Literatuur in de Tweede Feministische Golf
Eind jaren zestig kwam de Tweede Feministische Golf op. In de literatuur haakten schrijfsters hierbij aan door te breken met de heersende literaire normen. Hun werk had vaak een sterk autobiografisch karakter, om vrouwelijke lezers te laten weten dat ze niet alleen waren met hun problemen. Het delen van persoonlijke verhalen moest leiden tot politieke actie: ‘Het persoonlijke is politiek’.
In november 1967 publiceerde Joke Smit het artikel ‘Het onbehagen bij de vrouw’ in het literair tijdschrift De Gids. Ze schreef over haar ervaring als getrouwde vrouw. Ze merkte dat een vrouw veel minder keuze had in wat voor werk ze kon doen. Van de vrouw werd ook verwacht dat zij zich ontfermde over de opvoeding van de kinderen en dat ze het huishouden regelde. Smit voelde hierbij ‘onbehagen’ en pleitte voor meer zelfbeschikkingsrecht, onder andere door de anticonceptiepil en abortusrecht. Ze kreeg nadien een stroom van brieven en telefoontjes van vrouwen die zich in het artikel konden vinden.
Aan het eind van de jaren zestig werd deze onvrede steeds groter. Dolle Mina was een actiegroep die bijvoorbeeld roze linten voor openbare urinoirs spande, als protest tegen het ontbreken van openbare toiletten voor vrouwen. Met deze provocerende acties veranderde het imago van het feminisme: van intellectuele discussies over emancipatie naar een radicalere vrouwenbeweging. Deze heropleving van het feminisme noemen we ook wel de Tweede Feministische Golf.
Literatuuropvattingen van de vrouwenbeweging
Deze beweging vond ook zijn weg in de literatuur. In het begin van de jaren zeventig stelden feministische activisten een aantal voorwaarden op waar feministische literatuur aan moest voldoen. In die tijd was de heersende, traditionele opvatting dat literatuur juist heel strak in elkaar moest zitten, dat een boek een eenheid moest zijn, zonder losse eindjes. Feministische literatuur moest juist een losse, associatieve en vloeiende structuur hebben. Genres mochten door elkaar lopen en literatuur kon vermengd worden met filosofie, wetenschap en religie. Zo brak deze stroming met deze autoritaire, ‘mannelijke’ nadruk op de vorm van literatuur. Veel belangrijker was de inhoud.
Maar later ontstond ook binnen deze stroming een breuk. Aan de ene kant wilden auteurs deze nieuwe manier van schrijven volgen en schreven ze heel associatief, intuïtief en open. Aan de andere kant wilden ze wel hun idealen naar voren brengen en lezers bewust maken van de achtergestelde positie van de vrouw, waarbij ze een hard onderscheid moesten maken tussen onderdrukkers en onderdrukten. Feministische literatuur bewoog daarom tussen deze twee spanningspolen.
Daarnaast had literatuur uit de Tweede Feministische Golf vaak een autobiografisch karakter. Over de persoonlijke beleveniswereld van vrouwen werd voorheen weinig gesproken of geschreven. Veel vrouwen dachten daarom dat hun problemen slechts individuele problemen waren. ‘Het persoonlijke is politiek’ was daarom was een belangrijk slogan van de vrouwenbeweging. Het delen van het ‘persoonlijke’ was daarom een ‘politieke’ actie, omdat gelijkgestemden zich met elkaar konden verenigen en zo de structurele ongelijkheid tussen man en vrouw aan het licht konden brengen. Literatuur was natuurlijk erg geschikt om dit persoonlijke naar buiten te brengen.
De schaamte voorbij van Anja Meulenbelt
In de loop van de jaren zeventig verscheen steeds meer feministische literatuur. Een van de meest toonaangevende boeken van deze stroming is De schaamte voorbij (1976) van Anja Meulenbelt. Het heeft als ondertitel ‘een persoonlijke geschiedenis’ en haakt daarmee aan bij dit autobiografische karakter van feministische literatuur. Het gaat over het leven van ‘Anja’, die als tiener een kind krijgt en daarom met de vader van het kind moet trouwen. Ze is nogal ongelukkig in het huwelijk en scheidt van haar man. Als ze naar de sociale academie gaat begint ze meer tot bloei te komen. Langzaam ontdekt Anja, door het lezen over de vrouwenbeweging, dat veel vrouwen kampen met dezelfde problemen als zij:
Ik lees, gefascineerd. Ze schrijft over mij. Over alle katers, na afloop van verhoudingen met mannen. Over de seksuele revolutie, die wel seksueel is maar niet revolutionair. Over hoe we ons laten uitbuiten, uitspelen tegen elkaar (...) Ik huil. Om de hardheid waarmee het er staat. Er is geen prins op het witte paard. Er is geen oplossing. Maar ik ben niet de enige die worstelt met dezelfde dilemma’s.
Ik ben niet alleen.
Ik ben niet alleen.
Ik ben niet alleen.
(Anja Meulenbelt, De schaamte voorbij. Een persoonlijke geschiedenis (Uitgeverij Van Gennep, Amsterdam 1976), p. 141.)
Net als het artikel ‘het onbehagen van de vrouw’ zorgde dit boek voor veel herkenning bij de lezers. Meulenbelt zet het personage ‘Anja’ ook duidelijk neer als iemand om je mee te identificeren. Het boek had veel maatschappelijke impact en droeg bij aan de zichtbaarheid van het feminisme. In verhalende vorm bracht het de boodschap van deze beweging naar buiten.
Andere belangrijke schrijfsters
Een andere schrijfster die aanhaakte bij deze stroming is Andreas Burnier (1931-2002), een eigenzinnige vrouw die zich aan het begin van de nieuwe vrouwenbeweging aansloot, maar later afstand nam omdat ze er dogmatische trekjes in ontwaarde. Vlaamse schrijfster Monika van Paemel was haar tijdgenoten vooruit toen ze begin jaren zeventig schreef over zelfbewuste vrouwen die in opstand komen tegen hun omgeving. Renate Rubinstein (1929-1990) was een beroemd columniste, die vaak een duidelijke boodschap had en zich onder andere inzette voor het feminisme. Doeschka Meijsing (1947-2012) identificeerde zich niet als feminist, maar was wel degelijk belangrijk voor de homo- en vrouwenemancipatie, omdat ze schreef over niet-standaard relaties en personages die zoekende zijn naar hun gender en seksualiteit.
Verdiensten van de beweging
Eind jaren zeventig waren intussen verschillende feministische tijdschriften over literatuur verschenen, zoals Opzij of het lesbische tijdschrift Lust en Gratie. Uitgeverij Sara zorgde ervoor dat boeken gedrukt werden die bij andere uitgeverijen geen kans hadden. Feministische literatuur had dus flink wat momentum gekregen door een heel eigen literair circuit op te zetten.
Later, in de jaren tachtig, klonken de schrijvers van tien jaar eerder niet zo vernieuwend meer als voorheen. Veel nieuwe schrijfsters debuteerden rond 1985 vrij succesvol buiten dit feministische circuit en schreven soms over vrouwelijke onderwerpen, soms ook niet. Dat deze generatie de vrijheid had om over deze thema’s te schrijven, is uiteraard een verdienste geweest van de schrijfsters van de Tweede Feministische Golf.
Fixdit podcast: Monika van Paemel: De vermaledijde vaders
In deze aflevering van de Fixdit-podcast is auteur Monika van Paemel zelf te gast om te praten over haar vaak bekroonde magnum opus De vermaledijde vaders uit 1985. In deze roman volgen we – verdeeld over vijf delen die sterk van toon en stijl verschillen - het leven van de Vlaamse Pamela van Puynbroeck. Annelies Verbeke interviewt Monika van Paemel en Gaea Schoeters over de grote thema’s in het boek: de strijd tegen het patriarchaat, de Tweede Wereldoorlog, opbouw en vernietiging, ouders en kinderen en de verwevenheid van het intieme leven met de geschiedenis. Het laatste deel van de roman speelde zich bij verschijning nog in de toekomst af, maar ligt inmiddels achter ons. Hoe is het als auteur om je alter-ego te overleven? Verder verschuiven we de blik naar ander werk binnen Van Paemels rijke oeuvre, waarin alles nauw met elkaar samenhangt.