‘Wat en Hoe’ in het Middelnederlands

Rond 1370 stelde een onbekende Brugse schoolmeester een boekje samen met dialogen in twee talen waaruit men naar believen Frans of Nederlands kon leren. Dit Bouc van den ambachten heeft wel iets weg van een hedendaagse ‘Wat & Hoe-taalgids’ voor toeristen: links staan eenvoudige Franse oefenzinnen en in de rechterkolom staat de Nederlandse vertaling. De inhoud bestaat voornamelijk uit korte uiteenzettingen over de neringdoenden die men in een middeleeuwse stad als Brugge zoal kon aantreffen. Zo passeren bijvoorbeeld Machteld de mosterdmaakster, Nicolaas de kaarsengieter, Oliver de herbergier, Obrecht de makelaar en Goris de librariër (die er een soort kantoorboekhandel op na houdt) de revue. Een boekje als dit kan gebruikt zijn door een vrij gevestigde schoolmeester die tegen betaling les gaf in lezen, schrijven, rekenen en vreemde talen. Aan het einde neemt ‘meester’ zelf het woord en wijst hij zijn leerlingen op het grote belang van kennis:

Chest livre sera nommeis
LE LIVRE DES MESTIERS,
lequel est mout proufitable
a tous enfans aprendre, si vous commans
et enjoing, comme maistre,
et que vous mettés toute vo cure
en le aprendre et retenir,
car mout grant
pourfit vous en porra venir;
car par aprendre
et bien retenir,
puet on a grant
honneur venir
et chil qui n'i vuet
apprendre, ne mettre
cure d'aprendre,
ne devroit point
estre conté entre
les gens, mais
entre les biestes;
car li non sachans
n'est contés contre
les crestiens
que une ymage
de pierre ou de bos.
Et ja soit de che
que on ne puet mie
toute cose savoir,
non pourquant sont
totes coses seues;
chou que li uns ne sceit,
sceit uns autres,
et chieus ha
assés aprins,
qui se garde de pechiet,
dont Dieux [nous]
voeille warder
et tous nos amis. Amen.

Desen bouc werd gheheeten
DE BOUC VANDEN AMBACHTEN
dewelke es harde profitelec
allen kindren te leerne, sodat ic u bevele
ende lade, als meestre,
ende dat ghi legt al uwen neerenst
in te leerne ende te onthoudene,
want herde groot
profijt mach er u of comen;
want met leerne
ende wel onthouden,
mach men ter groter
eeren comen,
ende dieghone die niet ne wille
leeren, no setten
neerenst te leerne,
ne ware niet sculdich
te sine gherekent onder
die lieden, maer
onder de beesten;
want die onwetende
n'es gherekent onder
die meinschen
maer een beelde
van steene of van houte.
Ende al eist t'sake
dat men niet ne mach
alle dinghen weten,
nochtanne sijn
alle dinghen gheweten:
tghone dat d'eene niet ne weit,
weet een andre,
ende dieghone heeft
ghenouch gheleert,
die hem wacht van sonden,
waerof ons God
moete wachten
ende alle onse vrienden. Amen.

Vertaling:
Dit boek heet het Boek van de Ambachten. Het is heel nuttig voor kinderen om eruit te leren, zodat ik jullie, als meester, aanbeveel dat jullie je serieus erop toeleggen uit dit boek te leren en het te onthouden, want jullie zullen er veel aan hebben. Door te leren en het geleerde goed te onthouden kan men tot groot aanzien komen. En degene die niet wil leren of zich er niet serieus op toelegt, mag niet tot de mensen gerekend worden, maar behoort tot de beesten. Want de onwetende wordt niet tot de mensen gerekend, maar is een beeld van steen of hout. En al is het zo dat men niet alles kan weten, toch is alles bekend: wat de een niet weet, weet de ander wel. Diegene die zich hoedt voor zonden, waarbij God ons en al onze vrienden moge helpen, heeft genoeg geleerd. Amen.