Daya Dierkens, een strenge kloosterzuster

In de vijftiende eeuw stond het klooster Diepenveen (bij Deventer) bekend als een van de godvruchtigste vrouwenstichtingen van Noordwest-Europa. Nonnen uit Diepenveen werden overal gevraagd om andere zusters te leren hoe het waarachtige kloosterleven moest worden geleefd. Daya Dierkens († 1491) werd met twee anderen uitgezonden naar het benedictinessenklooster in Hilwartshausen in Duitsland, waar het met de kloostertucht slecht gesteld was. Zuster Daya kreeg de leiding over de school en probeerde bij de toekomstige nonnetjes van Hilwartshausen de basis voor een oprechte innerlijke hervorming aan te brengen.

Sie leerde ende dwanck die kinder seer wal, also dat sie inden choer gengen als engelen. Het gevyel eens in den vastelavent dat suster Dayken van den kinderen wat gegaen was. Doe hadden hem die kinder geerne wat vermaket ende bestonden yoe een luttel toe springen ende toe dansen. Ende dit sach een suster ende sanck den kinderen wat. Doe sprongen die kinder wat sie lijves hadden. Ende als suster Dayken weder quam ende dit sach, soe waert sie bedrucket ende clagede dit mater. Ende dit waert den armen kinderen soe swaerlijc ende scharpelijc of genamen dat sie nummer hoer leven en begeerden bet toe dansen, want die penytenciën die sie daer voer doen mosten en nam gien eynde.

Als suster Dayken merckte dat hoer kinder hoer oghen niet wal en waerden, soe bant sie hem die oghen toe myt een doexken. Soe weren die kinder beschemt ende stonden dan ende schreyden, dat dat doexken nat waert. [...] Suster Dayken bedwanck hoer kinder alte wal myt mennygerhande oefenynge ende penytenciën. Sie was hoer rechte trouwe in dat geen dat soe bevalen was ende seer strenge hoer selven.

Zij onderwees de kinderen goed en zette ze volkomen naar haar hand, zodat zij, eenmaal koorzuster geworden, als engelen het koor betraden. Het gebeurde eens op vastenavond dat zuster Dayke even bij de kinderen was weggelopen. De kinderen wilden een beetje plezier maken en begonnen te dansen en te springen. Een zuster die dit zag, zette een lied in. Daarop begonnen de kinderen te hossen zo hard ze konden. Toen zuster Dayke terugkwam en het tumult aanschouwde, deed dit haar veel verdriet, en zij beklaagde zich bij de priorin. Deze rekende de kinderen hun wangedrag ten zeerste aan en legde hen een zo zware penitentie op dat zij hun leven lang geen lust tot dansen meer gevoelden.

Als zuster Dayke merkte dat de kinderen afdwaalden met hun ogen, bond zij hen een blinddoek voor. De kinderen schaamden zich hiervoor en begonnen dan te huilen, waardoor de blinddoek nat werd. [...] Zuster Dayke zette de kinderen op meesterlijke wijze naar haar hand met behulp van allerlei straffen en penitenties. Zij vervulde met grote trouw de taken die haar waren opgedragen en was bijzonder streng voor zichzelf.

Na een aantal jaren schoolmeesteres van Hilwartshausen te zijn geweest, mocht Daya Dierkens weer naar Diepenveen terug. Ook daar leidde zij de kloosterschool, totdat zij in 1472 door haar medezusters als priorin werd gekozen. Zes jaar hielden de zusters van Diepenveen het onder haar leiding vol, maar in 1478 kozen zij een nieuwe priorin. Daya Dierkens was hun te streng.