Wij slaven van Suriname

Anton de Kom, 1934

In het jaar 2020 deed zich iets bijzonders voor in de Nederlandse letteren: een boek dat 86 jaar eerder was verschenen en dat maar weinig lezers kenden, schoot opeens door naar de eerste plaats in de top tien van best verkochte boeken. Het ging om Wij slaven van Suriname van de Surinamer Anton de Kom (1898-1945). Die nieuwe belangstelling had alles te maken met de wijziging van de ‘canon van de Nederlandse geschiedenis’: Anton de Kom was opgenomen als representant van de dekolonisatie in ‘de West’ ofwel het Nederlands-Caraïbisch gebied - Suriname en de (voormalige) Nederlandse Antillen. De herdruk van De Koms boek viel natuurlijk ook midden in een tijd van Black Lives Matter en een hernieuwd bewustzijn in zaken als racisme, dekolonisatie en black consciousness. Wij slaven van Suriname zal nu ook verschijnen in het Duits en Engels.

Anton de Kom publiceerde zijn boek in 1934, een jaar nadat hij teruggekeerd was uit zijn geboorteland, waar de autoriteiten hem als opruier hadden gearresteerd en op de boot hadden gezet. Zijn enige ‘opruiende activiteit’ had bestaan in het noteren van de klachten van de kleine boeren die een erbarmelijk bestaan leidden. Bij de protesten na zijn arrestatie vielen doden en gewonden.


Zwart perspectief

De Kom was geboren in 1898 als kind van ouders die de slaventijd nog hadden gekend. Hij kreeg een goede opleiding, maar stuitte in Suriname met zijn huidskleur al gauw op de grenzen van zijn maatschappelijke carrière. Hij ging in 1920 naar Nederland en kwam daar in aanraking met de communistische beweging – de enige politieke beweging die pleitte voor onafhankelijkheid voor de Nederlandse koloniën. Op basis van onderzoek dat hij al in Suriname begonnen was en dat hij voortzette in Nederlandse archieven en bibliotheken, schreef De Kom Wij slaven van Suriname, een geschiedenis van drie eeuwen gruwelijke Nederlandse koloniale geschiedenis, en de decennia ná de afschaffing van de slavernij toen vanaf 1873 Brits-Indische en vanaf 1890 Javaanse contractarbeiders naar Suriname werden gehaald om op de plantages te werken. 

De Kom was geïnspireerd door de felle aanklacht van Albert Helman tegen het ‘liefdeloze kolonialisme’ van Nederland, zoals hij dat verwoord had in de epiloog van zijn boek Zuid-Zuid-West (1926). Wij slaven van Suriname was een radicale herschrijving van de Surinaamse geschiedenis, voor het eerst helemaal vanuit het zwarte perspectief van een landskind. Het is ongelooflijk dat hij de moed, de geestkracht en het doorzettingsvermogen had om dat te doen, want hij moest zowat elke episode van de Nederlandse koloniale geschiedenis vanuit een totaal andere optiek herzien. Natuurlijk baseerde hij zijn boek op eerdere  geschiedschrijvingen van Suriname, maar De Kom keert de rollen om: leiders van slavenopstanden zijn bij hem geen naamloze bandieten, maar helden en voorbeeldfiguren wier namen met trots vermeld kunnen worden. Hij is fel kritisch over de eeuwenlange uitbuiting van Afrikanen die met geweld werden gedwongen tot een uitzichtloos bestaan van ploeteren in de suikerfabrieken en op de plantages. Vervolgens geeft hij ook aan hoe de Aziatische arbeiders die uit China, India en Indonesië werden aangetrokken ná de afschaffing van de slavernij het slachtoffer werden van een systeem dat hun positie nauwelijks beter maakte dan die van de slaven.


Nationaal, internationaal

De Koms boek legt de vinger op de zere wonde, door aan te geven hoe zo’n eeuwenlange geschiedenis van onderdrukking verwoestend uitwerkt op de geest van de slachtoffers. “Geen volk kan tot volle wasdom komen dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft,“ schrijft hij. Die psychische invloed van koloniale repressie zou pas twintig jaar later onderwerp worden van de baanbrekende studies van de Frans-Martinikaanse psychiater Frantz Fanon. De Kom was internationaal georiënteerd, maar zijn werk was nationaal van focus. In de Verenigde Staten kwamen de Black Movement en de Harlem Renaissance op met krachtige oproepen tegen de achterstelling van zwarte Amerikanen, maar met die beweging had De Kom nauwelijks contact. In Nederland vond De Kom wel geestverwanten in Indonesische nationalistische studenten als Mohammed Hatta. Op eilanden in het Caraïbisch gebied ontwikkelde zich het anti-kolonialistische denken, maar andere Caraïbische herschrijvingen van de geschiedenis zoals die van C.L.R. James en Eric Williams verschenen pas jaren ná Wij slaven van Suriname

De Kom was een communist die zijn sterke betrokkenheid laat zien bij het lot van de uitgebuite klassen. Maar Wij slaven van Suriname is eerst en vooral een humanistisch boek, omdat het zich onttrekt aan politieke schema's en niet de slavernij, de landbouweconomie of het koloniale bestuur centraal stelt, maar de Surinaamse mens en zijn lot voorop zet. Het is die menselijkheid die het boek nog altijd zo aangrijpend maakt. De Kom schreef een non-fictieboek, maar hij vertelt gepassioneerd en meeslepend en probeert met veel vertellende passages zijn boodschap zo krachtig mogelijk over te brengen. Dat blijkt ook al uit de openingsalinea, die bestaat uit één lange, beschrijvende zin:

Van 2 tot 6 graden Zuiderbreedte, van 54 tot 58 graden Westerlengte, tusschen het blauw van den Atlantischen Oceaan en het ontoegankelijke Toemoek-Hoemak gebergte, dat de waterscheiding vormt met het Amazone-bekken, gevat tusschen de breede waterstroomen der Corantijn en Marowijne, die ons van Britsch en Fransch Guyana scheiden, rijk aan ontzaglijke bosschen, waar de groenhart, de barklak, de kankantrie en de kostbare bruinhart groeien, rijk aan breede rivieren, waar reigers, wieswiesies, ibissen en flamingo's hun broedplaatsen vinden, rijk aan natuurlijke schatten, aan goud en bauxiet, aan rubber, suiker, banaan en koffie... arm aan menschen, armer aan menschelijkheid.


Ontvangst van het boek

Wij slaven van Suriname heeft altijd veel controverse opgeroepen. De Indische schrijver Eddy du Perron bracht grote waardering voor het boek op, maar het boek ondervond ook veel weerstand, vooral door mensen die angst hadden voor communistische denkbeelden. Naoorlogse Surinaamse nationalisten ontdekten het boek en beschouwden het als hun bijbel, maar het duurde tot 1971 voordat een eerste herdruk verscheen, daarna werd het boek regelmatig herdrukt, tot het succesjaar 2020. Het boek is door allerlei politieke groeperingen opgeëist, bijvoorbeeld ook door het militaire regime van na de militaire coup in Suriname van 1980. Dat deed De Kom geen goed, al kon hij daar uiteraard zelf niets aan doen. Tegenwoordig wordt het boek beschouwd als een van de kernteksten van dekoloniserend denken.

Anton de Kom heeft nog meer geschreven, onder meer gedichten, de historische roman Ons bloed is rood, de roman Om een hap rijst, het kinderboek Ba Anangsieh, verhaaltjes van de spin uit Suriname en het filmscript Tjiboe, maar bijna al dat werk bleef ongepubliceerd, afgezien van de poëzie-uitgave Strijden ga ik (1969).

In de oorlogsjaren droeg De Kom bij aan het verzet tegen de nazibezetting van Nederland. Hij werd verraden, gearresteerd en hij stierf in 1945 een ellendige dood in het Duitse concentratiekamp Sandbostel. Dat iemand de grootheid kon opbrengen om zij aan zij te vechten met de nazaten van de koloniale bezetters van zijn land, bewijst eens te meer hoezeer Anton de Kom een principieel vechter was voor de vrijheid van de mens.