Een huwelijk in Indië

Mina Kruseman, 1873

Mina Kruseman (1839-1922) is een bekende negentiende-eeuwse Nederlandse feministe. Zij maakte furore met haar voordrachten en publicaties waarin zij tegen ongelijke genderverhoudingen en voor de emancipatie van vrouwen streed. De negentiende-eeuwse vrouw had doorgaans weinig te zeggen over haar leven: tot haar huwelijk stond zij onder het gezag van haar vader en daarna onder dat van haar echtgenoot. Kruseman maakte zich sterk voor het normaliseren van betaalde arbeid voor vrouwen (zodat zij voor hun inkomen niet langer afhankelijk hoefden te zijn van een man) en het recht op echtscheiding (opdat vrouwen niet opgesloten konden worden in een ongelukkig huwelijk). Haar roman Een huwelijk in Indië (1873) vormt een felle aanklacht tegen de ondergeschikte maatschappelijke positie van vrouwen in het algemeen en tegen het huwelijk in het bijzonder.

‘Een droeve kreet uit het werkelijke leven’

Een huwelijk in Indië is meer dan een roman en moet volgens de opdracht voorin worden gelezen als ‘een droeve kreet uit het werkelijke leven’. De roman is een vorm van ‘tendensliteratuur’ (verhalen waarin de nadruk niet zozeer op literaire aspecten ligt, maar waarin het verhaal in dienst staat van een bepaalde maatschappelijke boodschap). De roman speelt zich (zoals de titel al aangeeft) hoofdzakelijk in Nederlands-Indië af en is een pleidooi voor het recht op echtscheiding (iets wat in de negentiende eeuw enkel onder specifieke omstandigheden en vaak alleen met instemming van de echtgenoot kon plaatsvinden). De lezer ontmoet een bont gezelschap van personages, maar het verhaal draait uiteindelijk om Louise van Amerongen, die in een ongelukkig huwelijk verstrikt raakt.

Louise is de vijftienjarige dochter van een vermogende koopman en heeft als bijnaam ‘de roos van Semarang’ omdat zij beeldschoon is. Het duurt dan ook niet lang voordat een man om haar hand komt vragen. Het betreft de veel oudere resident (een hoge koloniale bestuursambtenaar) Stevens van Langedijk. Haar ouders zijn erg met hem ingenomen, want hij geldt als een ‘goede partij’. Louise daarentegen vindt hem maar niets: ‘Wat is hij lelijk! Zo’n rood gezicht, en zulke grasgroene ogen, met zulk lichtgeel haar! Net boeloe jagong (maïs)! (…) Wie zou zo’n man willen hebben!’ Zij houdt niet van hem en verzet zich uit alle macht tegen dit voorgenomen huwelijk, maar kan niet voorkomen dat zij aan hem wordt uitgehuwelijkt.

Na de bruiloft vertrekt Louise naar de afgelegen residentie die Stevens van Langedijk bestuurt. Eenmaal daar aangekomen blijkt dat haar echtgenoot een njai (Indonesische huishoudster/minnares) erop nahoudt, met wie hij bovendien twee kinderen heeft. Veel Europese mannen leefden in Indië met een njai samen. Dit was geenszins een gelijkwaardige relatie: een Indonesische vrouw kon doodeenvoudig worden opgedragen om njai te worden en als haar toean (meester) later een Europese vrouw trouwde, werd zij weggestuurd. Indonesische vrouwen krijgen meestal geen stem in Indische romans. Het is dan ook bijzonder dat Kruseman de njai haar naam geeft en haar aan het woord laat. Als Louise vraagt wie zij is, antwoordt Mina verontwaardigd:

‘Wie ik ben. – Wie – ik – ben? (...) En dat vraagt u mij hier? Hier, in mijn eigen huis, in mijn eigen kamer? Onder het dak van hem die ik tien jaar lang gediend heb als mijn meester, die ik lief heb gehad als de vader van mijn kinderen, voor wie ik gezorgd heb als voor mijn eigen broeder, voor wie ik gewerkt heb als voor mijn eigen vader! Maar hij heeft mij verstoten – verstoten voor u, verstoten omdat ik arm ben… omdat ik hem niets dan liefde kan geven – niets dan dat! En dat was niet genoeg voor hem...’

Louise en Mina worden innige vriendinnen. Hun vrouw-zijn en onderworpenheid aan dezelfde man is wat hen verbindt. De resident toont zich ondertussen niet alleen lelijk vanbuiten maar ook vanbinnen. Hij laat bijvoorbeeld Mina doodslaan als hij achter hun vriendschap komt. Hij bedriegt daarnaast Louise, mishandelt haar en achtervolgt haar als zij bij hem wegloopt (nadat hij haar een echtscheiding heeft geweigerd). Hij doet er alles aan om haar het leven zuur te maken en gaat daarbij zelfs over lijken, wanneer hij haar nieuwe geliefde tijdens een ‘noodlottige jachtpartij’ doodschiet.

Door deze ervaringen wordt Louise zich bewust van de ongelijke genderverhoudingen en gaat zij vechten voor het recht op echtscheiding. Vrouwen zijn volgens haar niet louter op aarde om bewonderd en vervolgens bezeten te worden door mannen door middel van een huwelijk. Zij vindt dat wanneer er geen sprake van liefde (meer) is, er ook geen sprake van een relatie kan zijn: ‘Het huwelijk moest verboden zijn wanneer de vrouw geen liefde voor de man heeft en het moest ontbonden worden wanneer hij haar liefde verloren heeft!’ De andere personages daarentegen vinden dat maar vreemde opvattingen en vrezen dat Louise ‘krankzinnig’ is geworden uit liefdesverdriet over haar gestorven geliefde.

Van ‘aangrijpende tragedie’ tot ‘sociaal-filozofische zotteklap’

Kruseman was al een beroemde feministe, toen Een huwelijk in Indië verscheen. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen. Zo schreef haar uitgever bij de aankondiging van de roman: ‘Ik durf u de verzekering te geven, dat sedert Multatuli’s Max Havelaar geen werk van dien aard het licht zag, dat zoo algemeen besproken zal worden’. Letterkundige (en tijdgenoot van Kruseman) Jan ten Brink wees erop, dat het boek destijds ‘eene groote uitbarsting van verontwaardiging en geestdrift’ deed ontstaan. Literatuurcriticus Conrad Busken Huet vond bijvoorbeeld Kruseman een ‘brutale meid’ en Een huwelijk in Indië ‘litterarische opligterij’ en ‘sociaal-filozofische zotteklap’. Anderen daarentegen roemden juist Krusemans ‘allerbriljantste stijl’ en noemden de roman een ‘ernstige, aangrijpende, ware tragedie’ en ‘scherpe bijtende satyre op onze maatschappij’.

In de literatuurgeschiedenis wordt Kruseman vooral beschouwd als feministe. Rob Nieuwenhuys bespreekt in zijn Indische literatuurgeschiedenis Oost-Indische spiegel (1972) Kruseman samen met andere negentiende-eeuwse vrouwen die over Indië schreven. Hun werk is volgens hem van weinig ‘literaire’ waarde, maar wel van historisch belang omdat zij de strijd om vrouwenemancipatie in beeld brengen. In Romantici en revolutionairen (2019), een literatuurgeschiedenis van de achttiende en negentiende eeuw van Rick Honings en Lotte Jensen, wordt Een huwelijk in Indië behandeld in het hoofdstuk ‘De feminist’, tezamen met het werk van andere schrijfsters die de emancipatie van de vrouw door middel van literatuur onder de maatschappelijke aandacht wilden brengen.

Een huwelijk in Indië was snel uitverkocht, desondanks bleef een herdruk ervan in de negentiende eeuw uit. In 2010 verscheen alsnog een heruitgave onder redactie van Vilan van de Loo. Ook is de roman inmiddels gedigitaliseerd en in zijn geheel te lezen via de DBNL.