Andreas Burnier

Een tegendraadse feminist op zoek naar zichzelf

Den Haag 1931 – Amsterdam 2002

'Andreas Burnier' is de schrijversnaam van Catharina Irma Dessaur. Zij was haar tijd ver vooruit. Als een van de eersten schreef ze openlijk over haar homoseksualiteit en haar transgendergevoelens. De zoektocht naar een eigen identiteit zou in haar hele oeuvre centraal blijven staan - waarin ze net zo makkelijk essay- en romanvormen combineert als autobiografie en fictie.

Burnier werd in 1931 geboren in een liberaal Joods gezin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze gedwongen op verschillende adressen onder te duiken. Ze studeerde medicijnen en filosofie en promoveerde op een sociaal-criminologisch onderwerp. In de criminologie werd ze later hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (nu: Radboud Universiteit).


Op zoek naar een eigen identiteit

In 1965 debuteerde Burnier in het tijdschrift Tirade. In het hetzelfde jaar verscheen haar eerste roman Een tevreden lach, waarin ze haar eigen ervaringen met het ontdekken van haar  geaardheid als uitgangspunt nam. Al in de eerste pagina’s neemt ze de lezer mee in haar existentiële vraagstukken:

Wij zoeken onszelf. Dat is een gemeenplaats, maar van het overdonderende waarheidsgehalte dat water nat is, of goud edel. De jeugd is zo zoet, zo aangenaam, opdat wij niet zullen merken dat wij onszelf in snel tempo verliezen. Als het droomgordijn optrekt, uiterlijk rond het veertiende jaar, zijn wij iedere oriëntatie kwijt. Door studie, kunst, avonturen, misschien religie, hopen wij het eigen ik te leren kennen.

Die zoektocht naar een eigen identiteit bleef een rode draad in haar werk. Ze beschreef in haar romans Het jongensuur (1969) en De huilende libertijn (1970) bijvoorbeeld het ongeluk om geboren te zijn in een vrouwenlichaam maar zich (gedeeltelijk) man te voelen. De titel van Het jongensuur verwijst naar het tijdslot in het zwembad waarin alleen jongens mochten zwemmen. Hoofdpersoon Simone is afgunstig op de vanzelfsprekende broederschap die er tussen mannen bestaat en weet met haar korte haar en verhullende regenjas toegelaten te worden tot het jongensuur. Ze wordt echter al snel door de badmeester betrapt en weggestuurd.


Jodendom

Door de verschrikkingen van de oorlog wilde Burnier lange tijd niets weten van het Jodendom. Pas aan het einde van haar leven wordt haar religieuze achtergrond ook een thema in haar werk, zoals in De wereld is van glas (1997). In dit boek, waarin fictie en autobiografie vernuftig met elkaar verweven worden – zelfs de vier hoofdpersonen hebben allemaal een stuk Burnier in zich – verwoordt ze het zelf als volgt:

Langer dan veertig jaar doolde ik door een woestijn van mij wezensvreemde stromingen, vanaf het moment dat ik filosofie ging studeren tot de periode waarin ik op zoek ging naar oosterse psychologie en religie. En route leerde ik wel het een en ander, maar er gebeurde te weinig. Iets ontbrak. Toen ik eindelijk durfde terug te keren naar mijn wortels was het grootste deel van mijn leven voorbij.

In De wereld van glas passeren alle thema’s uit haar oeuvre – de oorlog, het Jodendom, haar seksualiteit, het feminisme – opnieuw de revue. Het zou haar laatste roman worden.


Tegendraadse feminist

Burnier was een belangrijke voorloper van de tweede feministische golf aan het einde van de jaren ’60. Ze maakte zich in feministische kringen overigens niet altijd populair, omdat ze openlijk negatief was over manier waarop de vrouwenbeweging haar strijd voerde. Zij vond dat feministen te veel in zelfmedelijden bleven hangen en te weinig initiatief en ambitie toonden. 

Burnier heeft zich haar leven lang verdrukt gevoeld, zowel door haar Joodse afkomst, haar geaardheid als door het feit dat ze een vrouw was en maakte het een levenstaak om aandacht te vragen voor menselijke waardigheid. Dit streven uitte zich ook op andere maatschappelijke vlakken. Zo nam ze stevig stelling tegen euthanasie, abortus en genetische manipulatie, want wie bepaalt wanneer een leven de moeite waard is? 


Tijdloze inspiratiebron

Tijdens haar studietijd in Amsterdam leerde Burnier de schrijvers van de beweging van Vijftig kennen, Hans Andreus, Lucebert, Remco Campert en schreef ze gedichten. In de jaren ’80 – inmiddels de vijftig gepasseerd – verzamelde ze zelf een groep literaire verwanten om zich heen: de Platoclub. Het waren zeven jonge mannen, onder wie Oek de Jong en Willem-Jan Otten, die onder haar inspiratie filosofische, psychologische en literaire werken bestudeerden. Ook nu nog, bijna twintig jaar na haar dood, inspireert ze nog vele schrijvers én lezers. 
 

Vlogboek: Andreas Burnier

'Toen ze mij lief uitlegde wat er later met grote meisjes gebeurde, berichtte ik dat het mijn voornemen was vóór die tijd tot jongen te metamorfoseren.' In deze video bespreekt Jörgen de auteur Andreas Burnier (1931-2002).

Vlogboek: Andreas Burnier / Charles den Tex / Iris Boter

In deze video bespreekt Jörgen de volgende drie boeken: Een tevreden lach van Andreas Burnier, De vriend van Charles den Tex en Zwaartekracht van Iris Boter.