Christine Otten

Literaire zielsverhuizingen: schrijven als verbinding
Deventer, 13 november 1961
Geschreven door Maaike Meijer

De romans en theaterstukken van Christine Otten gaan vaak over ontmoetingen tussen mensen met totaal verschillende levens. Verschillend van elkaar én verschillend van de auteur zelf. Zoals ze zelf schrijft:

Ik schrijf omdat ik niet opgesloten wil zijn in mijn eigen wereld, mijn eigen leven, mijn eigen lichaam. Door romans te schrijven kan ik iemand anders zijn, een man, of zwart, oud, of weer kind, een moslim, een crimineel, een muzikant, een psychiater. Ik schrijf omdat ik me wil verbinden met andere mensen. (Christine Ottens website)

In de gevangenis

Twee van haar late romans spelen in gevangenissen. In Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld (2024) is een jonge Marokkaanse gevangene aan het woord, die zijn hele leven blootlegt voor een witte onderzoekster. Zij lokt hem met schijn-vertrouwelijkheid, maar ziet hem uiteindelijk alleen maar als ‘materiaal’. In Een van ons (2020) komt de vrouw Katrien schrijfworkshops geven in een gevangenis. De levenslang gestrafte Luc wil er niet aan meedoen. Hij gelooft nergens meer in. Waarom zou hij zich nog verbinden? Want wie ben je nog als je herinneringen opraken en je niets meer meemaakt? De menselijkheid van de ‘crimineel’ staat in deze romans centraal. Op basis van eigen ervaringen als schrijfcoach in gevangenissen zette Christine Otten ook de Gevangenis Monologen op, die werden gespeeld in penitentiaire inrichtingen.

De laatste dichters

Hoe kan een witte vrouw van zestig zich zo inleven in een levenslang vastzittende man? Of in een jong Marokkaans-Nederlands transgender persoon? Otten laat voortdurend zien dat zulke literaire ‘zielsverhuizingen’ mogelijk zijn. Haar literaire doorbraak kwam in 2004 met De laatste dichters, met levensverhalen van zwarte rappers die onder de naam ‘The Last Poets’ in de jaren zestig en zeventig furore maakten in de Verenigde Staten. Als onderdeel van de ontluikende Black Powerbeweging rond Martin Luther King, Malcolm X en Angela Davis traden zij op met spoken word, podiumpoëzie op het ritme van de conga-trommel. Zij waren in feite de eerste hiphoppers en rappers.

Otten zocht Umar Bin Hassan, lid van The Last Poets, en zijn mededichters op. Zij vertelden verhalen over armoede, discriminatie en rebellie. Die verhalen leken op die van Ottens grootouders, vond ze. Zij ervoer die zwarte dichters dus als geestverwanten, familie. Hoe ze in hun midden werd opgenomen is onderdeel van De laatste dichters, een vernieuwende postmoderne mix van documentaire, historische poëzieteksten, autobiografie en fictie. Ze probeert zelfs jazzmuziek te laten doorklinken en entte haar Laatste dichters op A Love Supreme van John Coltrane. De roman werd een groot succes, vertaald in het Engels en het Arabisch en maar liefst drie keer omgewerkt tot theaterstuk. Het beïnvloedde collegaschrijvers als Herman Koch en Lieve Joris.

Plaatsbepaling

Otten wijdde een manifest aan haar denken over literatuur als verbinding: De ander bestaat niet. Pleidooi voor moed in de literatuur (2022). ‘Als ik jou zie zie ik mezelf’ was al de titel van de TEDx-talk die zij hield in 2016: zij roept schrijvers op om de kracht van de literatuur te gebruiken om het verschil tussen ik en ander op te heffen, om de demonen van de ander te herkennen in jezelf. Dat maakt haar tot een vertegenwoordiger van het relationisme.

Daarnaast past haar werk in het sociaal realisme, zoals de boeken van Charles Dickens, Herman Heijermans en Louis Paul Boon, en in de filmwereld bij Ken Loach en de gebroeders Dardenne. Maar het verschil is dat Otten je niet eenvoudigweg onderdompelt in de harde wereld van ‘de ander’, maar altijd een confrontatie laat zien tussen de wereld van de marge en de gevestigde welgestelde wereld van het centrum. Haar realisme is dat van de op elkaar botsende realiteiten, waardoor er aan beide kanten van het spectrum iets wordt opengebroken.

Ottens oeuvre is geen poverty-porn, geen uitnodiging tot zelfgenoegzaam voyeurisme van de lezende klasse. Als persoon verenigt zij beide kanten van het spectrum: zij kent de ontworsteling aan armoede via haar ouders, terwijl haar eigen emancipatieproces leidde tot een plaats in de wereld van cultuur en publiek debat. In dat opzicht lijkt zij op schrijvers als Édouard Louis, Annie Ernaux en Lale Gül, en ook op tal van Afro-Amerikaanse schrijvers, zoals Toni Morrison, die onderdrukking hebben gekend, maar zich daar zelf uit hebben weten te werken, zonder hun wortels te vergeten.

Christine Otten is één van de oprichters van het schrijverscollectief Fixdit, dat de positie van vrouwelijke auteurs in de literatuur versterkt. Ze schreef ze mee aan het manifest Optimistische woede. Fix het seksisme in de literatuur (2022).

The Last Poets met Christine Otten

Interview met The Last Poets en Christine Otten, plus live optredens bij VPRO Vrije Geluiden (16 mei 2004)

About cultural appropriations and how to connect with each other

‘Closer together’: lezing door Christine Otten bij TEDxHaarlem naar aanleiding van het verschijnen van We hadden liefde, we hadden wapens (22 december 2016)

Christine Otten over hoe we in Nederland met gevangenen omgaan

Gesprek van Christine Otten met Nadia Moussaïd over de roman Een van ons bij VPRO Mondo (8 februari 2020)

Fixdit podcast: Lange lijnen 1 met Christine Otten

Podcast van Fixdit in de serie Lange lijnen die Ottens schrijverschap goed samenvat (21 mei 2025)