Aan het volk van Nederland

Joan Derk van der Capellen tot den Pol, 1781

In de nacht van 25 op 26 september 1781 werd vanuit geblindeerde koetsen bij honderden mensen in tientallen steden en dorpen een anoniem pamflet bezorgd, met als titel Aan het Volk van Nederland. Het pamflet was gesteld in de vorm van een brief, waarin een beroep gedaan werd op dit volk. Het in één nacht op zo grote schaal verspreiden bij vooraanstaande burgers, regenten en boekhandelaars moet in die tijd een enorme organisatie zijn geweest. Maar vooral door de inhoud ervan is het niet verwonderlijk dat Aan het Volk van Nederland een schok teweegbracht. De tekst was ronduit opruiend. De autoriteiten reageerden dan ook fel. Er werd door de Staten van Gelderland en van Utrecht een beloning van honderd gouden rijders uitgeloofd voor aanwijzingen die de schrijver van dit ‘allersnoodst lasterschrift’, zoals het in Utrecht werd betiteld, konden traceren. Amsterdam deed daar nog eens zesduizend gulden bovenop. Bovendien zou in Amsterdam het bezit, het nadrukken of verspreiden ervan bestraft worden met verbanning. Dat mocht niet verhinderen dat het pamflet in korte tijd minstens tien keer in vermoedelijk zeer grote oplagen werd herdrukt! Kennelijk sprak het een grote groep mensen aan.

Anoniem gepubliceerd

Ondanks de uitgeloofde beloningen, is de schrijver een hele eeuw anoniem gebleven, maar inmiddels weten we dat het Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) was. Hij spreekt de lezers, ‘het Volk van Nederland’, aan met ‘medeburgers’, later met ‘mijne landgenoten!’. Zo maakt hij van zijn lezers en zichzelf dus één groep.

Waarde medeburgers!

Indien Gylieden my, den Schryver deezes, in myn perzoon, denkenswyze en particuliere omstandigheden kende, zo zoude ik niet noodig hebben Ulieden te verzekeren, dat ik geen Fortuinzoeker ben; dat ik niet alleen nooit eenigerlei Ampten hebbe bekleed, maar dat ik die zelfs nooit bekleeden noch begeeren kan; dat ik derhalven volkoomen belangeloos en overzulks geloofwaardig ben waneer ik Ulieden betuige, gelyk ik voor den Alweetenden God doe, dat niets dan verontwaardiging over de godlooze wyze, waarop Gylieden verkogt en verraaden wordt, gepaard met eene vuurige begeerte om, eer dat het voor altoos te laat is, nog eene pooging tot Ulieder, tot onder aller redding te doen, my dringen om my tot Ulieden te vervoegen.

Waarde medeburgers!

Indien u mij, de schrijver van dit stuk én mijn denkwijze en persoonlijke omstandigheden zou kennen, dan zou ik u er niet van hoeven te verzekeren dat ik geen gelukszoeker ben; dat ik niet alleen nooit wat voor ambten dan ook heb bekleed, maar dat ik die zelfs nooit bekleden of begeren kan; dat ik daarom volkomen belangeloos en bovendien geloofwaardig ben als ik u beken, zoals ik voor de alwetende God doe, dat niets dan verontwaardiging over de goddeloze wijze waarop u wordt verkocht en verraden, gepaard met een vurige wens om, voordat het voor altijd te laat is, nog een poging tot uw, tot ons aller redding te doen, mij aanzet om mij tot u te wenden.

Politieke situatie

Aan het volk van Nederland moeten we begrijpen tegen de achtergrond van de politieke situatie in de Republiek op dat moment. Twee groepen bestreden elkaar: patriotten (veelal afkomstig uit gegoede burgerij) en orangisten (een mix van de lagere volk en de voornaamste bestuurders van het land, de regenten). De patriotten, die zich de ‘ware vaderlanders’ noemden, verzetten zich tegen stadhouder Willem V. Zij vonden het politieke systeem corrupt en ondoorzichtig, en maakten zich zorgen over het economische en sociale verval dat in hun ogen veroorzaakt werd door slecht landsbestuur. Op het moment dat Van der Capellen tot den Pol boos naar de pen greep, stortte de oorlog met Engeland de Republiek nog dieper in de ellende (Vierde Engelse Oorlog 1780-1784). Voor de patriotten was nu de maat vol: zij wilden meer vrijheid en politieke inspraak. Radicale patriot Van der Capellen tot den Pol wilde met Aan het volk van Nederland afrekenen met Willem V en medestanders vinden voor het patriottistische geluid.

Batavieren als voorbeeld

Om zijn verhaal kracht bij te zetten, grijpt Van der Capellen tot den Pol terug op de geschiedenis van de Republiek. Hij laat de lezers kennismaken met wie hij beschouwt als de vroegste bewoners van hun grondgebied: de Batavieren. Die oude Batavieren realiseerden zich hoe belangrijk vrijheid was, en hielden daarom zelf het heft in handen: ze kozen democratisch hun eigen leiders uit goed gekwalificeerde kandidaten. Die waren uitgesproken dapper, wijs en deugdzaam. Zij dienen als voorbeeld van hoe het volk van Nederland ook in 1781 het land zou moeten besturen: democratisch.

O landgenoten! nog eens, wapent U allen tezamen, en draagt zorg voor de zaken van het hele land, dat is voor Uw eigen zaken. Het land behoort aan U allen met elkaar, en niet aan de Prins met zijn groten alleen, die U, die ons allen, die Neerlands hele volk, de afstammelingen der vrije Batavieren, beschouwen en behandelen als hun erfelijk eigendom, als hun ossen en schapen, welke zij naar hun goeddunken of scheren of slachten kunnen en mogen. Het volk dat in een land woont, de ingezetenen, de burgers en boeren, armen en rijken, groten en kleinen – allen bijeen – zijn de ware eigenaren, de heren en meesters van het land, en kunnen zeggen hoe zij het hebben willen, hoe en door wie zij geregeerd willen wezen.

O landgenoten! ik herhaal nog eens, wapent u allemaal, en draag zorg voor de zaken van het hele land, dat is dus voor uw eigen zaken. Het land behoort aan u allemaal toe, en niet aan de Prins met zijn regenten alleen, die U en ons allemaal, het hele Nederlandse volk, dus alle afstammelingen van de vrije Batavieren, beschouwen en behandelen alsof ze hun eigendom zijn dat ze geërfd hebben, alsof ze hun ossen en schapen zijn, die zij naar hun eigen inzicht kunnen en mogen scheren of slachten. Het volk dat in een land woont, de ingezetenen, de burgers en boeren, armen en rijken, groten en kleinen – allemaal bij elkaar – zijn de ware eigenaren en de heren en meesters van het land, en kunnen zeggen hoe zij het willen hebben, hoe en door wie zij geregeerd willen worden.

Gevolgen van de oproep

Van der Capellens verzoek tot actie vond gehoor. Het politieke conflict tussen de patriotten en orangisten veranderde in een strijd waarbij zelfs doden vielen. Burgers van beide partijen bewapenden zich en organiseerden militaire oefeningen. Verschillende dorpen en steden werden bestormd, huizen werden geplunderd en in brand gestoken. Sommige schrijvers van boeken over deze periode spreken zelfs over een burgeroorlog, vanwege de grimmigheid van de gewapende strijd. Die vond een climax in de Bataafse Revolutie van 1795: een naam die wederom geïnspireerd was door het goede voorbeeld van de vrije Batavieren.