Het smelt

Lize Spit, 2016

Het smelt, de debuutroman van de Vlaamse Lize Spit, kreeg kort na verschijnen meteen positieve recensies in Vlaamse en Nederlandse kranten en tijdschriften. Spits uitgeverij Das Mag wist succesvol aandacht te genereren voor de roman. Spit was veel te zien in talkshows en interviewprogramma’s en nominaties voor verschillende prijzen volgden. Het smelt won zowel de publieks- als juryprijs van de Bronzen Uil, haalde de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2017 en werd door NRC Handelsblad uitgeroepen tot Boek van het jaar 2016. Lize Spit werd zelfs zo vaak geïnterviewd over de roman dat zij ironisch opmerkte meer tijd te hebben gespendeerd aan de interviews dan aan het schrijven zelf. Het smelt werd mede door deze media-aandacht een weergaloze bestseller. Op het hoogtepunt van de verkoop werd er in Vlaanderen iedere drie seconden een exemplaar verkocht.

Drie verhaallijnen

Het smelt is ingenieus opgebouwd. Er wordt gewisseld tussen drie verhaallijnen: in het heden volgen we de uren van de dag waarop ik-verteller Eva met een enorm ijsblok vanuit haar huidige woonplaats Brussel vertrekt naar een reünie in haar geboortedorp Viersel. In andere hoofdstukken blikt Eva terug op de zomer van 2002. Deze hoofdstukken zijn van een datum voorzien en werken toe naar de vertelling van een jeugdtrauma van Eva. De overige hoofdstukken gaan meer in het algemeen over de jeugd van Eva in het Vlaamse dorp en de verschillende dorpsbewoners en hun gezinnen. Zo lezen we in het hoofdstuk ‘vier schaduwen’ over de gezinssamenstelling van Eva. Zij groeide samen met haar ouders, broer Jolan en zusje Tesje op in een rommelig huis dat direct grenst aan de snelwegafrit. Oudere broer Jolan was onderdeel van een tweeling, maar zijn tweelingzus overleed bij de geboorte doordat Jolans navelstreng rond haar nek zat. Haar afwezigheid werpt een schaduw over het toch al niet zo gelukkige gezin. Moeder controleert meerdere malen per dag of de kippen nog eieren hebben gelegd, zodat zij stiekem wijn kan drinken in het schuurtje. Iedereen in het gezin weet dat. Vader vertelt Eva als tiener over de strop die hij klaar heeft hangen voor zichzelf. Het is kortom geen gelukkige jeugd in een beklemmend dorp.

Dwangneuroses en verwaarlozing

Eva registreert de miserie van haar gezinsleden. Ze bekommert zich het meeste om haar zusje. Tesje lijdt aan dwangneuroses en kan bijvoorbeeld de achterdeur niet binnengaan zonder de deurklink op een specifieke manier aan te raken. Als het gezin een afgedankte computer van vaders werk krijgt, wordt die computer het instrument waarop Tesje haar neuroses botviert. Zelfs als de computer allang weer is afgedankt en Windows 95 is ingewisseld voor Windows 97, blijft ze typen op het ontkoppelde toetsenbord in de gang. Eva besluit de computer weer aan te sluiten om te kunnen lezen wat haar zusje typt. Uit die brij is geen zinnig woord af te leiden, behalve Eva’s eigen naam. Zo toont deze woordenbrij hoe weinig grip deze kinderen hebben op hun leven. In een treffende passage vergelijkt Spit hun opvoeding met de mislukte verzamelingen van haar moeder:

Audio file
Fragment voorgelezen door: Lieke van Rooij

‘Vader had me ooit gezegd dat het in haar karakter lag: aan iets te beginnen en het dan niet afmaken. Ik dacht eerst dat hij het over Jolans tweelingzusje wilde hebben, maar hij had er verder geen woorden aan vuilgemaakt. Pas toen was ik het beginnen zien: haar ongesorteerde postzegelverzameling, het metershoge bord van piepschuim waarop slechts een drietal kevertjes gespeld zat, de tientallen ongebruikte kookboeken, de oorbellen die ze kocht en nooit aandeed, de stapels stof waarmee ze nieuwe gordijnen zou maken, Jolan, Tesje en ik aan de tafel. Met ons had ze dezelfde goede bedoelingen gehad, het enige probleem was dat wij niet afgeweekt of opgedroogd waren, niet opgeplooid konden worden – elke dag hadden wij propere kleren en minstens drie keer iets te eten nodig. Wij waren gewoon de verzameling waarbij het falen het meeste opviel.’

Recensent Daniëlle Serdijn merkte in de Volkskrant op dat Het smelt ‘de essentie van verwaarlozing’ toont. Dit wordt invoelbaar gemaakt in de passage over de mislukte verzamelingen; af en toe krijgen de kinderen een minimale hoeveelheid aandacht. Verder moeten de drie het maar zelf uitzoeken.

Pageturner

Naast een zeer sterke sociaal-realistische roman is Het smelt bovenal een zeer plotgerichte pageturner. Spit slaagt erin om in alle drie de verhaallijnen een plot te verwerken. Wat doet Eva in het heden met dat enorme ijsblok in haar dorp? Wat gebeurde er met boerenzoon Jan en hoe beïnvloedde zijn dood de jeugd van Eva? En misschien wel de belangrijkste plot: hoe kan het dat Eva in de zomer van 2002 haar slipje verliest op straat, zodat zij zich later gaat afvragen hoe lang de afbraaktijd van een onderbroek in de natuur is? De zeer sterke focus op deze plots zorgt voor een vlotte stijl, waarin hier en daar foutjes in zinsconstructies sluipen. Spit zelf schrijft deze foutjes toe aan haar Vlaamse idioom. In de passages waarin een van de plots wordt onthuld, gaat Spit ook erg ver in haar beschrijving van gruwelijkheden. Hierbij geeft ze zo veel details dat het leed dat Eva ondergaat haast ongeloofwaardig wordt. Dit is vooral jammer omdat de sociaal-realistische passages in de roman zeer sterk zijn.

Rijneveld en Claus

In deze realistische passages doet het proza van Spit denken aan het proza van de jonge Nederlandse auteur Marieke Lucas Rijneveld. Net als Rijneveld beschrijft Spit het beklemmende plattelandsmilieu. Het is kenmerkend voor deze ‘millennial-auteurs’ dat zij hun eigen autobiografie hierbij verwerken in hun romans. Zowel bij Rijneveld als bij Spit is echter niet geheel duidelijk welke passages zijn gebaseerd op ‘echte’ gebeurtenissen uit hun jeugd op het platteland. Ook de Vlaamse auteur Hugo Claus putte inspiratie uit zijn jeugd. Meerdere recensenten brengen het werk van Spit in verband met het proza van Claus. Letterkundige Sven Vitse bijvoorbeeld, noemt in dit verband de passage waarin moeder na een bingoquiz met een kruiwagen naar huis moet worden gebracht. Net als in het werk van Hugo Claus wordt deze passage welhaast slapstick, terwijl de situatie toch invoelbaar blijft. Vader en moeder doen mee aan de jaarlijkse bingoquiz van de verenigingen uit het dorp. Moeder drinkt zo overmatig dat zij tegen een deur loopt en daarna haar volledige maaginhoud uitbraakt. Daarbij komen er bloedspetters op de muur. Tot overmaat van ramp wint het team van moeder niet, terwijl één van de vragen voor haar toch gemakkelijk te beantwoorden had moeten zijn...

Slapstick

In het dorp waar Het smelt zich afspeelt, is 1988 een uitzonderlijk jaar. Er worden in dat jaar slechts drie kinderen geboren: Eva, Jaap en Laurens, die zichzelf later 'de drie musketiers' gaan noemen. De vraag wat het geboortejaar 1988 voor het dorp zo bijzonder maakt, kan Eva’s moeder echter niet beantwoorden. Eva weet het wel, het antwoord is immers dat de drie musketiers in dit jaar werden geboren, maar haar moeder is door het drankmisbruik al niet meer te benaderen. Vader heeft vervolgens toch het prijswinnende lot in handen en mag een kleurentelevisie mee naar huis nemen. Als hij Eva opdraagt thuis de kruiwagen te gaan halen, weet je als lezer niet zeker of de kruiwagen voor moeder, voor de kleurentelevisie, of voor allebei bestemd is. Als moeder vervolgens plaatsneemt in de kruiwagen met de televisie op schoot, zorgt dit voor slapstick. Als lezer weet je al dat dit niet goed kan gaan en dat gaat het dan ook niet. De humoristische scène die zich afspeelt, doet niet alleen denken aan het proza van Claus, maar ook aan De helaasheid der dingen (2006) van de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst. De ‘nonkels’ (ooms) in deze roman misdragen zich al net zo erg als moeder. Niet geheel toevallig dat de filmproducent van de verfilming van Verhulsts roman in 2021 startte met de verfilming van Het smelt.

Gevaarlijke vriendschap

De hoofdstukken over de zomer van 2002 draaien om de vriendschap tussen de drie musketiers. Al vroeg in de roman weet de lezer dat de ontwikkelingen in deze zomer geen positieve herinnering vormen voor Eva. Jaap en Laurens bedenken een spel waaraan zij verschillende meisjes uit het dorp onderwerpen. Eva verzint een onmogelijk op te lossen raadsel. Bij iedere foute oplossing van het raadsel moet het aanwezige meisje een kledingstuk uittrekken. Dit begint nog vrij onschuldig, maar culmineert in een plot waarin de jongens zich verschrikkelijk misdragen met Eva als slachtoffer. Plotseling krijgt de schep op het omslag van de roman een lugubere betekenis. Al eerder liet de Vlaamse schrijver Elvis Peeters zulk pubergedrag treffend zien in zijn roman Wij uit 2009. Hier is een jong meisje slachtoffer van een lugubere verkrachting. Dit meisje overleeft de penetratie met een ijspegel niet. Waar Peeters’ roman stopt op de puberleeftijd, laat Spit Eva op volwassen leeftijd reflecteren op deze fase. Dit geeft de roman een diepere lading. Achteraf bezien zijn de spelletjes van de drie musketiers niet onschuldig en hebben deze ook jaren later nog een grote impact op Eva. Dat zij terugkeert naar het dorp met een enorm ijsblok, is begrijpelijk voor de lezer die de verschillende verhaallijnen aaneen heeft gesmolten.

 

Geschreven door Nienke Draaisma

Vlogboek: Lize Spit / A.F.Th. van der Heijden / Thomas Verbogt

In deze video bespreekt Jörgen de volgende drie boeken:
Lize Spit - Het smelt
A.F.Th. van der Heijden - Vallende ouders
Thomas Verbogt - Als de winter voorbij is