Literatuur en media

Het ‘Van Dis-effect’

Een gesprek over ‘literatuur en media’ gaat al snel over het beroemde Nederlandse televisieprogramma Hier is… Adriaan van Dis uit de jaren tachtig. Het programma werd vanaf 1983 negen jaar lang acht keer per jaar op zondagavond uitgezonden. De mythe wil dat menig schrijver na een optreden in dit succesvolle televisieprogramma de oplage van zijn of haar boeken flink zag stijgen. 

Dit werd in die tijd het ‘Van Dis-effect’ genoemd, vooral nadat de roman De kip die over de soep vloog van Frans Pointl na diens optreden in het boekenprogramma de boekhandel uit zou zijn gevlogen. De conclusie van Van Dis: "Je hoefde geen lezer te zijn om aangeraakt te worden door een schrijver." Van Dis creëerde via zijn programma aandacht voor andere schrijvers, maar groeide ook zelf uit tot een literaire beroemdheid. 

Optredens in allerlei tv-programma's 

Hier is… Adriaan van Dis illustreert een ontwikkeling die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw was ingezet, maar die in de jaren tachtig en negentig in een stroomversnelling raakte. Jonge schrijvers als Boudewijn Büch, Joost Zwagerman, Herman Brusselmans, Connie Palmen en Kristien Hemmerechts werden door hun televisieoptredens in sneltreinvaart bekende publieke figuren en gecanoniseerde schrijvers. Ze verstevigden hun reputatie door de aandacht die ze kregen bij boekenprogramma’s als Büch’s boeken, Zeeman met boeken en VPRO Boeken of door aan te schuiven bij andere programma’s waarin aandacht was voor literatuur en schrijverschap, zoals de talkshows van Sonja Barend, Barend en Van Dorp en De wereld draait door in Nederland en De Afspraak en Reyers Laat in België.    

Vanaf het moment dat de televisie in de jaren vijftig (eerste net) en de jaren zestig (tweede net) opgang maakte, speelden literaire schrijvers daarin een toonaangevende rol. In Nederlandse spelprogramma’s als Hou je aan je woord, in talkshows als Mies en scène, en in literatuur- en/of kunstprogramma’s zoals Spiegel der kunsten en Kijk op Kunst waren schrijvers als Godfried Bomans, Hella S. Haasse, Gerard Reve en Harry Mulisch te zien. In Vlaanderen zetelden schrijvers Louis Paul Boon en Gaston Durnez in het panel van het populaire spelprogramma ’t Is maar een woord en maakte het publiek kennis met schrijvers in het interviewprogramma Ten huize van. Soms speelden schrijvers een belangrijke rol voor en achter de schermen, bijvoorbeeld Paul Rodenko, Ed Hoornik, J. Bernlef, K. Schippers en Cees Buddingh bij programma’s als Literair Kijkschrift en Muze in spijkerbroek en zoals toonaangevend criticus Hans Gomperts, die het beroemd geworden Literaire Ontmoetingen presenteerde. 

In de loop van de twintigste eeuw werden schrijvers dus meer en meer zichtbaar in de publieke media. Deze ontwikkeling verliep niet zonder slag of stoot. Er was veel weerstand vanuit de literaire wereld. Men was bang dat de literatuur zich op deze manier te veel uitleverde aan markt en media: "De luide schreeuw van de markt smoorde de ingetogen stem", was het sentiment volgens Van Dis. Ondanks deze scepsis werd het media-optreden van de schrijver – en daarmee ook het imago van de schrijver - steeds vaker hét middel om het publiek voor een boek te winnen.

Schrijvers als bemiddelaars

Het onderzoek naar literatuur en media richt zich meestal op de stormachtige ontwikkeling die de televisie vanaf de jaren zestig teweeg heeft gebracht. Onderzoek heeft echter laten zien dat de literatuur gedurende de gehele twintigste eeuw een rol speelt in de media. In de jaren twintig en dertig wierpen de zogenoemde 'middlebrow'-schrijvers zich op als intermediairs tussen de literatuur en het grotere publiek van de massacultuur (middlebrow = ‘gemiddeld’). Zij kunnen gezien worden als de eerste mediaschrijvers van de twintigste eeuw en dat kwam onder meer tot uiting in hun bijdrage aan het nieuwe medium van de radio. 

In de beginjaren van de radio waren het de levensbeschouwelijk verzuilde omroepen die met literaire rubrieken kwamen. De kritiek die er vanuit de literaire wereld (‘het papieren brandpunt’) werd geleverd op de radio lijkt nogal sterk op de kritiek die later op de televisie en die vandaag de dag wel op digitalisering wordt geuit. Het geluid van de radio zou het onmogelijk maken om stil en geconcentreerd van literatuur te genieten en moest dus gezien worden als een bedreiging. Radio’s en grammofoons werden gezien als moderne producten die voor geluidsoverlast en voor zedenverloedering zorgden. Het zijn vooral verzuilde critici zijn die in dit systeem hun weg vinden; de auteurs uit het seculiere en neutrale literaire midden (Ter Braak, Nijhoff, Du Perron, Vestdijk) stonden kritisch tegenover deze ‘sprekende kritiek’. 

Ongeschreven regels in mediacultuur

Het gesprek dat in de media over literatuur gevoerd wordt, wordt grotendeels bepaald door de ‘manieren van spreken’ (de discoursen) die in de media in een bepaalde periode toonaangevend zijn. Altijd zijn er ongeschreven regels waaraan je je moet houden om succesvol over te komen. Niet alleen literaire schrijvers zijn aan die regels onderworpen, ze gelden ook voor politici die op campagne zijn, wetenschappers die hun ideeën aan een breed publiek willen presenteren of voetbaltrainers die de zoveelste nederlaag van hun club moeten rechtvaardigen. 

Deze ‘regels van de mediacultuur’ zijn vandaag de dag zeer sterk aanwezig, maar zijn ook in eerdere fases van de literatuurgeschiedenis duidelijk te herkennen. Het gaat dan om zaken als het belang dat in de mediacultuur wordt gehecht aan het fenomeen ‘succes’ – en dan het liefst succes dat zich in cijfers laat vertalen. Een schrijver die uit is op publieke aandacht doet er goed aan zich als buitengewoon succesvol te presenteren en om romans te schrijven die gericht zijn op groot publieksbereik. Wie succesvol is in de mediacultuur, zorgt er dus voor dat de lezer het boek ‘in één ruk’ uitleest en het ‘niet weg kan leggen’. Succesvolle mediaschrijvers worden aangekondigd als ‘de supersalesman van de Nederlandse literatuur’ (Boudewijn Büch) of ‘de meest succesvolle schrijver van Nederland’ (Herman Koch). Vlaamse auteurs zoals Herman Brusselmans en Griet Op de Beeck weten met een vergelijkbaar imago zowel de Vlaamse als de Nederlandse media te bespelen. 

Is het waar gebeurd?

Ook zijn media vaak gefascineerd door het ‘echte’, het ‘intieme’ en het ‘waargebeurde’. De journalist van de Margriet, maar evengoed die van NRC Handelsblad, is – net als de talkshowhost of de radiopresentator – vooral geïnteresseerd in de vraag of wat er in dat boek staat ook echt daadwerkelijk zo gebeurd is. Dit leidt ertoe dat veel schrijvers in hun werk dat verlangen naar ‘echtheid’ een plaats geven zodat het werk zich goed leent voor een radio- of televisie-interview. En als die schrijvers dan vervolgens in de media optreden, worden ze daar bevraagd als het personage dat ze in hun boek beschrijven.   

Ook de politieke en maatschappelijke actualiteit doet het goed in het mediagesprek. Dat is gunstig voor geëngageerde schrijvers die een politieke rol willen spelen in het publieke debat. Zij slagen er soms in om hun literaire werk zo vorm te geven dat die een stem in dat debat kunnen vormen. De consequentie daar weer van is dat schrijver en boek zich moeten conformeren aan de ‘populistische’ en soms polariserende manier van spreken in de media. 

De eeuw van mediarevoluties

Aan het begin van de twintigste eeuw kwam de krantenjournalistiek in een daverende versnelling doordat ze onderdeel werd van de oprukkende massacultuur, in de jaren twintig en dertig was de radio het nieuwe – en zeer gevreesde – medium, eind jaren vijftig begon de televisie aan haar opmars en dominantie van de twintigste-eeuwse mediacultuur. Aan het einde van de eeuw begon de digitale revolutie die ons leven van vandaag nog altijd bepaalt. De literaire schrijver is gedurende de hele eeuw een van de meest fascinerende verschijningen in deze zich snel ontwikkelende mediacultuur geweest. Schrijvers waren zichtbaar, ze beïnvloedden de publieke opinie, ze veroorzaakten oproer, ze ontroerden mensen door de verhalen waarmee ze het publieke leven voedden. Sommige schrijvers werden daardoor langdurig erg beroemd, anderen verdwenen na een korte aandachtspanne weer in de vergetelheid en er zijn ook schrijvers die altijd bij een kleine kring van kenners bekend zijn gebleven. Hoe dan ook raakten literatuur en media in de loop van de twintigste eeuw onlosmakelijk met elkaar verbonden. 
 

BRT: 't Is maar een woord Deel 1

Aflevering van panelprogramma 't Is maar een woord (BRT), uitgezonden op 15 november 1964. Met Louis Paul Boon, Louis Verbeeck, Nora Snyers, Gaston Durnez. Gastpanel: Theo Luykx, Jan Hublé, Lucien De Smet en Els De Bens. 

VPRO: Hier is... Adriaan van Dis

Op 16 maart 1983 was Hier is… Adriaan van Dis ("het enige echt succesvolle Nederlandse tv-programma over literatuur") voor het eerst op de televisie. Deze video bevat fragmenten uit het praatprogramma met bekende schrijvers als gasten.

VRT: Reyers Laat 

Rika Ponnet in 'Reyers Laat' met Herman Brusselmans, uitgezonden op 26 augustus 2013.