De achttien dooden

Jan Campert, 1941

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal de avond zien.

Met deze regels opent ‘De achttien dooden’ waarmee Jan Campert, de vader van de bekende schrijver Remco Campert, tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn naam als ‘verzetsdichter’ vestigde. Het volgens velen aangrijpende gedicht is het bekendste Nederlandse vers uit de oorlog en werd dan ook vele jaren voorgedragen tijdens de jaarlijkse 4 mei-herdenking op de Dam in Amsterdam. Het gaat over de executie van achttien Nederlandse verzetshelden door de Duitse bezetter en heeft een dramatische werking, niet alleen door het onderwerp - de terechtstellingen - , maar ook door het gehanteerde ik-perspectief. Het perspectief wekt de indruk dat Jan Campert het gedicht heeft geschreven aan de vooravond van zijn eigen executie. Dat was niet het geval.


Geuzen en Februaristakers

Het gedicht gaat niet over Jan Campert zelf, maar over de terechtstelling van vijftien leden van de verzetsgroep De Geuzen (een verwijzing naar het verzet tijdens de Tachtigjarige Oorlog, 1568 -1648) en drie communistische februaristakers op 13 maart 1941. De Februaristaking was op 24 februari van dat jaar begonnen als eerste grote protest in Nederland tegen de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter. Campert had geen directe relatie met de Geuzen, noch met de Februaristaking, maar hij was, net als veel andere Nederlanders, geschokt door de executies en wijdde er in 1941 een gedicht aan.  


Verzetsverzen

Het zeven strofen tellende gedicht van Campert, dat traditioneel is van vorm, roept op tot verzet en is sterk anti-Duits. De ik, ‘oprecht en trouw’, voelt dat hij niets anders kan doen dan de ‘ijd’le strijd’ aan te binden met de vijand die het land op brute wijze zijn vrijheid ontneemt. De lezer wordt tenslotte aangesproken en hem wordt gevraagd de ‘makkers’ te gedenken: ‘Gedenkt, die deze woorden leest,/ mijn makkers in de nood’. De slotstrofe kondigt het naderende einde aan:

Ik zie, hoe ’t eerste morgenlicht
door ’t hooge venster daalt –
Mijn God, maak mij het sterven licht,
en zoo ik heb gefaald,
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw genâ,
opdat ik heenga als een man
als ’k voor de loopen sta.


Doodstraf en censuur

De Duitse bezetter had in Nederland een strenge censuur ingesteld en op het drukken, verspreiden en bezitten van anti-Duitse teksten stond de doodstraf. ‘De achttien dooden’ was duidelijk een anti-Duits en dus levensgevaarlijk gedicht. Het circuleerde in de oorlogsjaren niet voor niets in ondergrondse kringen. Het verscheen eerst in het illegale Vrij Nederland en vanaf 1943 als losse geïllustreerde ‘rijmprent’ maar ook in illegale dichtbundels als het Geuzenliedboek. Daarin stond bijvoorbeeld ook het gedicht ‘Het carillon’ van Ida Gerhardt, waarin op verhulde wijze kritiek geuit wordt op de bezetting. Zij verwijst naar de christelijke gedichten van Valerius die zich in de Tachtigjarige Oorlog eveneens verzette tegen de vijand. Naast gedichten verschenen er tijdens en vlak na de bezetting romans die de oorlog en het verzet soms op een heel andere manier thematiseerden, zoals gebeurt in Pastorale 1943 van Vestdijk. De dagboeken van Anne Frank en Etty Hillesum, die vanuit de onderduik of de kampen werden geschreven, werden later ook tot de literatuur gerekend. 


Goed of fout?

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog bleef Camperts reputatie gekoppeld aan het verzet, zeker toen bleek dat hij in 1942 was omgekomen in een Duits concentratiekamp. Daar was hij terecht gekomen omdat hij een Joodse vluchteling had geholpen de grens over te steken. Alles paste in het beeld van een verzetsheld, tot biograaf Hans Renders in 2006 onthulde dat Campert helemaal geen held was geweest, meer een opportunist. Met het helpen van Joden kon bijvoorbeeld geld verdiend worden. Later kwamen er ook kritische verhalen los van medegevangenen uit het concentratiekamp. Was Campert nu goed of fout geweest in de oorlog? Zelfs het 8-uur journaal besteedde er aandacht aan. Niet alleen de status van de dichter, maar ook die van het gedicht ‘De achttien dooden’ begon te wankelen. Uiteindelijk liep alles met een sisser af. Een onderzoek naar het gedrag van Jan Campert leverde uiteindelijk geen harde bewijzen voor de geruchten. De reputatie van Jan Campert was gered. Dat neemt niet weg dat er verschillend geoordeeld wordt over de literaire waarde van het gedicht. Sommigen vinden het vrij traditioneel, zelfs clichématig op sommige punten, anderen vinden het juist een schitterend gedicht. Elsbeth Etty spreekt van een ‘smartelijk en woedend’ gedicht dat ‘ondanks eindeloos hergebruik’ overeind is gebleven. ‘De achttien dooden’ blijft, ondanks rimpelingen in de waardering, een belangrijke literaire ode aan het Nederlandse verzet.