Jillis Noozeman

Internationale superster
Amsterdam 1626 – Den Haag 1 november 1682
Geschreven door Nienke Huijbens

Het leven van een acteur is vaak onzeker. Dit gold ook in de zeventiende eeuw, toen toneelspelers in de Amsterdamse Schouwburg van een mager salaris moesten rondkomen. Enkelen van hen slaagden er wel in om binnen of buiten haar deuren sterrenstatus te bereiken. Zo verliep ook de carrière van schrijver en toneelspeler Jillis Noozeman (1626-1682). Als onderdeel van een rondreizend gezelschap wist hij niet alleen voor zichzelf bekendheid te verwerven, maar hielp hij ook om het Nederlands theater in Europa te verspreiden.

Multitalent

Jillis Noozeman werd in 1626 geboren in Amsterdam. Vanaf 1640, op slechts veertienjarige leeftijd, werkte hij als toneelspeler bij de Amsterdamse Schouwburg. De Schouwburg bestond toen pas drie jaar. Voorheen kende de Republiek nog geen grote theaters. Voordragen en toneelspelen werd gedaan binnen rederijkerskamers, literaire verenigingen waarvan je lid moest zijn om mee te doen en waar ook niet iedereen als toeschouwer werd toegelaten. Wie toch een voorstelling wilde zien, moest het vaak hebben van reizende toneelgezelschappen. Deze kwamen vooral uit Engeland en traden op voor iedereen die het kon betalen. In het begin van de zeventiende eeuw besloten de rederijkers om toch publieksvoorstellingen te houden. Deze waren zo succesvol dat ze in 1637 de Schouwburg van Amsterdam lieten bouwen.

Noozeman was één van de eerste toneelspelers voor deze prestigieuze instelling. Hij werkte hier gedurende meerdere periodes van zijn leven. Hij was een echt multitalent: hij kon acteren, zingen, dansen en schermen, en bovendien was Noozeman een schrijver van kluchten. Zijn eerste werk publiceerde hij in 1644, op slechts zeventienjarige leeftijd. Hoewel hij tegenwoordig als schrijver weinig bekend is, waren veel van zijn stukken in zijn tijd verschrikkelijk populair.

Internationaal succes

Ondanks de pracht en praal van de Schouwburg was het salaris van de acteurs vaak niet genoeg om van rond te komen. Na enige tijd besloot Noozeman dan ook om zijn geluk elders te beproeven. Samen met een groep collega’s voegde hij zich bij een reizend toneelgezelschap van Engelse afkomst. Het salaris beviel hem hier kennelijk beter. Een jaar later begon hij met enkele voormalige Schouwburgacteurs een nieuw genootschap. Onder hen waren Noozemans goede vriend Jan Baptist van Fornenbergh, en zijn toekomstige vrouw Ariana van den Bergh. Ze noemden zich de ‘Nederduytsche Commedianten’. Deze naam was veelzeggend. ‘Nederduytsch’ gaf aan dat zij Nederlands spraken, wat hen onderscheidde van de Engelse toneeltroepen die binnen de Republiek actief waren. De spelers hadden duidelijk de ambitie om op reis te gaan.

Hun repertoire bestond uit de stukken die ook in de Amsterdamse Schouwburg populair waren. Deze Nederlandse toneelstukken verspreidden ze in de plaatsen waar ze optraden. Ze reisden door steden als Gent, Brugge en Hamburg, waar een Nederlandstalig publiek te vinden was. De stukken die zij meebrachten raakten in Duitsland zeer populair, en werden daar later ook in vertaling door lokale acteurs opgevoerd. Dat de groep succesvol was blijkt bovendien uit hun optredens aan de koninklijke en aartshertogelijke hoven van Stockholm, Brussel en Kopenhagen.

Toen de Commedianten in 1654 terugkeerden in Amsterdam, waren zij echte sterren geworden. Tien jaar lang nam Noozeman pauze van het reizen en bleef hij bij de Schouwburg werken. Hij en zijn vrouw Van den Bergh waren hier inmiddels zeer gewild en ontvingen beiden een heel mooi salaris, respectievelijk 3,00 en 4,10 gulden per voorstelling. In Amsterdam veranderde door hun invloed de theaterwereld opnieuw, ditmaal omdat ze de stukken die ze in het buitenland hadden vergaard introduceerden in Amsterdam. Ook bood Noozeman nu zijn eigen stukken aan. Van den Bergh werd de eerste actrice van de Schouwburg, waar tot dan toe geen vrouwen hadden opgetreden. Het succes van de Nederduytse Commedianten, waar wel vrouwen meespeelden, deed de Schouwburgregenten echter van gedachten veranderen. Noozeman en Van den Bergh traden ook vaak samen op. Ze werden door Rembrandt zelf vereeuwigd in een schilderij van Vondels toneelstuk Joseph in Egypten. Van den Bergh zou overlijden op jonge leeftijd in 1661. Noozeman hertrouwde later met de jonge dochter van Fornenbergh.

Negatieve voorbeelden

Noozeman schreef uitsluitend kluchten. Dit waren korte, grappige toneelstukken die vaak na afloop van treurspelen of andere serieuze stukken werden opgevoerd. De kluchten van Noozeman waren zeer succesvol. Zijn werk Lichte Klaartje (1650) werd tussen 1645 en 1664 in Amsterdam wel 79 keer opgevoerd, mede voor adellijk publiek. Noozemans schrijfwerk was tekenend voor zijn internationale carrière. Samen met Fornenbergh bewerkte hij een toneelstuk van de Fransman Phillipe Quinault tot De Wanhébbelyke liefde (ca. 1704). Hij liet zich bovendien sterk beïnvloeden door de Italiaanse schrijver Boccaccio. Meerdere van zijn stukken, waaronder Lichte Klaartje, Hans van Tongen (1644) en Bedrooge Dronkkaart, Of Dronkke-Mans Hel (1649), vertonen overeenkomsten met verhalen uit diens Decamerone (1360).

Noozeman paste de oorspronkelijke verhalen dusdanig aan dat ze voor de inwoners van de Republiek invoelbaar waren. De personages transformeerde hij bovendien tot de volkse types die in Nederlandse kluchten de norm waren. Deze types – leugenaars, zuiplappen en echtbrekers – boden vooral negatieve voorbeelden. Zij kwamen door hun slechte gedrag op komische wijze in de problemen. Zo wordt in Hans van Tongen of Razende Liefdes-eynd echtbreker Hans door zijn collega’s in de maling genomen, waardoor zijn vrouw hem met zijn minnares betrapt. De moraal van dit stuk luidt:

Hy is uyt-gestreecken, soo dat hy neffens hem, andre leeren kan,
Dat het vreemde vrouwen vervolgen niet en past voor een getrout man.

Een getrouwd man hoort niet achter andere vrouwen aan te zitten. Van oudsher gold dat toneel zowel moest ‘onderwijzen’ als ‘behagen’, maar met de komst van de Schouwburg, die immers hoge kosten had, werd het steeds belangrijker om geld in het laatje te brengen. Het ‘behagen’ was van groter economisch belang dan het ‘onderwijzen’, al behield Noozeman in zijn kluchten zonder twijfel de didactische functie.

Dramatische ironie

Het is misschien niet verrassend dat Noozemans kluchten zo populair waren. In thema’s als overspel, bedrog en dronkenschap kan iedereen zich wel vinden, tot op de dag van vandaag. De kluchten van Noozemans waren echter ook heel kundig geschreven. Dankzij slimme schrijftechnieken begreep het publiek altijd iets meer dan de personages op het toneel. Dit heet ‘dramatische ironie’ en zorgt voor een spanningseffect: ‘Pas op, Roodkapje, daar komt de wolf!’ Het publiek mag zich dan een beetje superieur voelen en ook dat werkt in alle tijden.

Tik van de molen, gespeeld door Leydse KluchtenCompagnie

Kijk zelf eens naar deze moderne bewerking van De Beroyde Student, en bedenk wat je eerder opvalt: de moraal, of de komische situatie?