Kader Abdolah

Van migrantenschrijver tot celebrity-auteur

Arak (Iran), 1954

Kader Abdolah kwam in 1988 op 34-jarige leeftijd als politieke vluchteling uit Iran in Nederland terecht. Zijn echte naam is Hossein Sadjadi Ghaemmaghami, Kader Abdolah is een pseudoniem. Hoewel hij zich als vreemdeling eerst de taal van zijn nieuwe vaderland moest eigen maken, is hij al gauw uitgegroeid tot een van de meest gelezen Nederlandse auteurs.

‘Een kleine revolutie’ in de Nederlandse literatuur

Al vijf jaar na zijn komst naar Nederland debuteerde Abdolah met een bundel korte verhalen in het Nederlands, De Adelaars (1993). Het boek werd bekroond met het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut van dat jaar. Daarna volgde een hele reeks prijzen en successen waarbij Abdolah onder meer werd uitgenodigd om een wekelijkse column voor de Volkskrant te schrijven. In 2007 werd zijn roman Het huis van de moskee (2005) zelfs gekozen tot de op een na beste Nederlandse roman aller tijden in een verkiezing georganiseerd door de NPS en NRC Handelsblad. Als eerste migrantenschrijver werd hij in 2011 gevraagd om het Boekenweekgeschenk te schrijven. Hij wordt geregeld geïnterviewd, geeft lezingen en treedt op in televisieprogramma’s. Zijn boeken zijn intussen naar maar liefst in vijfentwintig talen vertaald. De migrant die in de jaren negentig nog met de Nederlandse taal worstelde, is een celebrity-auteur geworden.

Kader Abdolah is de eerste ‘vluchtelingauteur’ in Nederland die zo succesvol is. Zijn toetreding tot de Nederlandstalige literatuur wordt een ‘doorbraak’ of ‘een kleine revolutie’ genoemd. Met een citaat uit Abdolah eindigt Hugo Brems bijvoorbeeld zijn literatuurgeschiedenis om het veranderende karakter van de Nederlandstalige literatuur te illustreren: ‘Ook de hemel, de aarde, de straten, de ramen, de deuren, de mannen en vrouwen, de bomen en de vogels van de Nederlandse literatuur zijn aan het veranderen. Er rijzen bergen op in de polders en de dijk loopt door de woestijn’.

Inkijk en spiegel

De bron van dit bijzondere succes is het feit dat Kader Abdolah bij uitstek een schrijver tussen culturen is. Zijn ervaringswereld en zijn dubbele referentiekader zorgen voor een alternatieve kijk op de werkelijkheid. Hij biedt de Nederlandse (en Vlaamse) lezer een inkijk in exotische werelden: Iran onder het regime van de sjah en de ayatollahs, de cultuur van de islam en ervaringen van een politieke vluchteling. Tegelijkertijd houdt hij de Nederlanders een spiegel voor. Zijn lezers kunnen in zijn boeken en columns hun cultuur door de ogen van een buitenlander zien. In zijn korte verhalen en zijn eerste roman, De reis van de lege flessen (1997), is de situatie van een asielzoeker in Nederland en het moeilijke proces van het aarden in een nieuw land een belangrijk motief. In Spijkerschrift (2000), Het huis van de moskee (2005) en De koning (2011) staat de Iraanse geschiedenis centraal die in de eerste twee boeken door het prisma van een familiegeschiedenis gepresenteerd wordt. In Spijkerschrift wordt een ander belangrijk motief uitgewerkt dat in Abdolahs werk vaak terugkomt, namelijk de relatie tussen vader en zoon. Net als zijn vroege werk presenteert hij ook deze romans als autobiografisch.

‘Migrantenschrijver’

Anders dan de meeste collega-schrijvers met een migratieachtergrond heeft Abdolah geen bezwaar tegen de label ‘migrantenschrijver’. Integendeel, hij benadrukt zijn status van buitenstaander en zijn worsteling met de Nederlandse taal. Hij ziet zijn tussenpositie ook als een voordeel: ‘Nu zit ik op het dak van een moskee in de Nederlandse samenleving, en dat vind ik heerlijk’. Daarnaast put hij uit de traditie van zijn land van herkomst. Hij beklemtoont zijn Perzische achtergrond en vervlecht de Nederlandstalige met de Perzische literatuur.

De belangrijkste bron van Abdolahs succes lijkt het exotische referentiekader van zijn boeken te zijn. Zijn verhalen en romans worden ‘moderne sprookjes’ genoemd, die ‘de sfeer van 1001 nacht ademen’. Maar niet alleen zijn boeken hebben een exotische uitstraling. De auteur zelf is ook een opvallende figuur. Zijn fraaie snor, zijn accent en zijn nadrukkelijke manier van praten zijn een handelsmerk geworden. Ondanks dat hij op zijn gehoor soms een on-Nederlands zelfverzekerde indruk maakt, breken zijn boeken verkooprecords en zitten de zalen waar hij lezingen geeft propvol.

Schrijver met een missie

Van 1996 tot februari 2011 schreef Abdolah wekelijks een column voor de Volkskrant. Hij koos voor de titel Mirza, wat in het Perzisch ‘kroniekschrijver van de koning’ betekent. Gedurende ruim vijftien jaar gaf hij commentaar op actuele gebeurtenissen in Nederland en in de wereld. Eén van de belangrijkste thema’s die in zijn stukken terugkeert, is het lot van de politieke vluchtelingen in Nederland. Abdolah stelt zich daarin op als advocaat van lotgenoten die uitgeprocedeerd dreigen te worden. Immigratie ziet hij als een natuurlijk proces dat niet gestopt kan worden en dat bovendien tot de verrijking van de Nederlandse en Europese cultuur leidt.

Polderkoran

Tegelijkertijd toont Abdolah zich een voorstander van assimilatie van migranten. Nieuwkomers moeten zich aanpassen, moeten de Nederlandse democratie leren waarderen en Nederlands leren. Zo vertelt hij geregeld over zijn eigen strijd om deze ‘vijandige’ taal onder de knie te krijgen en toont hij waardering voor de Nederlandse cultuur door geregeld naar de Nederlandstalige literatuur te verwijzen. Gerrit Komrij zei over hem: ‘Kader Abdolah is een typische Hollander die sprekend lijkt op een Iraniër die zich heeft vermomd als Hollander’.

Ook ziet hij voor zich een rol als bemiddelaar tussen de seculiere Nederlandse en de moslimcultuur. Zo besloot hij de Nederlandse lezer een ‘polderkoran’ te geven, een vertaling die bij de tijd en de context van het multiculturele Nederland zou passen. Het doel was om voor Nederlandse lezers een toegankelijke versie van het in Nederland omstreden boek tot stand te brengen die zou bijdragen aan het wederzijdse begrip tussen autochtone Nederlanders en de Nederlandse moslims.

Een aardappel door een papegaai vervangen

Daarnaast kondigde hij een nieuw tijdvak van de Nederlandstalige literatuur aan waarin getalenteerde nieuwkomers de literatuur zouden vernieuwen. Hijzelf stelde zich ten doel de Nederlandse taal magie in te blazen. Dat doet hij met zijn opvallende beeldspraak en verrassende woordgebruik, het effect van linguïstische en culturele kruisbestuiving tussen de Nederlandse en de Perzische cultuur. Een voorbeeld daarvan vinden we in het essay ‘Het Nederlands als mijn tweede vaderland’:

Een buitenlandse schrijver kon niets nieuws creëren met een aardappel in het Nederlands:
Ik ging naar de stad.
Ik kocht een aardappel.
Nee, ik gooide de aardappel weg. [...]. Een banneling zou iets anders moeten gaan kopen. Ik dacht dat ik een zinnetje op papier zou moeten zetten zodat ik niet meer in mijn dromen terug naar huis zou hoeven gaan. Ik waagde een poging:
Ik ging naar de stad.
Ik kocht een papegaai.
Ineens voelde ik dat de zinnetjes overeind kwamen. Ze gingen op hun eigen benen staan.

Vlogboek: Kader Abdolah / Stephan Enter / Marion Pauw

In deze video bespreekt Jörgen de volgende drie boeken:
Kader Abdolah - Het huis van de moskee
Stephan Enter - Compassie
Marion Pauw - We moeten je iets vertellen

Kader Abdolah: De Wereld Draait Door

Kader Abdolah praat in het TV-programma 'De Wereld Draait Door' over het boekenweekgeschenk van 2011, De kraai.