Annie Foore

Een van de eerste Nederlandse schrijfsters in Indië

Tiel 26 maart 1847 – Padang 2 juni 1890

Annie Foore (het pseudoniem van Françoise Junius) behoorde tot de eerste generatie schrijfsters die vanuit een vrouwelijk perspectief verhalen, novellen en romans schreven over de koloniale samenleving in Nederlands-Indië. Zij gaf een stem aan Europese vrouwen in Indië en droeg daardoor met haar werken bij aan hun emancipatie. In haar verhalen beschreef ze de moeilijkheden waarmee Europese vrouwen in Indië te maken krijgen. Idealen over liefde en moederschap botsen steeds op de harde koloniale realiteit, waarin aanzien, ambities en carrièreperspectieven van mannen overheersen. Het innerlijk, het grote hart, gaat in haar romans boven uiterlijk vertoon en schone schijn, die in de kolonie veel meer dan in Nederland het maatschappelijk leven kleurden.

Van Nederland naar Indië

Françoise Junius kwam uit een literaire familie. Haar zus Sophie Junius (1853-1904) schreef onder het pseudoniem Johanna van Woude onder andere de roman Een Hollandsch binnenhuisje (1883). Sophie was de moeder van de journalist en romancier Henri van Wermeskerken (1882-1937). In 1869 debuteerde Françoise Junius onder het pseudoniem Annie Foore met het verhaal ‘Een belofte volbragt’ in het literaire tijdschrift Nederland. Haar eerste boek verscheen in 1871 onder de titel Een familiegeheim. Met haar novelle Florence’s droom raakte zij in 1872 bekend bij een groter publiek. In 1873 trouwde ze met de ingenieur Jan Willem IJzerman, met wie ze twee maanden later naar Nederlands-Indië vertrok. Het gezin ging waar IJzermans werk aan de Indische spoorwegen het bracht. Het echtpaar woonde achtereenvolgens in Padang, Malang, Buitenzorg (Bogor), Yogyakarta en weer in Padang. In Indië werd de familie uitgebreid met vier kinderen.

Koloniale verhalen

Ook in de kolonie bleef Françoise IJzerman-Junius als Annie Foore verhalen, novellen en romans schrijven. De negatieve invloed van Indische omstandigheden op het leven van Europese vrouwen werd haar nieuwe onderwerp. In 1877 verscheen De koloniaal en zijn overste, een roman over een zeereis naar Indië. Vier jaar later volgde met De Van Sons nog een Indische roman, een boek over de moeilijkheden die een pasgetrouwd idealistisch stel in Indië ondervindt. In 1887 werden de meeste Indische novellen en korte verhalen van Annie Foore gebundeld in Indische huwelijken en Uit ons Indisch familieleven. Vele daarvan waren ook in het tijdschrift Eigen Haard verschenen. De uitgave van Bogoriana, een roman over het leven van een jong stel in het ambtenarenmilieu van Buitenzorg, in 1890 zou Françoise IJzerman-Junius niet meer meemaken. Ze moest in Batavia een medische routine-ingreep ondergaan, maar overleed op de operatietafel. Ze werd begraven op Tanah Abang in Batavia (Jakarta).

Indisch isolement

Aan haar verhalen valt af te lezen dat Françoise IJzerman-Junius in Indië niet zo gelukkig was. In de kolonie lagen vele gevaren op de loer, die het geluk van Europese gezinnen bedreigen. Bovendien raakte zij door haar schrijverschap zij enigszins in een isolement. Volgens het Bataviaasch handelsblad waren er in Padang slechts weinig Europese dames die haar durfden te benaderen omdat zij tegen de talentvolle schrijfster opkeken. Bovendien waren ze bang dat hun doen en laten later in een van de verhalen van Annie Foore terecht zou komen. Volgens het Soerabaijasch handelsblad van 4 mei 1889 waren de Padangse dames vooral bang voor de ‘eerste romancière’ van Indië, omdat ‘de vrouwen voor een talentvol en geestig mensch even bang zijn als voor een geladen geweer: ze vreezen altijd dat het van zelf af zal gaan en ze van de lading hunne portie zullen bekomen.’
In Nederland en in Indië ondervond Annie Foores werk tijdens haar leven de nodige waardering. Vlak voor haar overlijden werd er in Batavia een stoomscheepje naar haar vernoemd. Na haar dood verschenen er in kranten en tijdschriften gedenkstukken waarin haar schrijftalent en nobele persoonlijkheid werden geroemd.

Vergeten en herontdekt

Haar literaire werk werd echter al snel vergeten. In 1972 verscheen de eerste editie van Oost-Indische Spiegel, het eerste standaardwerk van Rob Nieuwenhuys over de Nederlands-Indische literatuur. Volgens hem was Annie Foore met de andere vrouwelijke auteurs van haar tijd (M.C. Frank, Mina Krüseman, Melati van Java en Thérèse Hoven) ongemerkt het verleden ingegleden en werden hun boeken min of meer terecht niet meer gelezen. Hij vond hun boeken eigenlijk geen ‘echte’ literatuur, maar deze schrijvende vrouwen hadden met hun uitgaves wel voor emancipatie gezorgd. Nieuwenhuis noemde deze schrijfsters in een apart hoofdstuk, dat hij het ‘damescompartiment’ noemde.

Paradoxaal genoeg leidden woorden van Nieuwenhuys ertoe dat de belangstelling voor het werk van deze schrijfsters weer toenam. De vijf schrijfsters uit Nieuwenhuys’ ‘damescompartiment’ gingen gelden als pioniers, omdat ze behoorden tot de weinige vrouwen die in de negentiende eeuw naar Indië gingen en daarover vanuit vrouwelijke perspectief romans en verhalen schreven. Ook het kleine Indische oeuvre van Annie Foore kreeg in toenemende mate erkenning. In wetenschappelijke publicaties kwam haar naam steeds vaker voor. In 2009 werd haar roman Bogoriana opnieuw uitgegeven. In 2021 kreeg Annie Foore een eigen hoofdstuk in De postkoloniale spiegel, een nieuw overzichtswerk van de Nederlands-Indische literatuur.