimaatdichters’ maakten bij hun gedicht een filmpje. Zo ook Maud Vanhauwaert, die in 2018 en 2019 stadsdichter van Antwerpen was: De stoet trok voorbij

Maartje Smits - Poldernostalgie

In opdracht van tijdschrift Terras maakte Maartje Smits dit videogedicht waarin zij het Nederlandse polderlandschap onderzocht in de omgeving van Amsterdam Noord.

Het verblijf: Jan-Willem Anker leest Sonja Prins

Jan-Willem Anker is romanschrijver en dichter; zijn laatste dichtbundel is Ware aard. Sonja Prins (1912-2009) was dichteres en kluizenaar. Haar verzameld werk heet Weegschaal de aarde.

Leest spreekt: over het klimaatvonnis tegen Royal Dutch Shell

Op 26 mei 2021 om 15u28 werd Nederlands nieuws plots wereldnieuws toen de rechter in Den Haag olie- en gasbedrijf Shell verplichtte de uitstoot van broeikasgassen voor 2030 met 45% terug te brengen ten opzichte van 2019. Geert Buelens spreekt met Keetie Sluyterman. Ze schreef het laatste deel van Geschiedenis van de Koninklijke Shell.