Zingen in de middeleeuwen

Van hoog tot laag

In de middeleeuwen zong iedereen, van hoog tot laag. Maar niet alle liedjes werden op schrift gesteld. Sommige liederen zijn enkel dankzij mondelinge overlevering bewaard gebleven.

Hoofse minnezangers

Hertog Jan van Brabant was het prototype van een dertiende-eeuwse ridder: hij hield van vechten en maakte zonder moeite een liedje over de liefde. Dat laatste lijkt vreemd voor een ridder, maar liedjes componeren en zingen hoorde er net zo goed bij als bedreven zijn in vechten met zwaard en lans. Het schrijven van minneliederen was onderdeel van een elitaire cultuur waarin alles draaide om Hendrik van Veldeke.

Vriendinnenlied

Vanaf het einde van de veertiende eeuw zijn er liederen bewaard gebleven die door burgers werden gecomponeerd. Ze staan bijvoorbeeld in het Brugse Gruuthusehandschrift. Die burgers maakten liedjes als vrijetijdsbesteding en namen daarbij nogal wat over van de adellijke liedjes. Ze gebruikten dezelfde vormen en ze schreven over vergelijkbare onderwerpen: vooral over de liefde en dan nog het liefst over liefdesverdriet. Een interessant subgenre wordt gevormd door het vriendinnenlied (of met een oud woord: ‘gespeelkenslied’). Hierin zijn doorgaans twee vriendinnen met elkaar in gesprek. De een is verdrietig omdat haar vriend ervandoor is, de ander biedt troost. In het vertrouwelijke gesprek van zo'n vriendinnenlied worden de mannen soms stevig bekritiseerd. Ze zijn niet te vertrouwen, willen niets liever dan een meisje haar maagdelijkheid ontnemen, en geven niet thuis als er een kind op komst is. Kortom: mannen zijn geile en onbetrouwbare schepsels.

Dageraadslied

Er zijn natuurlijk ook liefdesliederen waarin de geliefden het beter met elkaar kunnen vinden. Dat is het geval in veel dageraadsliederen (of wachterliederen). Dat zijn liedjes die zich afspelen in de nacht en de vroege morgen. Een verliefde jongen gaat op bezoek bij zijn vriendin en ze liggen samen te vrijen. Helaas is de nacht veel sneller voorbij dan ze dachten. De wachter, die op een toren op de uitkijk staat, roept dat het licht wordt. De geliefden moeten afscheid nemen, omdat ze niet ontdekt willen worden. Een mooi voorbeeld isDie wachter die blies aen den dach:

Die wachter die blies aan den dach  
op hogher tinnen daer hi lach,
daer blies hi aen des daghes schijn:  
“waer lievekens bi malcander sijn,  
so scheiden si saen;  
voor tgroene wout den dach breect aen.”  

De wachter luidde de dag in
op de hoge toren waar hij stond,
daar blies hij de dageraad:
“Daar waar liefjes bij elkaar zijn
ze moeten dadelijk uit elkaar gaan;
voor het groene woud breekt de dag al aan.”

Contrafacten

Naast liefdesliedjes, zijn er vooral veel geestelijke liederen bewaard. De reden waarom er veel handschriften bewaard zijn met kerkelijke liederen, is niet omdat de Kerk meer liedjes had, maar wel omdat ze over de middelen beschikte om haar muziek neer te schrijven. Daarbij zijn liederen over God en Maria en vooral ook heel veel kerstliedjes. Sommige daarvan worden ook in onze tijd met kerst nog gezongen, zoals het bekende Nu sijt wellekome Jesu lieven heer. Ook binnen het religieuze genre keerde het liefdesthema terug. Zo schreef de Brabantse mystica Hadewijch over de liefde van en voor God. Veel religieuze liederen zijn contrafacten: ze zijn geschreven op de melodie van een bekend wereldlijk lied.

Mondelinge overlevering

Liedjes zijn en waren bij uitstek teksten om uit je hoofd te leren en te zingen als je vrolijk, droevig of opstandig bent. Of gewoon om het samen gezellig te hebben: in de middeleeuwen werden bij samenkomsten graag emotionele verhalen gezongen die iedereen kende. Dergelijke ballades werden opgenomen in bundeltje als het zestiende-eeuwse Antwerps liedboek maar gingen even gemakkelijk van mond tot mond. Soms werden ze pas na eeuwen opgeschreven. Het Lied van heer Halewijn is daarvan een goed voorbeeld.

Vlogboek: Middeleeuwse liederen

In deze video bespreekt Jörgen hoofse minnelyriek, Hendrik van Veldeke, Lied van heer Halewijn, Lied over de moord op Floris V, Egidiuslied, Kerelslied, Afscheidslied, Gruuthusehandschrift en Antwerps Liedboek.