Blauwe tomaten
De roman Blauwe tomaten van de Curaçaose auteur Elodie Heloise verscheen in 2023 bij uitgeverij In de Knipscheer en kreeg het jaar daarop een plaats op de longlist van de Libris Literatuurprijs. In dit boek komen tal van typisch Curaçaose problemen voorbij, waarbij tegelijkertijd de emotionele wereld zeer herkenbaar blijft, ook voor lezers aan de andere zijde van de oceaan. Zoals bij veel zaken in de voormalige Nederlandse kolonie Curaçao spelen de overzeese banden een rol in het verhaal.
Curaçao
Van Elodie Heloise verscheen eerder bij dezelfde uitgeverij de verhalenbundel Woestijnzand (2012), die ook verhaalt over allerlei aspecten van het Curaçaose leven. Verder schreef zij Herinneringen aan Curaçao (2006), reisverhalen en een jeugdboek. De schrijfster werd geboren in Utrecht in 1968, maar bracht haar jeugdjaren door op het Caraïbische eiland, verkaste voor lange tijd naar Nederland en vestigde zich daarna weer op Curaçao, waar zij werkte in de journalistiek en de kunstwereld. Die pendelbeweging zie je ook terugkeren in Blauwe tomaten bij de personages Hannah en haar dochter Dominique. Elodie Heloise ontleent veel aan haar eigen ervaringen zodat dat deze roman uitgesproken biografisch wordt.
Stem en tegenstem
Het weergeven van de inhoud van het boek is niet echt eenvoudig. Dat komt op de eerste plaats omdat het verhaal achronologisch verteld is. De auteur biedt telkens fragmentjes aan van wat er in het verleden is gebeurd, maar die fragmentjes staan niet in chronologische volgorde. Net als in een detective geeft de auteur telkens stukjes van de grote puzzel prijs. Daarnaast wisselt het vertelperspectief regelmatig: het verhaal wordt telkens vanuit een ander personage verteld en die verschillende visies staan soms haaks op elkaar. Bovendien heeft de overgrootmoeder van Dominique ook een stem, terwijl ze in het verhaal geen directe rol speelt: in de cursieve gedeelten biedt zij een tegenstem aan de gedachten van Dominique. Hiermee geeft de auteur vorm aan een karakteristiek Caraïbisch element: ook de al lang gestorven voorouders spelen in het dagelijkse leven van de mensen een rol. De vele personages en hun bijnamen maken de reconstructie van de precieze gebeurtenissen ten slotte ook niet gemakkelijk. Ook dit is een typisch Caraïbisch element: op de Nederlands-Caraïbische eilanden en in Suriname krijgen mensen vaak een bijnaam. Zo duikt in Blauwe tomaten Wesu op (bot of been in het Papiamentu), een andere naam voor ht personage Dimitri van Dam.
Seksueel misbruik
Er zijn in Blauwe tomaten vier hoofdpersonen. Dominique is een journaliste die veel angst heeft gekend in haar jeugd, omdat haar vader Dimitri haar moeder mishandelde. Zij vraagt zich af waarom haar moeder Hannah dit heeft laten gebeuren, tot ze uiteindelijk halsoverkop met haar dochter naar Nederland is vertrokken. Ook breekt Dominique zich het hoofd over de vraag waarom haar vader naar Canada is vertrokken en nooit meer iets van zich heeft laten horen. Zij weet niet dat haar vader, een begaafd jurist die als jongetje zwaar is misbruikt door de paters, terug is gegaan naar het eiland en daar aan de drank is geraakt. Hij heeft homoseksuele contacten. Uit de proloog: Terwijl hij ontsnapt, ontsteekt de zee in woede. Een medeplichtige vindend in de opstekende wind die de golven opzweept. Zout water spat tegen de kust uiteen en stoomt het land op. De zee slaat hem in het gezicht. Wil hem wakker houden. Maar ze is te laat en vlak voordat hij knock-out gaat, ziet hij hoe de toornige rug bereden wordt door een uitzinnige demoon die de geteisterde golven tot wanhoop drijft met de zwiepende slagen van een rozenkrans. Dominique is ook teruggekeerd naar Curaçao, waar zij samenwoont met ene Marlon, die wel voelt dat er een grote onrust in Dominique leeft. Marlon en Dominique hebben Kevin in huis genomen. Hij is de niet-erkende zoon van de minister Luciano. Kevin heeft ook een rotjeugd achter de rug: hij heeft meegemaakt hoe zijn stiefvader zijn zusje misbruikte. De gebeurtenissen komen in een stroomversnelling wanneer Hannah, de moeder van Dominique, het dagboek van haar dochter ontdekt en begrijpt hoe moeilijk zij het heeft gehad. Zij besluit ook naar Curaçao te vertrekken om openheid van zaken te geven aan haar dochter. De belangrijkste ruimte in het verhaal is Kuida Próhimo (Papiamentu voor: verzorg je naaste). Het is een opvangcentrum voor chollers (zwervers) en wordt beheerd door Shon Mi, ofwel Marie. Het centrum heeft het financieel moeilijk en wordt in zijn bestaan bedreigd doordat minister Luciano plannen heeft om op die plek een project te ontwikkelen waaraan hij zelf flink zal verdienen. Dan komen alle draden bij elkaar. Er komt een actie op gang om het centrum te redden. Gesteund door pastoor Bree krabbelt Dimitri overeind uit zijn zwerversbestaan en hij brengt de financiën van het centrum op orde. Dominique kent als journaliste de wegen om publiciteit te genereren. Er wordt een compromitterend dossier samengesteld over de corrupte Luciano. Iedereen verzamelt zich bij diens ministerie, waar hij, onder druk van het dossier, zijn plannen om het centrum te laten verdwijnen moet intrekken.
Hoop
Elodie Heloise vervlecht in het verhaal allerlei zaken die de geschiedenis van Curaçao getekend hebben en die voor een deel nog altijd bestaan: de corruptie van politici, incest en huiselijk geweld, de rol van de paters en hun misbruik van kinderen, vaders die kinderen verwekken maar hun verantwoordelijkheid niet nemen, armoede en de macht van geld, schaamte en de cultuur van zwijgen. Opmerkelijk is overigens dat, anders dan in de verhalenbundel Woestijnzand, de slavernij geen rol speelt. Het verhaal wordt geschraagd door enkele duidelijke motieven. De titel Blauwe tomaten verwijst naar de blauwe plekken die mishandelde vrouwen oplopen – hier: Hannah, maar ook haar buurvrouw Nora - én naar de cultuur van wegstoppen van het probleem. Hannah legt aan haar dochter uit dat de blauwe plekken op haar huid het gevolg zijn van tomaten die uiteenspatten. Dat is ook de reden waarom Dominique, wanneer zij als volwassene terugkeert naar het eiland en naar het huis waar het allemaal gebeurde, de tomatenplant met wortel en tak uitroeit. Een ander motief is de grote muurschildering die in Willemstad te zien is van een jongetje met engelenvleugels (ook te zien op de omslag): de schildering verwijst naar de onschuld van kinderen en naar het leven dat in hen dooft wanneer zij misbruikt worden. Dit klinkt allemaal nogal deprimerend, maar wat Elodie Heloise uiteindelijk wil zeggen is niet zonder hoop. De boodschap is dat de uitzichtloze geschiedenis van misbruik en corruptie uiteindelijk doorbroken kan worden door menselijke solidariteit.