Het tijdschrift Ashanti en de tweede feministische golf

Geschreven door Marjan Beijering

‘Wij zijn de nieuwe Ashantigeneratie’, schreef Santoecha Rangai in 2021 op het blog HÏVAN (Hindostaanse Vrouwen Anno nu). Ze vindt dat vrouwen vaker hun mond open moeten doen: in hun eigen omgeving, op social media of in een blog: ‘Hoe vaker je iets vertelt, hoe makkelijker het zal gaan. Zo bouw je meer zelfvertrouwen op om over iets te vertellen wat je na aan het hart ligt.’

Haar pleidooi past in de traditie van Ashanti, de Surinaamse vrouwenkrant die tussen 1980 en 1987 werd uitgegeven. ‘Ashanti’ betekent onvrede in het Sarnámi (de taal van Surinaamse Hindostanen) en streefde naar bewustwording, zelfvertrouwen en saamhorigheid onder Surinaamse vrouwen. De krant werd gemaakt door een groep mensen die vond dat vrouwenonderdrukking alles te maken heeft met hoe de maatschappij is georganiseerd: politiek, sociaal en economisch. Daarbij moest er niet alleen gekeken worden naar sekseverschillen, maar ook naar factoren zoals afkomst en etnische achtergrond. De redactie voelde zich dan ook niet altijd thuis in de ‘witte’ vrouwenbeweging, waar weinig aandacht was voor armoede en racisme. De krant was voor Surinaamse vrouwen een manier om zich te organiseren. De eerste redactie werd gevormd door vrouwen die hun sociaal-maatschappelijk werk combineerden met schrijven: Sitla Bonoo, Gharietje Choenni, Monique Douglas, Sita Kalpoe en Chitra Gajadin. Het blad verscheen zes keer per jaar in een oplage van 250 tot 500 stuks.

Historische context

De tweede feministische golf werd in 1967 ingeluid door een artikel van Joke Smit met de titel ‘Het onbehagen van de vrouw’. Vanaf 1970 vroegen de Dolle Mina’s met ludieke acties aandacht voor vrouwenrechten, zoals het recht op abortus (‘Baas in eigen Buik’). Vrouwen eisten gelijkheid op het gebied van arbeid, zorg en politiek. In 1972 werd het feministische tijdschrift OPZIJ opgericht en in 1976 verscheen het geruchtmakende boek De schaamte voorbij van Anja Meulenbelt. Feministische boeken werden verkocht bij vrouwenboekhandels zoals Savannah Bay in Utrecht, Xantippe in Amsterdam, Emma in Rotterdam en De Feeks in Nijmegen.

In de jaren zeventig kwam ook de emigratie van Surinamers op gang, zeker na de onafhankelijkheid van dat land in 1975. Dat had ook zijn weerslag in de literatuur en film. Astrid Roemer schreef in 1974 in de roman Neem mij terug, Suriname over de worsteling om een plek te verwerven tussen die twee werelden. De Surinaams-Nederlandse speelfilm Wan Pipel (1976) van Pim de la Parra gaat eveneens over dat thema, maar ook over het doorbreken van tradities: hoofdrolspeelster Diana Gangaram Panday was er trots op dat de film het taboe op gemengde relaties doorbrak.

Surinaamse vrouwen probeerden een plek te verwerven in Nederland, waar de sociale strijd in volle gang was. Zij wilden naar school, een eigen inkomen en een gelijkwaardige relatie. Veel van hen volgden een opleiding op een van de sociale academies. Onderwijs en vorming waren dan ook belangrijke onderwerpen in Ashanti.

Artikelen en auteurs

De naam Ashanti komt uit het Sarnámi en betekent ‘onvrede’. De redactie wilde nadrukkelijk aandacht vragen voor Hindostanen, die in Nederland minder zichtbaar waren dan creolen en minder van zich lieten horen. De eerste redactieleden waren verbonden met het Kollektief Jumpu Rajguru, een groep van progressieve intellectuelen.

De eerste krant opende met een kritisch artikel over de ‘Hindustaanse huwelijkstraditie’. Hoewel uithuwelijking minder gangbaar was, had de familie nog steeds veel invloed op de keuze van huwelijkspartners. In de Surinaams-Hindostaanse literatuur zou dit een belangrijk thema blijven. Gharietje Choenni schreef in 1981 een stuk voor cabaretgroep Tjentji (‘verandering’): ‘En dan ineens – zoeken ze een man voor je.’ Choenni schreef eveneens gedichten in het Sarnámi, zoals ‘VERZET’ , in het eerste nummer van Ashanti. Een fragment:

(…)
Vrouw 
Sta op 
Open je ogen en oren 
Beweeg die tong 
Eis erkenning en waardering
Verover jouw vervlogen rechten 
Ook jij kunt bieden verzet 
(…)

Dat verzet was hard nodig. Het gedicht volgt op een artikel over wat de staatsgreep van 25 februari 1980 zou gaan betekenen voor vrouwen: zou hun handelingsonbekwaamheid (zij konden nog steeds niet zelfstandig een bankrekening openen of op afbetaling een wasmachine kopen) eindelijk worden opgeheven?

Uitgeverij Futile Rotterdam adverteerde in de eerste krant met nieuw verschenen titels zoals Kinderen van gastarbeiders (van Nel Soetens), Hoe Tante Sjaan haar lichaam leerde kennen (opstellen door Vrouwen van VOS-cursussen) en de dichtbundel Padi voor Batavieren door Chitra Gajadin. Gajadin zou zich ontwikkelen tot veruit de belangrijkste dichter van het gezelschap, overwegend met werk in het Nederlands.

In het tweede nummer van Ashanti publiceerde ze het gedicht ‘Uithuwelijking’:

de zaterdagmorgen van haar huwelijk 
kwam zij naar mij toe 
angst bezwaarde stappen 
maakten haar ogen leeg 
de rode saree
goud geborduurd
op klaarlichte dag
handen bedenkt
met namaak goud
het haar verloren 
in de plooien 
van haar sluier 
alleen haar gezicht onbedekt
en mooi als altijd
wat rouge op haar wangen
verschillend gekleurde sterren
in een halve cirkel 
op haar voorhoofd 
ik had haar omhelsd
angst en twijfel
een hoofd vol kreten
vrijheid, bevrijding
haar schoonheid
vermengd met mijn beschuldigingen

de rouge liet sporen achter
die ik niet meer heb weggeveegd

Ashanti schreef over vrouwen zonder verblijfsvergunning, de waarde van huishoudelijk werk, opvoeding, seks, de positie van alleenstaande vrouwen, taalproblemen, homoseksualiteit, mishandeling, vrouwen op zoek naar werk en politiek. In de bundel met alle nummers staan tenminste twee artikelen over het Sinterklaasfeest. Er zijn interviews met vertegenwoordigers van Surinaamse organisaties en gaandeweg verschijnen er meer artikelen over de vrouwenstrijd elders in de wereld. Zelden wordt de naam van de auteur vermeld, want solidariteit was belangrijker dan individualiteit.

Andere intersectionele literatuur uit die periode

In 1984 verscheen bij de feministische uitgeverij SARA het boek Alledaags racisme van Philomena Essed, waarin de ervaringen van Surinaamse vrouwen in Nederland zijn onderzocht. Uit de boekbespreking in Ashanti:

‘De vrouwen die aan het woord komen in dit boek, vertellen wat ze dagelijks meemaken in winkels, op straat en in de tram. (…) De Surinaamse vrouwen vertellen ook over alledaags racisme op school en in werksituaties, veel vaker dan ze zelf willen toegeven; want per slot van rekening moet je in Nederland een draaglijk bestaan opbouwen en het wordt moeilijk als je je bewust bent van de discriminerende behandeling die je ten deel valt.’

En:

‘Ervaringen met witte vrouwen laten haar zien, dat het racisme tegen zwarte vrouwen vaak erg veel lijkt op het seksisme waartegen zij zich verzetten.’ (Ashanti, jrg 5, nr 2/3)

Queer vrouwen identificeerden zich met Amerikaanse feministes zoals bell hooks, van wie in 1981 het boek: Ain’t I a woman verscheen, en Audre Lorde. In 1985 verscheen, eveneens bij de feministische uitgeverij SARA de vertaling van Lordes boek Sister Outsider. Het werd in 1985 gepubliceerd als Oog in Oog, in 2020 met als titel Sister Outsider: essays en lezingen. De Surinaamse wetenschapper Gloria Wekker had al in 1984 de actiegroep Sister Outsider opgericht, voor zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen die van vrouwen houden. Wekker zou in 2017 bekend worden met haar boek Witte Onschuld, waarin ze betoogde dat Nederlanders niet in staat zijn te kijken naar hun eigen aandeel in racisme.

In een dubbelnummer van Ashanti - ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan - werd de vertaling van het boek Zami, een nieuwe spelling van mijn naam van Lorde besproken: ‘Veel herkenning voor ons, Surinaamse vrouwen die in een racistisch land wonen en die elke dag opnieuw de kracht moeten vinden om met racisme om te kunnen gaan.’ (Ashanti, 5e jaargang nr. 6/ 6e jaargang nr. 1) De redactie gebruikte de term zwart als een politieke term: ‘Zwart staat voor iedereen die onderdrukt wordt.’ Maar niet alle vrouwen konden zich in die definitie vinden: ‘Waarom zou een Chinese of Turkse vrouw zich zwart moeten noemen en daarmee haar identiteit ontkennen?’ De term ‘Zwarte en Migranten Vrouwen’ (ZMV) kwam ervoor in de plaats, later gevolgd door de term ‘vrouwen van kleur’.

Einde en betekenis

In 1987 verschenen er nog twee nummers van Ashanti. Het kostte de redactie moeite om het blad in elkaar te zetten (zij deden heel veel zelf) en de verschijning van het blad liet steeds langer op zich wachten. In september/oktober verscheen het allerlaatste nummer: ‘Sorry voor het onregelmatig uitkomen. Jullie allemaal nog veel zon toewensend zeggen we tan bun en schrijf je ons?’

Sitla Boono is tot het einde toe betrokken geweest bij Ashanti. Het blad was intersectioneel voordat die term bestond: verschillende vormen van ongelijkheid raken en versterken elkaar. Interessant is dat vanaf het begin af aan het idee was dat mannen en vrouwen samen strijd moeten voeren: niet het patriarchaat was de oorzaak, maar maatschappelijke verhoudingen. Ashanti was niet bang om welk onderwerp dan ook kritisch te bespreken, alle onrecht werd aangekaart, ook als het de eigen kring betrof. De Surinaamse vrouwenkrant Ashanti was de eerste gekleurde stem in de feministische beweging en luidde de start van de ZMV-beweging in.