De vermaledijde vaders

Monika van Paemel, 1985

“Pamela werd geboren op 4 mei 1945, en stierf in het jaar 2000 en zoveel.” Zo luidt de eerste zin van de roman De vermaledijde vaders. De roman vertelt het levensverhaal van Pam(ela), die dus ter wereld komt op de dag dat de Tweede Wereldoorlog officieel ten einde komt. De roman is sterk autobiografisch van karakter. Zo is Pamela een anagram van ‘Paemel’ en is de geboortedag van het personage gelijk aan die van de auteur. Maar Monique Maria (Monika) barones van Paemel wil niet haar gehele leven blootleggen. De lezer komt daarom vooral veel over haar jeugd te weten via het personage Pam. 

Een meesterwerk

De roman heeft een cyclische opbouw en bestaat uit vijf delen. In het laatste deel komt de lezer erachter dat Pam stierf in het jaar 2021. Ze rondt in dat jaar haar ‘meesterwerk’ af en komt dodelijk ten val nadat zij haar schrijftafel verlaat. De lezer weet dan al dat Pam werkte aan de roman De vermaledijde vaders. Deze persoonlijke geschiedenis moet gezien worden als een meesterwerk, zo heeft de auteur in een passage tussen haakjes letterlijk vermeld in een motto voorin het boek: 

Dit boek is een meesterwerk. Niets is waar en alles is verzonnen. Om echt te zijn heeft het alleen behoefte aan lezers met een geheugen.

Die ‘lezers met een geheugen’ lezen een bijzondere roman. Steeds benadrukt de verteller de constructie van het schrijven. Dat gebeurt in het eerste en het vijfde deel als de personale verteller aandacht schenkt aan de jeugd van de schrijfster Pam, het hoofdpersonage van de roman. In de middelste delen van de roman is Pam als ik-verteller aan het woord. Pam heeft een betrekkelijk gelukkige jeugd op het platteland van Vlaanderen. Toch voelt ze zich niet echt gewenst. Haar moeder dumpt haar bij haar grootouders, omdat zij een meisje is. Haar vader maakt haar duidelijk dat zij van het zwakkere geslacht is: “Jij zult mijn naam niet verder dragen”.

Écriture féminine

Ieder deel van de roman heeft een ander, zeer betekenisvol motto. Het opvallendste motto is dat van het middelste deel: “‘Er was een laaiende opstand tegen de vaders en de zonen. Een rebellie die nooit zal eindigen.” Dit motto ontleent Van Paemel aan haar eigen debuutroman Amazone met het blauwe voorhoofd (1971). Die opstand tegen haar vader vecht zij uit op papier. Dit doet zij in de middelste delen van de roman in een uiterst opvallende stijl. De feministische literatuurwetenschapper Hélène Cixous noemde deze manier van schrijven écriture féminine (‘vrouwelijk schrijven’). Deze schrijfwijze moet gezien worden als een typisch vrouwelijke manier van schrijven. Het vrouwelijke schrijven onderscheidt zich van het proza van mannen doordat het zich verzet tegen de lineariteit (‘rechtlijnigheid’) en de logica. Deze manier van schrijven kent verwantschap met de zogenaamde stream-of-consciousness-techniek uit het modernisme

Toen Van Paemel in een interview werd gevraagd naar écriture féminine, reageerde zij geïrriteerd en beet zij de interviewer toe dat hij zelf toch ook met een pen schreef en niet met zijn penis. Toch is de stijl duidelijk herkenbaar in de middelste delen van de roman. Hier is het verhaal niet altijd samenhangend. Wat vooral blijft hangen, is de enorme boosheid over Pams vader, die haar niet ziet staan: 

Onverwachte visite. Daar heb je de vader. (Waar hebben we de eer aan te danken?) Spottende lippen vader. Glinsterende blikken vader. Rad van tong en kwik van tred vader. Bijna dreigende vader. Een zoon-zoon-vader. Geen gebenedijde vader. Een oppassen of ik heb je vader. Een verzuipen als kattenjongen vader. En vooral de ga uit mijn ogen vader. Laat het maar eens gezegd zijn, we zijn er nog trots op ook. Hengelen als een aapje naar zijn belangstelling. Verdragen elke afwijzing. Lopen hem achterna. Als hij er niet is (nooit is) schrijven we onze beste boeken voor die vader.

Mammelokker-mythe

Uit het fragment blijkt de ambivalente, dubbele houding van Pam richting haar vader. Op de omslag van de eerste druk van de roman stond een reproductie van het schilderij La Charité Romaine ou Cimon, dans la prison, allaité par sa fille van de Franse schilder Jean-Jacques Bachelier. Dit schilderij verbeeldt de zogenaamde ‘mammelokker’-mythe. Mammen is het Vlaamse woord voor borsten en lokken is een Vlaams woord voor zuigen (of likken). In deze mythe wordt een oude man veroordeeld tot de hongerdood. Alleen zijn dochter mag hem bezoeken in de gevangenis. Niemand begrijpt hoe het kan dat de man zo lang in leven blijft, tot de bewakers erachter komen dat zijn dochter hem stiekem voedt met haar borst. Pams vader drinkt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog per abuis vitriool. Dit vergif verbrandt zijn slokdarm, waardoor hij niet in staat is om normaal te eten. In het vierde deel vergelijkt Pam haar vader met de Mammelokker. Zij beschrijft hoe de vrouwen in zijn leven allerlei vormen van pap voor hem bereiden. Zodoende houden zij hem dus net als in de mythe met melkproducten in leven.

Gruweldaden van mannen

Pam verklaart deze liefde voor haar vader aan het einde van de roman als volgt: omdat vrouwen koppig in de liefde blijven geloven, zullen ze de vaders en de zonen steeds de hand boven het hoofd houden. Zo zal het hun niet lukken het leven te vernietigen. Want levens vernietigen, daar zijn de mannen in de roman tamelijk goed in. Soms zijn het de persoonlijke levens van de geliefden van Pam. Neem bijvoorbeeld haar tante Elisabeth. Zij wordt gedwongen een abortus te ondergaan. Bovendien pleegt haar geliefde zelfmoord omdat Elisabeth niet van de juiste komaf is. Eén van Pams goede vriendinnen raakt verslaafd aan drugs en pleegt nog voor haar vijfendertigste zelfmoord. Ook huishoudster Camilla heeft een tragische geschiedenis, die wordt verteld in het laatste deel. Zij is slachtoffer van incest en vermoordt de baby (een meisje) die haar vader bij haar verwekt. De ergste gruweldaden worden gepleegd door Duitse soldaten in het Vlaamse dorp Vinkt. Achterin de roman is te lezen dat Van Paemel de beschrijving van deze wandaden in het vierde deel heeft gebaseerd op interviews die zij daadwerkelijk hield met nabestaanden van slachtoffers van deze massaslachting in 1940. 

Een geëngageerd vrouwelijk Verdriet van België

Zo koppelt Van Paemel net als haar grote voorbeeld Louis Paul Boon het persoonlijke met het algemene verhaal van de geschiedenis. De beschrijving van de gruweldaden is te lezen als een aanklacht. Van Paemel wil erkenning voor de slachtoffers. In dit opzicht verschilt De vermaledijde vaders sterk van de roman Het verdriet van België van Hugo Claus. In de receptie werd Van Paemels roman wel ‘Het vrouwenverdriet van België’ genoemd. Beide romans wonnen de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Roman van Vlaanderen. Net als Hugo Claus vertelt Van Paemel een persoonlijke geschiedenis. Toch is haar roman een stuk geëngageerder. Bovendien vertelt Van Paemel de geschiedenis vanuit het vrouwelijk perspectief. Simone de Beauvoir uitte in haar beroemde boek Le Deuxième Sexe (1949) de wens dat haar boek ooit overbodig zou worden, omdat er werkelijke gelijkheid tussen de seksen zou zijn bereikt. Van Paemel zal deze wens delen. Zolang er nog vermaledijde vaders zijn, is deze vrouwelijk stem een noodzaak in de literatuur. 
 

Gaea Schoeters: De vermaledijde vaders

Schrijfster Gaea Schoeters leest in coronatijd elke dag het begin van een boek voor. Op dag 59 leest zij uit De vermaledijde vaders van Monika van Paemel.