Abele spelen

Auteur onbekend, ca. 1350

De Abele spelen zijn de vier oudste toneelstukken van wereldlijke en serieuze aard in West-Europa. Ze werden opgeschreven en bewaard in het handschrift-Van Hulthem. 

Wat doe je als je maar met zijn tweeën bent en toch een ingewikkeld verhaal wilt spelen? Tegenwoordig is dat niet zo lastig: met een videocamera, verschillende kostuums en slimme montage wek je al gauw de indruk dat er zes of zeven acteurs in het spel zijn. Maar ook in de middeleeuwen wisten ze hier wel raad mee: door van kostuums te veranderen konden spelen als Lanseloet van Denemerken door slechts twee acteurs worden opgevoerd. De spelen behoorden namelijk waarschijnlijk tot het repertoire van een beroepsgezelschap, dat meestal slechts uit een paar mensen bestond. 

De Abele spelen: een unicum

Het handschrift-Van Hulthem is een verzamelhandschrift dat van onschatbare waarde is voor onze kennis van het middeleeuwse toneel, met name omdat de Abele spelen erin zijn overgeleverd. De Abele spelen zijn niet alleen bijzonder omdat ze bij de relatief weinige overgedragen teksten in het Nederlands horen, ook in de middeleeuwen waren ze al uniek. Ze moeten verfrissend geweest zijn voor een publiek dat voornamelijk religieus en humoristisch toneel gewend was. Ook uniek is dat de verhalen specifiek voor het toneel waren gemaakt, en eens niet de zoveelste remake van een oud, voorspelbaar verhaal.

Het woord ‘abel’ wordt soms wel eens als ‘edel’ vertaald: de edele spelen dus. Een passende naam, want ze tonen een geromantiseerde ridderwereld. Anders dan in de klassieke ridderverhalen komen er geen gewelddadige gevechten of uitgestrekte bloedbaden in voor. De focus ligt in deze spelen op liefde, ethiek en standsverschillen. 

Het verzamelhandschrift dat onze bron is voor de spelen stamt uit ca. 1405 en vertoont Brabantse dialectkenmerken, maar over de abele spelen zelf kunnen we minder met zekerheid zeggen. De toneelstukken zijn alvast ouder dan het handschrift. Ze zijn misschien rond het midden van de veertiende eeuw opgeschreven, mogelijk in de regio rond Brussel.

Liefde

Het bekendste van de Abele spelen is Lanseloet van Denemerken. Het stuk werd steeds opnieuw opgevoerd, tot ver in in de achttiende eeuw. Het vertelt de historie van ridder Lanseloet en de verkrachting van diens hofdame Sanderijn. Het wekt vragen op die, zeker ook vandaag de dag, bijzonder relevant zijn: had Sanderijn beter moeten weten dan naar zijn kamer te gaan? Wie is verantwoordelijk voor het drama dat zich voordoet?

Ook in Gloriant vormt liefde de drijfveer voor het plot. Gloriant is de christelijke hertog van Bruuyswijc die niet geïnteresseerd is in trouwen, totdat hij het portret ziet van de islamitische prinses Florentijn. Hij valt als een blok voor haar, en tegen de raad van zijn familie in gaat hij naar haar toe. Florentijn valt snel voor Gloriant, en is bereid de volgende dag met hem te vertrekken. Wanneer de vader van Florentijn, Rodelioen, het koppel echter samen aantreft, veroordeelt hij hen beiden ter dood. Gelukkig worden ze bevrijd door de trouwe knecht van Florentijn en kan het koppel samen terugkeren naar Bruuyswijc. 

Esmoreit overschrijdt opnieuw de grenzen tussen het christendom en de islam. Niet zo verwonderlijk, als je weet dat een aantal kenners geloven dat Esmoreit en Gloriant door dezelfde auteur zijn neergepend. In het eerste deel wordt Esmoreit, kroonprins van Sicilië,  door zijn neef Robberecht, die zelf uit is op de troon, verkocht aan het hof van Damascus. De koning van Damascus had namelijk een voorspelling gehoord dat die prins hem zou vermoorden en zijn dochter Damiët zou huwen, en hoopt zijn lot te kunnen veranderen door de prins als een eigen zoon op te nemen in zijn hof. Vele jaren later verklapt Damiët dat Esmoreit een vondeling is, waarop Esmoreit besluit op zoek te gaan naar zijn ouders. 

Hier kan je de passage lezen waar Esmoreit na wel twee jaar zoeken eindelijk herenigd wordt met zijn moeder (vers 628-661). Vlak voor deze scène loopt hij, hopeloos en ontmoedigd, voorbij een gevangenis. Zijn moeder, die daar gevangen is, herkent de band rond zijn hoofd, want zij heeft die zelf gemaakt. De band toont het wapenschild van het koninkrijk Hongarije.
 

Oorspronkelijke tekst

 

De jonghelinc
Bi Mamet minen here, 
Vrouwe, dan sal ic u weigheren niet. 
Wi moghen mallec anderen ons verdriet
Claghen, want ghi sijt ghevaen, 
Ende groet verdriet es mi ghedaen, 
Want ic te vondelinghe was gheleit, 
Ende desen bant in gherechter waerheit
Daer soe lachic in ghewonden, 
Lieve vrouwen, doen ic was vonden, 
Ende voeren al dus openbaer
Op avontuere, oft iement waer, 
Die mi kennen mochte daer an.


Sine moeder
Nu segt mi, wel scoene man,
Wetti iet, waer ghi vonden waert?


De jonghelinc
O lieve vrouwe, in enen boegaert
Te Damast in ware dinc,
Daer soe vant mi die coninc,
Die mi opghehouden heeft.


Sine moeder
Ay god die alle doeghden gheeft,
Die moet sijn ghebenedijt!
Van herten benic nu verblijdt,
Dat ic gheleeft hebbe den dach,
Dat ic mijn kint anescouwen mach.
Mijn herte mochte wel van vrouden breken:
Ic sie mijn kint ende ic hoert spreken,
Daer ic om lide dit swaer tormint.
Sijt willecome, wel lieve kint, 
Esmoreit, ic ben u moeder
Ende ghi mijn kint, dies sijt vroeder, 
Want ic maecte metter hant
Esmoreit, selve dien bant. 
Daer in soe haddic u ghewonden , 
Esmoreit, doen ghi waert vonden 
Ende ghi mi genomen waert.

Moderne vertaling door Gerrit Komrij


De jongeling
Bij Mohammed, mijn Heer – goed dan. 
Ik zal het u niet weigeren, Vrouwe. 
Wij mogen samen onze rouw
Wel delen, want u bent gekluisterd
En mij is het leven duister: 
Ik ben te vondeling gelegd. 
En in deze doek hier, echt, 
Lieve Vrouw, lag ik gewonden
Toen ze mij hebben gevonden, 
Ik draag hem in het zicht en goed
Misschien, je weet het nooit, ontmoet
Ik iemand die me daaraan kent. 


Zijn moeder
Is het je, jongen, ook bekend
Waar ze je vonden? Zeg het gauw. 


De jongeling
In een tuin, o lieve Vrouwe. 
In Damascus, weet dat vrij. 
Aldaar vond de koning mij
Die me toen heeft grootgebracht.


Zijn moeder
Ai God, die het al het goeds vermag. 
Ik prijs uw naam! Van blijdschap springt
Mijn hart op en van duizeling 
Dat ik hem nog beleef, de dag
Dat ik mijn kind aanschouwen mag. 
Mijn hart kan wel van vreugde breken: 
Ik zie mijn kind en hoor hem spreken, 
Om wie ’k me in deze hel bevind.
Zijt wellekom, mijn lieve kind. 
Esmoreit, ik ben uw moeder
En jij mijn kind. Je hoort het goed. 
Ik zelve maakte, eigenhandig, 
Esmoreit, jawel, die band
Daarin, ja, had ik je gewonden, 
Esmoreit, toen ze je vonden
En men zich van jou ontdeed.

Vraag je je af hoe zo’n Middelnederlands toneelstuk geklonken kon hebben? Via de hieronder genoemde website kun je het fragment beluisteren.

Deze toneelstukken, waarin standverschil overwonnen wordt en liefde triomfeert, waren ideaal in een burgerlijke maatschappij waarin sociale mobiliteit voor het eerst mogelijk was. Eeuwenlang stonden je rechten en plichten al vanaf je geboorte vast afhankelijk van de klasse waarin je geboren werd: boerenstand, adel of geestelijkheid. Je leven werd bepaald door het lot. In de late middeleeuwen kwam de burgerij echter op, een klasse die hun macht ontleende aan hun rijkdom, vaak verkregen door handel. Het was een klasse die niet van plan was nog veel langer gebukt te gaan onder zo’n ouderwets regime. Het spel wordt dan ook niet voor niets beschouwd als het vroegste voorbeeld van het burgerlijk toneel, een genre dat in de komende eeuwen erg populair zou worden.

Een seizoensspel als uitschieter

Het laatste abel spel, Vanden winter ende vanden somer, is enigszins een vreemde eend in de bijt. Het ridderdecor maakt plaats voor een debat tussen de personificaties van de winter en de zomer. Toch blijft het thema de liefde, want ze discussiëren over de vraag welk seizoen het beste is voor de liefde. De zomer wekt sensuele gevoelens op, maar de winter zorgt ervoor dat mensen elkaars warmte opzoeken. Het spel gaat terug op een lange traditie van teksten waarin de zomer komaf maakt met de winter. Een voorbeeld is het toneelstuk van 1436, geschreven door Gerard van Woelbosch. Daarin  worden de zomer en de winter vertolkt door wel negen rollen. De zomerse figuren zijn vriendelijk en hulpvaardig, de winterse zijn onderdrukkend, vijandig en wreed.  Het is een clichématige tegenstelling, maar begrijpelijk in een tijd waarin de winter ellende, honger en angst met zich meebracht. In dat opzicht is het abel spel verrassend, want op het einde wordt er geconcludeerd dat de winter en de zomer twee zijden van dezelfde medaille zijn en niet zonder elkaar kunnen.

Ernst en ontspanning als tweeluik

Door de overgeleverde teksten weten we dat het publiek na een voorstelling werd aangemoedigd om nadien terug te komen. Er zijn vier abele spelen, dus de kans is groot dat er dagelijks één werd opgevoerd. Als toneelgroep hoop je dan natuurlijk dat het publiek tegen het einde voldoende vermaakt is om het vervolg te willen zien, anders zouden de inkomsten nogal tegenvallen. Omdat de abele spelen nogal serieuze stukken zijn, hadden de spelers een manier om te verzekeren dat het publiek in een goede stemming terug naar huis keerde: bij elk abel spel hoorde een klucht die naar alle waarschijnlijkheid vlak na het abel spel werd opgevoerd. Toch waren de kluchten meer dan flauwe grappen, want ze sloten inhoudelijk wel degelijk aan bij de abele spelen. De boodschap die in het abel spel op een serieuze manier werd gecommuniceerd aan de hand van een riddermodel, werd in de kluchten met humor herhaald aan de hand van belachelijke voorbeelden die toonden hoe het zeker niet moet. Ook de kluchten hebben dus een educatief doel.

Niet voor amateurs

Tegenwoordig wordt eenzelfde toneelopvoering vaak weken aan een stuk opgevoerd. Acteurs kunnen zich helemaal focussen op één tekst, en hebben een podium met alle nodige rekwisieten klaarstaan. In de middeleeuwen was dat heel anders, want zoals hierboven al werd aangehaald moesten toneelgroepen verschillende toneelstukken achter elkaar kunnen opvoeren. Beroepsacteurs trokken bovendien met paard en kar van stad tot stad om aan hun geld te komen, en konden ook niet veel meenemen. Daarom werden er voor de abele spelen waarschijnlijk weinig decorstukken gebruikt. Die waren ook niet nodig, want beroepsacteurs waren ervaren vertellers die hun publiek konden meesleuren in een verhaal door te vertellen wat, waar en hoe alles eruit zag.

Acteurs moesten wel relatief veel tekst vanbuiten kennen. Daarom is de taal van de Abele spelen vrij simpel. Bovendien is er gebruik gemaakt van geheugensteuntjes zoals het rijm. Zoals je in het fragment hierboven kan zien, rijmt de eerste regel van een personage steeds met de laatste regel van het vorige personage dat aan bod kwam. Dat zorgt niet alleen voor dynamiek, maar zo wisten de acteurs ook dat ze moesten rijmen.
 

MOOC: Esmoreit en Gloriant

In deze video vertelt Dieuwke van der Poel over de inhoud en context van de abele spelen Esmoreit en Gloriant

Het Waterhuis: Kees van Loenen over de Abele Spelen

Kees Van Loenen schreef een bewerking van de Abele spelen voor het hedendaags toneel. In deze video praat hij over de maatschappelijke relevantie die de Abele spelen vandaag nog hebben.