De literatuur van Bonaire
Orale literatuur
Ooit was de orale literatuur het culturele bindmiddel van Bonaire. Mensen kwamen samen onder de dividivi-, tamarinde-, of wayaká-boom bij vrienden of familie, om verhalen te vertellen en te zingen. Dat gebeurde met bezieling en verbondenheid. Die mondeling overgeleverde literatuur bestond uit verhalen, gedichten, liederen, spreekwoorden en mythen die van generatie op generatie werden doorgegeven door vertelling of voordracht. Tegenwoordig gebeurt dat nog maar zelden, af en toe bijvoorbeeld bij het maandelijkse evenement van Luna Yen. Enkele van de opvallendste vertellers van dit moment zijn Bòi Antoin en George ‘Kultura’ Thode. De manier waarop de laatste zijn verhalen brengt, is ronduit meesterlijk. Zijn moeder, wijlen Anna Thode-Sint Jago, was een bekende zangeres die cd’s en ook een boekje heeft uitgebracht. Verhalenverteller en radiopresentator Frans Booi publiceerde Boynay Tey (1997), een boek over mythologie en orakels van Bonaire.
Geschreven literatuur
De laatste jaren wordt er weer meer geschreven op Bonaire. Er verschijnen relatief veel kinderboeken en dichtbundels, in het Papiaments, Nederlands en Engels. Maar romans zijn er nauwelijks. Het eiland heeft drie romanschrijvers voortgebracht, die overigens alle drie een flink deel van hun leven hebben doorgebracht op Curaçao: Cola Debrot, Erich Zielinski en Joseph ‘Jopi’ Hart.
Nicolaas ‘Cola’ Debrot (Kralendijk, Bonaire 4 mei 1902 - Amsterdam 3 december 1981) was schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, balletcriticus én gouverneur van de Nederlandse Antillen. Zijn bekendste werk is Mijn zuster de negerin (1935), een novelle rond de thema’s migratie, racisme en incest. Andere boeken van zijn hand zijn de novelle Bid voor Camille Willocq (1946), de roman Bewolkt bestaan (1948) en de novelle De vervolgden (1982). Zijn Verzameld werk verscheen in 7 delen (1985-1989). De belangrijkste culturele prijs van Curaçao, de Cola Debrotprijs, is naar hem vernoemd.
Erich Zielinski (Kralendijk, Bonaire 23 maart 1942 - Willemstad, Curaçao 15 februari 2012) was advocaat, dichter en schrijver. Hij publiceerde drie romans: De Engelenbron (2004), De prijs van de zee (2008) en Scott Zuyderling (2009). Vooral zijn eerste roman had veel succes en werd begroet als een verhaal in de traditie van de Zuid-Amerikaanse magisch-realisten als Gabriel García Márquez en Mario Vargas Llosa.
Joseph ‘Jopi’ Hart (Bonaire, 1 oktober 1940) debuteerde in 2006 met Election Dance, een roman over persoonlijke opoffering, corrupte politici, georganiseerde misdaad, liefde en seks op Curaçao. Het boek verscheen in 2013 in het Nederlands als Verkiezingsdans. Zijn latere romans zijn Kruispunt (2015), een psychologische roman over twee jonge mannen die naar Nederland verhuizen; De wooncirkel (2017), de vertaling van zijn Engelstalige roman The Yard, waarin de hoofdpersoon geconfronteerd wordt met het slavernijverleden; en Contrasten in kleur (2024), een familieverhaal rond de thema’s racisme en criminaliteit.
Kijken we iets ruimer, dan komen we bijvoorbeeld bij Henry Toré, geboren in 1940 op Curaçao, maar sinds eind jaren zestig woonachtig op Bonaire. Hij trouwde met een Bonairiaanse en zijn drie kinderen zijn op het eiland geboren. Hij schreef de romans Een tropische kruising (1997), De ontspoorde Benjamin (1999), Tranen over Matravagera (2003), Broos geluk (2010) en De eed (2020).
Passanten
Het eiland Bonaire heeft verder het decor geboden aan verhalen van verschillende schrijvers van Nederlandse afkomst, vaak non-fictie zoals de columns Schatgraven op Bonaire (2009) van Teun Klumpers en Ayoo Bonaire (2023) van Rik Felderhof, maar ook romans zoals De bastaard van Bonaire (1980) en De witte dwaas van Bonaire (1985) van Wilko A.G.M. Bergmans en de thrillers Bestemming Bonaire (2018) van Linda van Rijn en Blond op Bonaire (2020) van Ellen de Vriend. Deze boeken van passanten moeten uiteraard gerekend worden tot de Nederlandse literatuur.
Jeugdliteratuur
Op het gebied van kinderboeken en poëzie is er de laatste jaren veel beweging. Vroeger situeerden alleen auteurs van elders, zoals de Curaçaose Diana Lebacs en de Nederlandse Miep Diekmann, jeugdromans op Bonaire. Tegenwoordig zien we een ware explosie van kinder- en jeugdboeken door Bonairiaanse auteurs zoals Monica Clarinda, Xiomara Muller, Giovanie Gijsbertha, Denise de Jong-Rekwest, Sharlon Willems, Shainá Dorthalina, Morela Wanner, Persia Rakers, Linda Coffie, Kathleen Thielman, Violeta Rosario-Cicilia, Anjliet Baidjoe, Elsmarie Beukenboom en Delno L.A. Tromp. Zij schrijven overwegend in het Papiamentu. In de bloemlezing Van slavernij naar vrijheid; Verhalen uit het Koninkrijk en Suriname (2024) waren enkele Bonairiaanse auteurs vertegenwoordigd.
Dichtkunst
Dichters die de afgelopen jaren publiceerden zijn onder anderen: Linda Coffie, Cecilia Evertz, Elvio Cicilia, Felix ‘Papi’ Cicilia, Wilco Harbers, Lupe Reyes, Nene Provance, Carlos Nicolaas, Regina ‘Uchi’ Frans, Bachi Booi, Elvia Tjin-a-Tsjoe, Jeaniro Dorothea, Editha Lofo Wong-Cicilia, Joseph ‘Jopi’ Hart en Lucky Pop. Ook zij schrijven bijna uitsluitend in het Papiamentu, vaak over het wel en wee van het eiland: de slavernijgeschiedenis (Bonaire was cruciaal als zoutleverancier), de natuur, liefde en identiteit.