Belle van Zuylen

Intelligente rebel

Zuylen 1740 - Colombier (Zwitserland) 1805

Rebels en beminnelijk, dat was Belle van Zuylen. Isabella van Tuyll van Serooskerken, haar werkelijke naam, had alle omstandigheden mee om uit te groeien tot een groot schrijfster. Ze was intelligent, had artistieke gaven en kreeg uitmuntend onderwijs van Zwitserse gouvernantes op het luxe slot Zuylen waar ze opgroeide. Haar adellijke status gaf haar toegang tot de hoogste kringen, maar Van Zuylen voelde zich ongelukkig in deze verstikkende omgeving, waar vrouwen de strikte etiquette moesten gehoorzamen. Haar eerste verhaal, Le noble (1763), anoniem gepubliceerd, is een genadeloze afrekening met dit milieu van de Hollandse adel. Het boekje werd door haar familie uit de handel genomen en Van Zuylen zou lange tijd geen verhalen meer schrijven.

Geheime correspondentie met Constant d'Hermenches

Toen ze negentien was, ontmoette ze haar grote liefde, Constant d’Hermenches, negentien jaar ouder en getrouwd. Met deze Zwitserse officier in Hollandse dienst, tevens charmeur, begon Van Zuylen een geheime correspondentie. Ze schreven elkaar zestien jaar lang, wat prachtige brieven opleverde die tot op de dag van vandaag laten zien hoe groot de intelligentie en het schrijftalent van Van Zuylen waren. De schrijfster was extreem openhartig, nam geen blad voor de mond en bleef haar hele leven trouw aan het principe zich niet al te veel aan te passen aan de maatschappelijke normen. Nog in 1800 schreef ze in een brief aan een vriend: ‘Het bevalt me uitstekend achter geen enkel vaandel aan te gaan en als een vrij mens in het land der letteren te lopen. Ik verkies in dit opzicht de struikrovers boven de geregelde troepen.’

Geëmancipeerd schrijfster in Zwitserland

Ondertussen had Van Zuylen de Schotse schrijver James Boswell leren kennen, die haar in 1764 een huwelijksaanzoek deed. Ze weigerde, maar correspondeerde wel een paar jaar met hem. In 1771, op haar eenendertigste, sloot Van Zuylen een verstandshuwelijk met de ex-huisonderwijzer van haar broers. Met deze Charles-Emmanuel de Charrière vestigde ze zich in Zwitserland en daar had ze de vrijheid om opnieuw te beginnen met schrijven: toneelstukken, pamfletten, essays, libretto’s en vooral romans, niet in het Nederlands maar in het Frans. Haar romans kenmerken zich door grote psychologische diepgang en beschrijven de moeilijkheden waarmee moderne, geëmancipeerde vrouwen als Van Zuylen te maken kregen in een conservatieve wereld die door mannen werd bepaald.

Haar eerste briefroman, Lettres neuchâteloises (1784), zorgde meteen voor opschudding omdat de inwoners van Neuchâtel zich, ten onrechte, meenden te herkennen in de romanpersonages en beledigd waren door Van Zuylens scherpe pen. Bovendien vonden zij de roman onfatsoenlijk omdat de hoofdpersoon, Henri Meyer, zoon van een zakenman, een naaistertje ongewenst zwanger had gemaakt. Nu was dat niet zo ongebruikelijk, maar dat hij dit thema rustig besprak met zijn vriendin, dat vonden de lezers te ver gaan.

Caliste, succesvolle briefroman

Van Zuylens meest succesvolle roman was Caliste (1787). In deze briefroman, die zich afspeelt in Engeland, laat Van Zuylen zien hoe moeilijk het in de achttiende eeuw was om je te onttrekken aan de wil van je ouders, vooral inzake de liefde. De verteller William is verliefd op een onafhankelijke vrouw die er een relatie op heeft zitten met een rijke man zonder dat ze ooit trouwden, omdat zij en haar ex-partner dat beiden niet nodig vonden. Williams vader interpreteert dit als zedeloos gedrag en verzet zich daarom tegen het huwelijk van zijn zoon. Hoewel William zielsveel van Caliste houdt, is hij te slap om zich te verzetten tegen de wil van zijn vader. Zelfs als Caliste hem op de proef stelt, een minnaar neemt, trouwt en naar Londen vertrekt, doet hij niets om haar tegen te houden. Hij laat haar gaan zonder enig protest. Zelf trouwt hij met een dame die wél de goedkeuring van zijn vader heeft. Als hij Caliste jaren later toevallig tegenkomt in de schouwburg, blijkt dat zij nog altijd van hem houdt. Maar opnieuw kiest William voor zijn bestaande leven. Caliste teert langzaam weg en sterft uiteindelijk van verdriet.


Fragment uit Caliste (1787)

De hoofdpersoon, Caliste, schrijft een brief aan de vader van haar grote liefde, William. Deze vader wil niet dat zijn zoon trouwt met Caliste. Caliste probeert hem van gedachten te doen veranderen:

U acht mij vooral onwaardig de moeder van uw kleinkinderen te zijn. Ik buig mij zuchtend voor uw mening, waarschijnlijk gegrond op die van het publiek. Indien u uitsluitend te rade zou gaan bij uw eigen oordeel, als u zich verwaardigde mij te zien, mij te kennen, zou uw vonnis wellicht minder streng zijn;
[...]
Al lijk ik u ook nog zo door het slijk gesleurd, geloof mij, mijnheer, dat geen enkele vrouw van welke stand ook, en welke staat zij ook moge voeren, meer dan ik ertegen beschut is geweest om iets vrijpostigs te zien of te horen. O! mijnheer, zou het u moeilijk vallen, u een enigszins gunstige voorstelling te vormen van haar, die met zo’n tedere liefde uw zoon aan zich heeft weten te binden? Ik eindig met de eed dat ik nooit zal toestemmen in iets dat u veroordeelt, zelfs wanneer uw zoon daartoe geneigd zou zijn; maar dat kan hij niet zijn, geen ogenblik zal hij de eerbied vergeten die hij u verschuldigd is.

Belle van Zuylen en de Franse schrijver Benjamin Constant

De film ‘Belle van Zuylen, Madame de Charrière’ van Digna Sinke gaat over de anderhalf jaar dat Van Zuylen in Parijs woonde (1786-1787). Ze ontmoette er de latere Franse schrijver en politicus Benjamin Constant die haar beschreef als ‘een van de intelligentste vrouwen die ik ooit heb ontmoet’. Acht jaar lang, tot 1795, hadden Van Zuylen en Constant een zeer innige intellectuele relatie en beschouwden ze elkaar als soulmates, twee verwante zielen, hoewel Constant zevenentwintig jaar jonger was dan de zesenveertigjarige Van Zuylen. ‘Haar geest verrukte mij. Dagen en nachten brachten wij samen pratend door. Zij was heel streng in haar oordeel over iedereen die zij zag. Ik was van nature zeer spotziek. Wij pasten volmaakt bij elkaar', schreef Constant. Maar Van Zuylens sarcasme, haar kritische houding tegenover het leven en haar eeuwige twijfel ondermijnden uiteindelijk de relatie. Terwijl Constant langzaam maar zeker van zijn adolescentenpessimisme genas, bleef Van Zuylen volharden in cynisme. Uiteindelijk zou de jonge Franse schrijfster Germaine de Staël, een vrouw vol idealisme en optimisme, een wig drijven tussen Constant en Van Zuylen. De Staël wist de eerzucht van Constant te prikkelen en spoorde hem aan tot politiek handelen. Daarop maakte Van Zuylen een einde aan haar relatie met Constant.