Podiumpoëzie: dichters voor het voetlicht

Herzien door Carl De Strycker

Sinds de eerste grote poëzievoordrachtsavond, ‘Poëzie in Carré’, georganiseerd door Simon Vinkenoog in 1966, valt de podiumdichter niet meer weg te denken uit de Nederlandse literatuur. Deze avond mondde wat later uit in ‘De Nacht van de Poëzie’ in Utrecht, die ondertussen een instituut is. Wat ooit misschien begon als een marginale scene, is ondertussen een serieus te nemen fenomeen geworden. Zo was het Nederlandse Kampioenschap Poetry Slam in 2021 alweer aan zijn negentiende editie toe; sinds 2007 is er ook een – tweetalig – Belgisch kampioenschap.

Performance

In de podiumpoëzie staat de performance van de dichter centraal. Dat is opvallend, want het is heel lang zo geweest dat we bij het lezen van of luisteren naar poëzie vooral aandacht hadden voor het gedicht, niet voor de dichter zelf. Maar de bezoeker van een festival, een slam of een literaire avond kán de auteur niet eens buiten beschouwing laten: de dichter staat op het podium en kan zijn bedoelingen daar zelfs toelichten. Anders gezegd: de performance van poëzie is nauw verbonden met de ervaring van de concrete aanwezigheid van het lichaam en de acties van de dichter.

Het lichaam van de voordragende dichter kunnen we zien als een onderdeel van de performance: wat hij doet met zijn lijf, heeft invloed op de betekenis van zijn poëzie. De perfect getimede, aarzelende en dan weer haastige versnellende voordracht van Ingmar Heytze is daar een goed voorbeeld van. Of denk aan het hysterische geschreeuw van Johnny van Doorn, de orakeltaal van Lucebert, de ‘incantatorische’ zegging van Leonard Nolens, de mengeling van cabaret en poëzie bij Joke van Leeuwen en Maud Vanhauwaert en de met subtiele handgebaren ondersteunde voordracht van Charlotte Van den Broeck.

Twee soorten van poëzievoordracht

Toch zijn er ook belangrijke verschillen tussen zulke voordrachten. Je zou een onderverdeling kunnen maken in twee soorten voordracht. Aan de ene kant is er een groep dichters die altijd de controle wil blijven houden. De meeste dichters gaan zo te werk: ze lezen alleen hun eigen teksten voor en wijken nauwelijks af van de papieren versies. Deze groep staat eigenlijk in de negentiende-eeuwse traditie van de ‘declamatie’. De voordracht of declamatie moest authentiek en gecontroleerd te zijn, zo leerden de negentiende-eeuwse declamatiehandboeken: de dichter mocht alleen uitdrukken wat hij ook écht voelde. De voordracht van Heytze, bijvoorbeeld, kun je zien als een letterlijke belichaming van de onzekere, door het leven struikelende ik-figuren die je ook in zijn gedichten kunt vinden. Zijn voordracht is dus een bewuste uitbeelding van de thema's uit zijn gedichten.

'The Self-Kicker'

Aan de andere kant zijn er dichters als Van Doorn, Lucebert of Vanhauwaert, die iets heel anders proberen te doen wanneer ze op een podium staan. Van Doorn wilde zichzelf tijdens zijn optredens in extase brengen door almaar zinnetjes als ‘een magistrale, stralende zon’ of ‘I’m sitting in the kosmos’ te fluisteren of te schreeuwen. Die extase is belangrijk: het ging Van Doorn (die zichzelf nota bene The Self-Kicker noemde) om een tot zelfverlies leidend taalspel. Iets vergelijkbaars deed Lucebert. Wanneer hij voordroeg, wilde hij zijn geschreven gedichten niet zo goed mogelijk ‘brengen’, maar herschreef hij zijn gedichten op het moment van de performance: hij stond open voor niet van tevoren bedachte alternatieven. Hier is de dichter dus helemaal geen bewust controlerende figuur. Het gaat in deze voordrachten eerder om een poging het controlerende 'ik' buitenspel te zetten. Daarom treden de dichters uit deze groep ook niet per se alleen op: het individu van de dichter doet er immers niet toe. Lisette Ma Neza treedt op met een ‘poetry band’, Tsead Bruinja ‘dreg wel eens gedichte voor’ terwijl hij begeleid werd door een percussionist. Deze laatste spoorde de dichter aan om te improviseren en ter plekke te reageren op muzikale volume- en tempoveranderingen.

Slam scene

Het slamcircuit is een bloeiende scene met een grote diversiteit aan dichters.  Een aantal dichters die aan wedstrijden deelnamen is ondertussen ook doorgestroomd naar het papieren circuit zoals Lotte Dodion, Xavier Roelens, Carmien Michels, Dean Bowen. Ellen Deckwitz of rapper Akwasi (Laten we het er maar niet over hebben, 2018) en uiteindelijk zelfs ook Babs Gons, die pas heel laat met een boek debuteerde (Doe het toch maar, 2021) hoewel ze al jaren een vooraanstaande performance poet is. Andere dichters publiceren bewust geen bundels zoals Antwerps stadsdichter Seckou Ouologuem.

Lisette Ma Neza - 'Koetjes en kalfjes'

Lisette Ma Neza staat bekend om haar scherpe pen en lieve stem. In haar mix van poëzie en muziek zoekt ze naar haar eigen identiteit, haar geslacht, haar geschiedenis en plaats in de wereld. In 2017 werd ze de eerste vrouw, de eerste persoon van kleur en de eerste Nederlandstalige Belgische Kampioen Slam Poetry. In 2018 en 2019 reisde ze met haar optreden naar het buitenland, om vice-Europees kampioen Slam Poetry in Brussel en vice-wereldkampioen in Rio de Janeiro te worden. Ze reist nu als een troubadour de wereld rond met haar muziek en poëzie en keert daarna terug naar Nederland. Haar optredens balanceren tussen pijnlijk direct en amoureus naïef en grijpen het publiek vaak bij de keel.