Annie M.G. Schmidt

Dichteres des Vaderlands avant la lettre

Kapelle 1911 – Amsterdam 1995

‘Niet houden van Annie M.G. Schmidt’, is volgens Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit, het laatste Nederlandse taboe. Er zijn maar heel weinig Nederlandse kinderen en volwassenen die haar werk niet kennen en er niet van houden. Kenmerkend voor Schmidt zijn haar veelzijdigheid - ze schreef gedichten, verhalen, romans, sprookjes, stripverhalen, hoorspelen, televisieseries, toneelstukken en musicals -, haar oproep tot rebellie en haar sublieme taalgevoel. Veel van wat zij heeft geschreven is doortrokken van spottend verzet tegen gezag en burgerlijkheid en klinkt als een klok.

Anna Maria Geertruida Schmidt werd geboren in een domineesgezin in Zeeland. Ze had geen gelukkige jeugd. Haar ouders hadden een slecht huwelijk en Annie die thuis ‘Zus’ werd genoemd viel uit de toon tussen de dorpskinderen omdat ze graag boeken las en weinig buiten speelde. Na de hbs begon Schmidt aan een studie rechten die ze al snel opgaf om naar de bibliotheekschool te gaan. In 1941 werd ze directeur van de bibliotheek van Vlissingen en vanaf 1946 tot 1958 tot werkte Schmidt als documentalist en redacteur bij Het Parool in Amsterdam. Onder de titel Impressies van een simpele ziel schreef ze columns voor het Amsterdamse dagblad. In september 1952 verscheen het allereerste verhaaltje over Jip en Janneke op de kinderpagina van Het Parool. Het was geïllustreerd door Fiep Westendorp, die tot 1997 tekeningen zou maken bij Schmidts werk. Een andere bekende illustrator met wie Schmidt samenwerkte, was Wim Bijmoer.

In 1950 kreeg Schmidt een relatie met de scheikundige en zakenman Dick van Duijn. Twee jaar later kreeg het stel een zoon, Flip van Duijn. Flip werd acteur en maakte in 2017 de musical Was getekend, Annie M.G. Schmidt over zijn relatie met zijn moeder.


Drie debuten

Haar collega’s bij Het Parool Simon Carmiggelt, Jeanne Roos en Wim Hora Adema zagen dat Schmidt schrijftalent had en stimuleerden haar verhalen en gedichten te schrijven. In 1950 debuteerde ze met maar liefst drie boeken tegelijk, de kindergedichtenbundel Het fluitketeltje en andere versjes, de dichtbundel voor volwassenen En wat dan nog? en Brood en mangelpers, een verzameling stukjes en versjes over de decemberfeesten. 

Het bekendste gedicht uit Het fluitketeltje is ‘Dikkertje Dap’, dat tot het collectieve Nederlandse geheugen behoort. In 2017 werd het gedicht door scenarioschrijvers Mirjam Oomkes en Laura Weeda tot een speelfilm van 74 minuten bewerkt die al in de eerste maand na de première zoveel bezoekers trok dat de makers een Gouden Film kregen.

Dikkertje Dap klom op de trap
's morgens vroeg om kwart over zeven
om de giraf een klontje te geven.
Dag Giraf, zei Dikkertje Dap,
weet je, wat ik heb gekregen?
Rode laarsjes voor de regen!
't Is toch niet waar, zei de giraf,
Dikkertje, Dikkertje, ik sta paf.

Ook andere gedichten uit Het fluitketeltje en de latere dichtbundels van Schmidt worden nog steeds veel gelezen. Als het nu in Nederland warm is, citeren talloze mensen het gedicht ‘Pas op voor de hitte’ over juffrouw Scholten die is gesmolten op de Dam.

 Denk aan juffrouw Scholten,
 die is vandaag gesmolten,
 helemaal gesmolten, op de Dam.
 Dat kwam door de hitte,
 daar is ze in gaan zitten
 - als je soms wil weten hoe het kwam.
 Ze hebben het voorspeld: pas op, juffrouw, je smelt!
 Maar ze was ontzettend eigenwijs...
 Als een pakje boter,
 maar dan alleen wat groter,
 is ze uitgelopen, voor 't paleis.

Eigenlijk fungeerde Annie M.G. Schmidt al als Dichter des Vaderlands voordat de term bestond.

Bij het grote publiek brak Schmidt begin jaren vijftig van de vorige eeuw met het muzikale hoorspel In Holland staat een huis over de familie Doorsnee dat van 1952 tot 1958 om de week op maandagavond door de VARA werd uitgezonden. Tijdens de uitzendingen was het doodstil op straat omdat iedereen aan de radio gekluisterd zat om naar de avonturen van het gezin te luisteren. In Holland staat een huis gold als taboedoorbrekend omdat het hoorspel de Nederlandse burgerlijkheid bespotte en er een homoseksueel personage in voorkwam, een novum op de radio.


Taal

Bekende boeken van Schmidt zijn Abeltje (1953), Jip en Janneke (1953-1960), Wiplala (1957), Ibbeltje (1961), Minoes (1970), Pluk van de Petteflet (1971), Floddertje (1973), Tom Tippelaar (1977) en Otje (1980). Hoewel de boeken voor kinderen zijn geschreven, waarderen ook volwassenen de humoristische maatschappijkritiek en Schmidts mooie taalgebruik. Ook bekende hoogleraren als Kees Fens, Karel van het Reve en A.L. Sötemann en de dichter Willem Wilmink hebben bewonderend geschreven over de bijzondere en vernieuwende taal van Schmidt.

De bekende literatuurcriticus en hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Kees Fens noemde de stijl van Schmidt fantastisch realistisch. Er gebeuren voortdurend dingen die niet kunnen, zoals mensen die in een poes veranderen, een insectenbevolkingsregister, een lift die mensen de hele wereld rondvliegt, maar die worden als volkomen vanzelfsprekend gepresenteerd. Schmidt zei hierover zelf: ‘Een verhaal en ook een versje moet waar zijn... een innerlijke waarheid die niks met de werkelijkheid te maken heeft.’

In het gedicht ‘Insektenbevolkingsregister’ wordt een volkstelling voor insecten georganiseerd. Over het bestaan van een bevolkingsregister  voor mieren, spinnen en torren wordt in het gedicht geen enkele verbazing uitgesproken. Het ‘ist’er’, want ‘dat hebben ze zo ingesteld’.

In het bos, bij de mieren en spinnetjes ist'er
een mieren- en spinnen-bevolkingsregister,
dat hebben ze daar zo ingesteld,
daar worden de mieren en spinnen geteld;
en de man, die dat doet, dus de leider daarvan,
is Bartholomeus Wortelman.
Om te beginnen
telt hij de spinnen,
telt hij de mieren
en andere dieren,
dan telt hij de torren en zegt: Allemachtig,
het zijn er tienduizend, vijfhonderd en tachtig!

Fens had veel waardering voor Minoes omdat het boek hem kinderlijk genoegen verschafte en als volwassene een spiegel voorhield. Schmidt creëert een vertrouwensband tussen de lezer en het personage Tibbe, een journalist die niet goed is in nieuwsberichten schrijven. Hij dreigt ontslagen te worden. Tijdens het lezen voelde Fens zich weer een beetje kind omdat Schmidt zo meeslepend schrijft, een ervaring die veel volwassenen die Schmidts boeken (voor)lezen delen. De volwassen lezer herkent ook de gebeurtenissen uit de actualiteit die Schmidt bekritiseert en herkent zijn eigen slechte kanten in de minder aangename personages, die de gevestigde orde vertegenwoordigen. 

Maar misschien is dit toch het allermooiste: elke keer weer word ik opnieuw partij, zweer ik met Tibbe, Minoes en de katten samen tegen die massieve machtswereld van de volwassenen. Elke keer weer ontdek ik wie ik in werkelijkheid gebleven ben: een straatkat, met een groot vermogen tot leedvermaak. En elke keer opnieuw schaam ik mij voor alle Ellemeet-trekken die ik heb. Annie Schmidt zet de kat die we zijn op het spek van de welgedanen en zelfverzekerden. En daarmee ook op ons zelf.
Voor kinderen geldt dit natuurlijk allemaal niet. Die zijn nog van nature volkomen anarchisten. Althans in Nederland sinds het verschijnen van het werk van Annie M.G. Schmidt. Zij heeft kinderen weer gemaakt tot wat ze horen te zijn. En ons volwassenen afkeer van onszelf gegeven. Door boeken te schrijven die ook wij als volwassenen zijn gaan lezen. Maar de kinderen waren de eersten. Zij hebben het ons geleerd, ze hadden het door en waren heel wat slimmer dan de schoolkat uit Minoes. Zo werden de boeken nog literatuur ook. 

Schmidt zegt beïnvloed te zijn door Bertolt Brecht, Heinrich Heine, Erich Kästner, Christian Morgenstern en Kurt Tucholsky. Deze Duitse schrijvers en dichters vormden ‘haar ware schrijversvaderland’, zei Schmidt in 1992 in een televisie-interview met Ischa Meijer. Willem Wilmink, die wel de ‘dichterzoon van Annie M.G. Schmidt’ wordt genoemd, legt uit dat het de combinatie van krachtig rijm en het humoristisch procédé van het over één kam scheren van ongelijksoortige zaken is die haar gedichten zo goed maken. Ook Heinrich Heine combineerde hoog (‘universiteit’) en laag (‘worsten’) met elkaar om een grappig effect te sorteren. Met Erich Kästner heeft Schmidt volgens biograaf Joke Linders gemeen dat beide auteurs het kind serieus nemen en vanuit hun eigen kinderblik naar de wereld kijken. Wat Kästner en Schmidt ook met elkaar gemeen hebben, is dat hun kinderpersonages heel zelfstandig en ondernemend zijn. Schmidts Duitse voorbeelden waren in hun literaire werk ook zeer maatschappijkritisch.


Waardering

Voor Schmidts boeken, hoorspelen, toneelstukken, televisieseries en musicals is in Nederland en daarbuiten altijd veel waardering geweest. In 1971 kreeg ze de Zilveren Griffel voor Minoes en het jaar daarop voor Pluk van de Petteflet. Otje leverde Schmidt in 1981 een Gouden Griffel op. Eind jaren tachtig ontving Schmidt een aantal prestigieuze literaire prijzen achter elkaar: in 1987 de Constantijn Huygensprijs voor haar gehele werk en een jaar later de Publieksprijs voor poëzie en de Hans Christian Andersenprijs, destijds de hoogste internationale onderscheiding op het gebied van kinder- en jeugdliteratuur, toegekend door IBBY International.

Annie M.G. Schmidt stierf in 1995, één dag na haar 84e verjaardag. Na haar dood verschenen drie biografieën. Van die van Annejet van der Zijl, Anna (2002), werd de zevendelige dramaserie Annie M.G. gemaakt die op NPO2 en de Vlaamse televisiezender Eén werd uitgezonden. Van 1998 tot en met 2013 bestond er aan Universiteit Leiden de Annie M.G. Schmidt-leerstoel voor jeugdliteratuur, die werd bekleed door prof. dr. Helma van Lierop-Debrauwer. Schmidt heeft een eigen venster in de Canon van Nederland. 

Doculinktv: interview Annie M.G. Schmidt

Ischa Meijer interviewde in 1992 Annie M. G. Schmidt. Het interview is uitgeroepen tot het beste Nederlandse interview van de vorige eeuw, waarin de schrijfster zonder schroom vertelde over haar abortus en haar bestaan als 'een met mos bedekte boom' in de jaren dat zij bibliothecaresse was.

EppoTV (Op1): Annie M.G. Schmidt door de jaren heen

Het is 25 jaar geleden dat schrijfster Annie M.G. Schmidt overleed, op 84-jarige leeftijd. Haar nalatenschap is groot, nog steeds groeien generaties op met de boeken van Jip en Janneke en Pluk van de Petteflet. Ze zorgde ook voor spraakmakende televisie, dankzij series als Ja Zuster, Nee Zuster en haar interviews. Eppo van Nispen groef de mooiste momenten op in de archieven van Beeld en Geluid.