Maarten ’t Hart

Een verteller voor de gewone lezer
Maassluis, 25 november 1944
Geschreven door Hylke Boxem

Maarten ’t Hart groeide op in een streng gereformeerd gezin in Maassluis. Hij was een zeer begaafde leerling en ging biologie studeren in Leiden, waar hij later aan het werk ging als wetenschapper. Onder het pseudoniem Martin Hart debuteerde hij in 1971 met de roman Stenen voor een ransuil. Later verwierf hij grote bekendheid met de roman Een vlucht regenwulpen (1978), die een verkoopsucces werd. ’t Hart heeft in de loop der jaren tientallen boeken geschreven en zich als publiek schrijver over tal van onderwerpen uitgesproken.

Geloof, liefde, muziek en natuur

’t Harts werk is sterk autobiografisch getint. Hij schrijft veel over zijn ouders, zijn gereformeerde opvoeding en het geloof, dat hij in 1965 de rug toekeerde. Een vlucht regenwulpen is hier een goed voorbeeld van. De hoofdpersoon heet veelzeggend ‘Maarten’, komt uit een gereformeerd gezin en werkt net als de schrijver als bioloog aan de universiteit. Als zijn moeder op sterven ligt komen twee ouderlingen van de kerk langs, die haar vertellen dat ze niet door God vergeven kan worden omdat ze van het geloof is afgevallen. Maarten ontsteekt in woede en vliegt de ouderlingen aan.

Ik neem hun jassen en petten van de kapstok en gooi ze naar buiten. Ik heb bloed op mijn handen, mijn knokkels zijn geschaafd van de harde slagen. De oudste broeder staat stil op de kiezelstenen voor ons huis, hij neemt zijn jas op en sist: ‘Hier zullen we werk van maken.’
(Maarten ’t Hart, Een vlucht regenwulpen. Uitgeverij De Arbeidspers, Amsterdam 1978, p. 78.)

Liefde is ook een belangrijk thema voor ’t Hart. Het leidt in zijn boeken vaak tot leed. In Een vlucht regenwulpen koestert Maarten een hevige liefde voor zijn oud-klasgenoot Marta. Zij is alleen onbereikbaar voor hem en in de hele roman wisselen ze maar een paar woorden. In Onder de korenmaat (1991) zit componist Alexander in een afstandelijk huwelijk met zijn vrouw Joanna en begint hij een affaire met de vijftien jaar jongere Sylvia, wier liefde alleen langzaam begint te bekoelen.

Ze belde niet meer, en steeds viel mij in: maar ik kan haar toch bellen, en dan dacht ik vervolgens: nee, dat doe ik niet, ik wil me niet opdringen. Als zij nog contact wil, moet ze mij maar bellen. Het kostte mij van dag tot dag steeds meer moeite om bij het telefoontoestel uit de buurt te gaan.
(Maarten ’t Hart, Onder de korenmaat. Uitgeverij De Arbeidspers, Amsterdam 1991, p. 238.)

In Onder de korenmaat komt nog een belangrijk motief in het oeuvre van ’t Hart naar voren: de muziek. Alexander is als componist verknocht aan klassieke muziek en doet neerbuigend over de popmuziek waar Sylvia van houdt. Ook buiten zijn boeken steekt ’t Hart zijn bewondering voor componisten als Bach, Mozart en Schubert niet onder stoelen en banken. Hij heeft diverse essays gepubliceerd waarin hij in toegankelijke taal over hun muziek schrijft.

’t Hart heeft jaren als bioloog bij de Universiteit Leiden gewerkt. Zijn belangstelling voor de natuur, met name voor dieren, blijkt ook uit zijn boeken. Toen hij de P.C. Hooft-prijs won, maakte Mensje van Keulen – vriendin en collega-schrijver van ’t Hart – in haar lofrede een opsomming van de meer dan honderd diersoorten die het oeuvre van ’t Hart bevolken: van een dravende blauwschimmel tot een mangrovevink. ‘Ja, wat een prijswaardige, bonte stoet heeft zich in je unieke werk genesteld’, zei ze daarover. In 2014 verscheen de VPRO-serie Maartens moestuin, waarin ’t Hart aan het werk gaat in zijn enorme moestuin. Hij geeft de kijker tuiniertips en draagt, zoals het een ware schrijver betaamt, soms een gedichtje voor.

Aanwezigheid buiten het werk

Het verkoopsucces van Een vlucht regenwulpen kwam niet uit het niets. De jaren voor de publicatie was ’t Hart druk bezig geweest met het verwerven van bekendheid. Naast verhalen begon hij ook essays te publiceren, waarin hij niet alleen over literatuur schreef, maar ook over biologie, muziek, christendom en feminisme. Hij nam vaak stellige en provocerende standpunten in en kreeg daarom veel kritiek te verduren. Zo stelde ’t Hart in de essaybundel Een vrouw bestaat niet (1982) dat het feminisme religieuze trekjes ging vertonen, wat hem niet in dank werd afgenomen.

Schrijver voor de gewone lezer

Literatuur moet volgens ’t Hart toegankelijk zijn. De lezer moet zich kunnen inleven in de personages en daar emoties bij voelen. ‘Als je echt goed in een boek zit,’ stelt hij, ‘dan ga je er helemaal in op. Je vergeet de wereld om je heen. Dat is iets ongelofelijks. Het voelt bijzonder dat ik dat voor mijn lezers kan bereiken.’

‘t Hart heeft daarom weinig op met schrijvers die literatuur met opzet ingewikkeld maken, door te experimenteren met de vorm. Dat bestempelt hij als ‘academisch’. Dit leidde ertoe dat hij in 1980 in het tijdschrift De Revisor in debat ging met schrijver Frans Kellendonk. Kellendonk en andere Revisor-auteurs waren juist voorstander van vormexperimenten. Ze wilden daarmee zorgen dat lezers een kritische houding tegenover het verhaal zouden aannemen. Een opvallende vorm zorgt er namelijk voor dat de lezer eraan herinnerd wordt dat het verhaal slechts fictie is. ’t Hart vond dat literatuur zo te ingewikkeld wordt voor de gewone lezer. Vorm moet volgens hem zijn als het wiel van een auto: ‘[H]et moet vanzelfsprekend aanwezig zijn, zonder dat het nou zoveel aandacht moet krijgen.’

Bekroning

’t Hart beweerde lang dat dit meningsverschil de reden is dat hij altijd buiten de meer prestigieuze literaire prijzen viel. Hij meende dat zijn toegankelijke werk niet in de smaak viel bij de literaire elite. Anderen weten dit juist aan de geestdrift en eigenwijsheid waarmee ’t Hart in zijn essays tekeer kon gaan. Uiteindelijk heeft hij op 80-jarige leeftijd, in 2025, toch de P.C. Hooft-prijs mogen ontvangen. Juryleden omschreven zijn werk als ‘kritisch, schrijnend, liefdevol, spannend, kwetsbaar en geestig’.

Het marathoninterview: Maarten 't Hart (2007)

Aukje Holtrop in gesprek met Maarten 't Hart. In 2006 hield hij zich met uiteenlopende zaken bezig. Zo sprong hij in de bres voor Lucia de B., de verpleegkundige die volgens 't Hart ten onrechte vast zat voor moord. Dan was hij lijstduwer voor de Partij van de Dieren, en kwamen er twee boeken van hem uit, 'Mozart en de anderen', essays over muziek en de historische roman 'Het Psalmenoproer'. Over zijn fascinatie voor de bijbel en dan vooral voor die dingen in de bijbel die helemaal niet kloppen of uitgesproken onaangenaam zijn en over zijn grote afkeer van orthodoxe protestanten, vooral ook in de politiek.