Rubben

Auteur onbekend, ca. 1400-1420
Geschreven door Jesse de Kleijn

Rubben is een van de vier komische toneelstukken die zijn opgenomen in het handschrift-Van Hulthem. In deze sotternie staat het conflict tussen een moeder, haar schoonzoon en haar man centraal.

We houden ervan om te lachen en tegenwoordig kan dat op talloze manieren. Acteurs vermaken ons in sketches op tv, sociale media en in de bioscoop. In theaters brengen cabaretiers met muziek, typetjes en grappen het publiek aan het lachen. Dit is geen nieuw verschijnsel, want ook in de middeleeuwen werden de lachspieren van bezoekers door acteurs getraind. Voor de middeleeuwer kon toneel een serieuze zaak zijn, maar ook vermaak. In het Hulthemse handschrift is dat duidelijk terug te zien: voor elk serieus toneelstuk is er ook een komische klucht.'

Rubben is zo'n grappig toneelstuk over de verhouding tussen mannen en vrouwen. Het toneelstuk gaat over Rubben, die drie maanden geleden in het huwelijksbootje stapte met zijn vrouw. De tekst begint als Rubben thuiskomt en ontdekt dat zijn vrouw bevallen is van een kerngezonde baby. Dat is vreemd, want een zwangerschap duurt toch echt langer dan drie maanden. Rubben vermoedt daarom dat hij bedrogen is. Zijn schoonmoeder probeert hem vervolgens met allerlei bizarre argumenten te overtuigen dat hij niet goed heeft geteld. Zo zouden nachten en dagen bijvoorbeeld apart geteld moeten worden. Daarnaast trommelt de schoonmoeder haar man Gosen op als extra ondersteuning. Het blijkt namelijk dat Gosen ook dacht dat zijn vrouw overspel had gepleegd, maar uiteindelijk heeft zijn vrouw hem overtuigd dat daar geen sprake van was. Rubben kan dus blijkbaar net zo slecht rekenen als Gosen. Door de argumentatie van zijn schoonmoeder en schoonvader gaat Rubben geloven dat hij inderdaad een fout heeft gemaakt. Hij gaat naar de keuken om eten te bereiden voor zijn vrouw en bedankt gode onsen lieven here, Dat si mi soe sconen kint heeft bracht.'

De realisatie

Heel even lijkt het alsof de schoonmoeder en haar dochter met de leugen zijn weggekomen, totdat Gosen zich plotseling realiseert dat hij en zijn schoonzoon voor de gek zijn gehouden. Woedend richt Gosen zich tot zijn vrouw:

Gosen.
Ghi ende u dochter sijt beide lac:
Ghi soudes Rubben vele ontmeten!
Ic hebbe oec wel selc dinc geweten,
Dat ghi mi alte male ontgaeft.

Dwijf.
Ic waen, ghi noit niet an mi en saecht,
Ghine mochtet wel vertrecken met eren.

Gosen.
Ghi wet soe vele loser keren;
Al sie ic een dinc, ghi gheeft mi anders te verstaen,
Als ghi Rubben hebt ghedaen
Ende hebt hem neghen voer drie ghetelt
Ende hebbet hem alsoe wel ghespelt,
Dat hi daer jeghen niet en can geseggen.
Maer ghi ende ghi conet soe wel omleggen
Ende maect den selken mans die mouwe. 

Gosen
Gij en uw dochter zijn beiden loszinnig:
Gij zou Rubben veel bedriegen!
Ik heb ook wel geweten,
wat gij mij velen keren uit het hoofd praatte.

De vrouw
Ik denk, dat jij nooit iets aan mij hebt gezien,
Gij mag dan wel met eer vertrekken.

Gosen
Jij kent zo veel valse streken
Al zie ik een ding, jij laat het mij anders begrijpen
Zoals jij dat bij Rubben hebt gedaan
En hem negen voor drie hebt laten tellen
En het hem zo goed hebt verteld,
Dat hij daar niets tegen in kon brengen.
Maar jij en de jouwen kunnen de waarheid goed verdraaien
En naaien zulke mannen een oor aan.

Na de tirade van Gosen waarin hij zijn vrouw beschuldigt van bedrog, wordt zijn vrouw woedend. Ze dreigt zijn tanden uit zijn mond te slaan, waarna Gosen en zijn vrouw daadwerkelijk met elkaar op de vuist gaan. Met de regieaanwijzing 'Hier vechten si' wordt het toneelstuk afgerond.

De strijd om de broek

Ruziƫnde stelletjes, overspel of de verhouding tussen man en vrouw zijn in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd vaker het onderwerp van toneelstukken. Zulke opvoeringen bevatten vaak twee personages: bazige vrouwen en sullige mannen die zich om de tuin laten leiden. Dit thema wordt aangeduid als de 'strijd om de broek', oftewel de strijd om te bepalen wie de baas is in het gezin. Hoewel de vrouw van Rubben niet meespeelt in het toneelstuk, is het thema van Rubben ook de strijd om de broek, omdat Gosen en zijn vrouw aan het eind van het toneelstuk met elkaar in conflict raken.

Een moderne lezer kan zich afvragen wat Rubben grappig maakt en of middeleeuwers het alleen grappig vonden of dat er ook andere emoties opkwamen bij het zien van de sotternie. Enerzijds worden in komische films of series regelmatig overspel gepleegd door mannen of vrouwen. Zo gaat de volkszanger Martin Morero in Gooische Vrouwen ieder seizoen vreemd en wordt in de film Smoorverliefd overspel gepleegd door een vrouw. De gemiddelde bioscoopganger windt zich hier niet heel erg over op, omdat het overduidelijk grappig bedoeld is.

Anderzijds zijn de middeleeuwen een andere tijd met andere opvattingen, normen en waarden. Hoewel overspel waarschijnlijk regelmatig voorkwam in de middeleeuwen, zag de kerk overspel als een ernstige zonde. Daarnaast gebeurt er aan het eind van Gosens tirade iets aparts. In eerste instantie richt hij zich op zijn vrouw en schoondochter, maar tegen het einde van zijn tirade verschuift zijn focus naar vrouwen in het algemeen. Gosen zegt namelijk: 'Maer ghi ende ghi conet soe wel omleggen/ Ende maect den selken mans die mouwe.' ''Ghi ende 'ghi' betekent jij en jouw volkje, waardoor Gosens vrouw en zijn dochter worden verbonden met vrouwen in het algemeen. Zo krijgt dit komische stuk aan het eind misschien toch nog een serieus randje. Het schetst namelijk het beeld dat vrouwen leugenachtig zijn. Was het toneelstuk dan niet alleen komisch, maar ook moraliserend?

Opvoering

Hoe komisch Rubben was, hangt voor een groot deel af van de manier waarop de acteurs hun rol vertolken. Als Rubben en Gosen worden gespeeld als de grootste druiloren van de Lage Landen, zal het puur vermaak zijn. Het wordt dan moeilijk om je met Rubben of Gosen te identificeren, omdat niemand in het publiek zo dom is als Rubben of Gosen. Maar stel je voor dat deze personages worden gespeeld als goedgelovige maar ook sympathieke mannen. Dan kan dat medelijden of zelfs boosheid opwekken bij het publiek. Welke betekenis het publiek aan een opvoering geeft, hangt dus niet alleen af van het script, maar ook aan de manier waarop het script wordt voorgedragen.