Boekdrukkunst

De uitvinding die Europa op z'n kop zette

De boekdrukkunst is rond 1450 uitgevonden door Johannes Gutenberg te Mainz. In de tweede helft van de vijftiende eeuw verspreidde ze zich over heel Europa. 

In oktober 1454 bezocht de bisschop van Siena de Rijksdagin Frankfurt. Daar maakte hij kennis met een ‘vir mirabilis’ , een ‘wonderbaarlijke man’ en zag hij delen van een boek dat die man gemaakt had. Op 12 maart 1455 schreef hij erover in een brief aan de Spaanse kardinaal Juan de Carvajal: 

‘Ik heb geen complete bijbels gezien, maar katernen van verschillende [bijbel]boeken. De tekst was absoluut vrij van fouten en nauwkeurig gedrukt in prachtige letters. Uwe eminentie zou ze zonder moeite en zonder bril kunnen lezen.’

De man die hij had gezien heette Johannes Gutenberg. Hij kwam uit Mainz en het boek dat hij gemaakt had, was het eerste gedrukte Westerse boek, een Latijnse bijbel. Dat ‘Westerse’ staat niet voor niets in de vorige zin, want in Zuidoost-Azië werd al vanaf de zevende eeuw gedrukt met houtblokken, waarin de tekst en eventuele plaatjes werden uitgesneden. Het eerste boek dat met losse metalen letters gedrukt werd heet Jikji en werd in 1377 in Korea geproduceerd.

Techniek

Gutenberg had de techniek om boeken te drukken met losse loden letters een aantal jaar eerder uitgevonden, misschien al in Straatsburg, waar hij in de jaren 1440 woonde. In Mainz drukte hij, voordat hij zich waagde aan de Bijbel, beknopte Latijnse grammatica’s en aflaatbrieven voor de Rooms-katholieke kerk – je kon door zo’n aflaat te kopen je tijd in het Vagevuur bekorten én je droeg bij aan de oorlog tegen de Turken, die Cyprus bezet hielden. Gutenbergs succes was van korte duur: in november 1455 verloor hij een rechtszaak van zijn geldschieter, Johannes Fust, die de drukkerij overnam. 

Van de Gutenbergbijbel (ook wel de ’42-regelige bijbel’, naar het aantal regels in de kolommen) werden waarschijnlijk zo’n 180 exemplaren gedrukt. Daarvan zijn er nog een kleine vijftig over, verspreid over de hele wereld. In Nederland en Vlaanderen is geen compleet exemplaar, maar fragmenten bevinden zich in de Universiteitsbibliotheek in Leuven, Huis van het boek in Den Haag en het Noord-Hollands Archief in Haarlem. In het Waalse Mons is er een bijna volledig exemplaar. 

Het gedrukte boek was een uitvinding die Europa op z’n kop zette. Vanuit Mainz verspreidde de boekdrukkunst zich over Europa, eerst naar Zuid-Duitsland en Italië, maar al snel ook naar Frankrijk en de Lage Landen. We weten op basis van papieronderzoek dat er al in de jaren 1460 boeken gedrukt werden in de Nederlanden, maar we weten niet wie de drukkers van die boeken waren. De eerste Nederlandse en Vlaamse boeken met een jaartal én de naam van een drukker erin zijn uit 1473: een in Utrecht gedrukte bijbelse geschiedenis en een boek over de bekering van zondaars dat in Aalst van de pers kwam. Die boeken waren in het Latijn. Het eerste gedateerde boek in het Nederlands verscheen vier jaar later. Twee Delftse drukkers, Jacob Jacobszoon van der Meer en Mauricius Yemantszoon, waagden zich eraan en op 10 januari 1477 verscheen de ‘Delftse Bijbel’ (die trouwens alleen het Oude Testament bevatte).

Blokboeken

In dezelfde tijd was er nog een manier om boeken te drukken: de blokdruk. Je kon alle bladzijden van een boek (tekst én afbeeldingen) uit houtblokken snijden en die afdrukken. Het snijden van zo’n houtblok kostte veel tijd en je kon het alleen gebruiken voor meer afdrukken van dat ene boek. Er zijn dan ook maar weinig teksten op deze manier vermenigvuldigd. Het meest bekende blokboek is de Biblia Pauperum, een werk waarin scenes uit het Oude en Nieuwe Testament naast elkaar getoond worden. Lange tijd is gedacht dat deze ‘blokboeken’ de overgangsvorm waren tussen handgeschreven en met losse letters gedrukte boeken, maar onderzoek naar de watermerken in het gebruikte papier heeft aangetoond dat alle blokboeken later gedrukt zijn dan de Gutenbergbijbel, namelijk in de jaren 1460-1480. 

De uitvinding van Gutenberg, drukken met losse loden letters, was veel flexibeler dan blokdruk: de letters waarmee je de tekst zette, kon je na het drukken van een boek hergebruiken voor een andere tekst. Bij een blokboek zat je met gesneden houtblokken die je alleen maar kon gebruiken voor meer exemplaren van dezelfde tekst. 

Het gevolg van de uitvinding van de boekdrukkunst was dat boeken sneller en in grotere aantallen  geproduceerd konden worden. In de tijd die voorheen nodig was om een handschrift te kopiëren, kon je nu honderden exemplaren van een tekst maken. Dat betekent overigens niet dat boeken meteen voor veel meer mensen beschikbaar waren: het bleven luxegoederen (en lang niet iedereen kon lezen). De eerste drukkers in de Nederlanden zaten vooral in steden als Delft, Gouda en Deventer in het Noorden en Aalst, Antwerpen en Gent in het Zuiden. In de zestiende eeuw verschoof het zwaartepunt naar Antwerpen, dat zich ontwikkelde tot de belangrijkste boekenstad van Europa.

Soorten teksten

De boeken die in de vijftiende eeuw in de Nederlanden gedrukt werden waren voor een groot deel godsdienstig: niet minder dan 40% van alle uitgaven waren bijbels of onderdelen daarvan, getijdenboeken, psalmboeken en dergelijke. Ook de Legenda aurea, een verzameling heiligenlevens van Jacobus de Voragine, werd meermalen in de Nederlanden gedrukt. Daarnaast kwamen er veel eenvoudige Latijnse grammatica’s van de pers voor leerlingen van de Latijnse scholen. Het aandeel van de Nederlandse literatuur is bescheiden, al publiceerde de Goudse drukker Gerard Leeu in 1479 een uitgave van de Historie van Reynaert die vos. Diezelfde Gerard Leeu drukte, nadat hij naar Antwerpen was verhuisd, ook de fabels van Aesopus in een Nederlandse vertaling (1485). Jacob Jacobszoon van der Meer (van de Delftse bijbel) drukte in 1487 of 1488 met zijn collega Christiaan Snellaert een editie van Karel ende Elegast. Rond 1500 verscheen in Antwerpen bij Govaert Bac het verhaal van Elckerlijc in druk.

Uiterlijk

Aan het uiterlijk van boeken veranderde niet veel in de vijftiende eeuw. Zoals bij handschriften eerst de tekst werd geschreven, die daarna door een rubricator werd versierd met rode en blauwe hoofdletters en (soms) nog randversiering kreeg, zo produceerden drukkers ook alleen de zwarte tekst. De gedrukte vellen moesten daarna nog door de rubricator bewerkt worden en eventueel voorzien worden van andere opsmuk. Pogingen om in meer kleuren (meestal rood en zwart) te drukken waren er al heel vroeg (in 1457), maar het duurde lang voordat dit gebruikelijk werd. Rode en blauwe accenten en al dan niet fraai versierde hoofdletters werden nog lang met de hand toegevoegd. Net als handschriften hadden de allereerste gedrukte boeken geen titelpagina’s – de tekst begon vaak met een formule als ‘Dit is de passie ons liefs Heren’. De naam van de drukker staat vaak in een colofon aan het eind van het boek, maar ontbreekt ook vaak. Titelpagina’s zoals we die nu kennen, met auteursnaam, titel en uitgever, zijn een zestiende-eeuwse uitvinding.

En Laurens Jansz. Coster dan?

Op de Grote Markt in Haarlem staat sinds 1856 een meer dan levensgroot standbeeld van Laurens Janszoon Coster. Op de sokkel staat dat hij ‘typographiae inventor’ is, de ‘uitvinder van de boekdrukkunst’. Hoe zit dat?

De legende van Coster (want dat is het) is van oorsprong een zestiende-eeuws verhaal, dat in 1588 voor het eerst werd gepubliceerd, in het Latijn, in het boek Batavia van Hadrianus Junius (1511-1575). Junius vertelt hoe de Haarlemmer Coster in het jaar 1441 tijdens een wandeling door de Haarlemmer Hout een paar letters uit boomschors sneed waarmee hij een aantal versregels drukte voor zijn neefje. Dat bracht hem op het idee om boeken te gaan drukken. Hij ontwikkelde drukinkt (op oliebasis, in tegenstelling tot schrijfinkt) en drukte tekeningen ‘met behulp van houtblokken’. Na verloop van tijd verving hij de houten letters door letters van lood. Costers uitvinding was succesvol, en zijn bedrijf groeide. Helaas was onder zijn personeel een drukker met de naam Johannes Faustus, die op kerstavond de letters stal en ermee naar Mainz vluchtte. 

Het verhaal van Coster kreeg vleugels toen de Leidse historicus Petrus Scriverius er in 1628 in de Laurecrans voor Laurens Coster van Haerlem een Nederlandse versie van publiceerde. In de eeuwen daarna hebben talloze geleerden geprobeerd boeken te vinden die door Coster gedrukt konden zijn, maar zonder resultaat. Er is zelfs nooit bewijs gevonden dat Laurens Janszoon Coster überhaupt bestaan heeft. Een mooi verhaal en dat beeld in Haarlem is alles wat we van hem hebben.

 

Herzien door Erik Geleijns

Vlogboek: 15e-16e eeuw boekdrukkunst en humanisme

In deze video bespreekt Jörgen het einde van de middeleeuwen, de uitvinding van de boekdrukkunst, Maarten Luther, de opkomst van het humanisme en werk van Desiderius Erasmus en Janus Secundus.

Conn3ct: Een drukker op zoek naar winst

Een succesvolle uitgever is in de eerste plaats een goede zakenman. De drukker Henrick Eckert van Homberch liet zien hoe het moest.

How The Printing Press Revolutionized The World | The Machine That Made Us | Timeline

Stephen Fry duikt in de wereld van Johannes Gutenberg en de uitvinding van de boekdrukkunst. (Engels gesproken)