Slaaf kindje slaaf / Hoe mooi wit ik ben

Dolf Verroen, 2006
Geschreven door Liselotte Dessauvagie

In de jeugdroman Slaaf Kindje Slaaf van Dolf Verroen uit 2006, in 2016 heruitgegeven onder de titel Hoe mooi wit ik ben, wordt een bijzondere focalisator opgevoerd. Verroen kiest voor de dochter van een plantagehouder als hoofdpersonage. De vanzelfsprekendheid van slavernij in haar leven is in de huidige tijd maar moeizaam in te voelen. Dolf Verroen zet juist door dit vertelperspectief een indringend beeld van slavernij neer.

Het verhaal gaat over Maria, een meisje dat op een plantage woont in een niet nader genoemd land in een niet nader gespecificeerde tijd. De zinnen en hoofdstukjes zijn kort en kernachtig. In het nawoord legt de auteur uit wat de verhouding is tussen feit en fictie: “Alle mensen in dat verhaal zijn verzonnen, ik weet niet waar het zich afspeelt, toch is alles echt gebeurd”. Het verhaal is dus volledig fictief en staat los van historisch controleerbare feiten. Desalniettemin benadrukt Verroen dat dit fictieve verhaal model staat voor hoe het er feitelijk aan toe ging.

Een slaaf cadeau

Het verhaal vertelt over Maria, ze wordt twaalf jaar. Haar grootouders en tantes komen op bezoek. Van haar vader krijgt ze een eigen slaafje, Koko, cadeau. Maria is er blij mee. Vader koopt een nieuwe slavin op wie hij een oogje heeft, tot ergernis van moeder. Vader vertrekt voor een poosje naar zieke grootvader. Nu leidt moeder de plantage met straffe hand. Ze slaat de nieuwe slavin zodat deze verminkt raakt. Tussendoor komen de ‘tantes’ regelmatig op de thee en bespreken het leven op de plantage. Maria maakt zich ondertussen druk over Lukas, zoon van tante Erda, waarmee ze later wil trouwen.

Als vader terugkomt, wordt besloten om Koko en de verminkte slavin te verkopen. Maria krijgt nu slavin Oela, die bij tante Erda vandaan komt. Dan krijgt Oela plotseling een baby. Tante Erda vertelt dat Lukas een jaar naar het buitenland gaat. Maria constateert dat de baby van Oela te wit is en dus geen slaaf als vader kan hebben. Maria is diep geschokt als het kind van Lukas blijkt te zijn. Tot slot krijgt Maria een gouvernante. De titel Slaaf Kindje Slaaf lijkt een ironische verwijzing naar het welbekende bakerliedje ‘Slaap kindje slaap’. Een geruststellend liedje waarin de toegezongene zich nergens druk over hoeft te maken, zoals hoofdpersoon Maria zich ook nooit druk maakt over de slaven.

Schaamteloos

Hoofdpersoon Maria is duidelijk gewend aan het leven op de theeplantage. Ze heeft geen vriendinnen, broers of zussen en leeftijdgenootjes om mee te spelen. Ze vult haar dagen met ronddwalen op de plantage waarbij ze zich verveelt. En ondanks haar aanvankelijke weerstand is ze uiteindelijk blij met haar gouvernante. In haar wereldbeeld is het hebben van slaven volstrekt normaal. Ze is blij met haar slaafje op haar verjaardag en maakt zich drukker over het feit dat het zweepje niet in haar tas past dan over Koko zelf. In de vanzelfsprekendheid waarmee Maria slavernij accepteert, volgt zij haar ouders en andere mensen in haar omgeving. Maria is in ons huidige tijdsbeeld schrikbarend schaamteloos.

Vanzelfsprekend

In Slaaf Kindje Slaaf lijkt alles vreemd voor de hedendaagse lezer. Onderzoekers Vanessa Joosen en Katrien Vloeberghs geven aan dat het vooral de volledige vanzelfsprekendheid is waarmee Maria en haar familie met de slavernij omgaan, die in deze roman voor die vervreemding zorgt:

Wat absoluut vanzelfsprekend is voor een kind dat ten tijde van de slavernij opgroeit en dat tot de heersende klasse hoort, botst ongenadig met de ideologie van verdraagzaamheid, gelijkheid en politieke correctheid waarmee de kindlezer van vandaag vertrouwd is.

De belevingswereld van de hedendaagse lezer en die van Maria staan haaks op elkaar, waardoor het voor de lezer bijna niet mogelijk is om zich met Maria of andere personages te identificeren. Doordat de lezer voortdurend via het ik-vertelstandpunt en de focalisatie vanuit Maria met haar opvattingen wordt geconfronteerd, heeft Slaaf Kindje Slaaf een vervreemdend effect.

De vanzelfsprekende normen en waarden van Maria ten aanzien van slaven staan in groot contrast met het hedendaags perspectief. Maria en haar familieleden zijn zonder meer wreed naar de slaven toe, zonder zich er van bewust te zijn. Voor hen is het vanzelfsprekend om slaven als ‘dingen’ en niet als mensen te behandelen. Eén van de meest ontluisterende voorbeelden is deze:

Weet je nog dat ik was gaan roeien?
Het kind van mijn slavin ging tekeer…
Onverdraaglijk.
Ik heb er drie keer wat van gezegd,
toen was mijn geduld op. 
Ik heb het opgepakt
en een tijdje onder water gehouden. 
Toen was het goed stil. 
Dat verzeker ik je.
Tante Amy knikte:
Slavinnen zijn een ramp, een ramp. 
Mama liet de thee afruimen.

Terwijl de lezer nog moet verwerken dat het kind van de slavin voor eeuwig stil zal zijn omdat het is verdronken, gaat moeder over tot de orde van de dag. De aanwezigen reageren instemmend op het verhaal. Slavinnen, dat is gedoe…

Hoe mooi wit ik ben

Maria heeft een heel ander beeld over slaven dan nu gebruikelijk is. In haar ogen zijn slaven er om de blanken te dienen en als dat niet helemaal naar haar zin gaat, irriteren ze haar. Wanneer ze voor haar verjaardag dansen valt haar opeens op ‘hoe zwart ze zijn, hoe mooi wit ik ben’. In de herdruk van 2016 heeft het boek deze zinssnede als titel meegekregen. De herdruk kreeg meer aandacht van recensenten. In 2020 ontstond er ophef over het boek omdat het verhaal verkeerd begrepen werd en men dacht dat het boek zonder leesbegeleiding van een volwassene juist slavernij zou verheerlijken. Dat had Dolf Verroen er nu juist níet mee bedoeld, getuige zijn nawoord. Uitgever Leopold publiceerde lessuggesties om in de klas met het boek aan de slag te gaan.

‘Plaatsvervangende schaamte’

Slaaf Kindje Slaaf is een gedurfd boek, zo vindt ook recensent Bas Maliepaard in Trouw:

Dolf Verroen kiest niet voor een invoelbaar slachtofferperspectief of voor het verhaal van een dader die tot inkeer komt, zoals jeugdauteurs meestal doen. (…) Het even onprettige als intrigerende boek (…) bezorgt de lezer het ongemakkelijke gevoel van plaatsvervangende schaamte dat lang blijft zeuren. Verroen (…) laat zijn lezer diep nadenken en zelf oordelen.

Volgens Maliepaard moet de lezer zelf een oordeel vormen over de gebeurtenissen. Dat dit niet gemakkelijk is komt door de grote mate van vervreemding, er zijn weinig aanknopingspunten met de hedendaagse kijk op mensenrechten en ideeën over verdraagzaamheid. Juist door dit ongebruikelijke en ook ongemakkelijke vertelstandpunt te kiezen benadrukt Verroen extra de wreedheid van de slavernij en onmondigheid van de slaven en zorgt hij dat Slaaf kindje slaaf een belangrijk boek is.