Vrouwen zijn scherpzinniger

Aan het begin van de vijftiende eeuw schreef Christine de Pizan haar Livre de la Cité des Dames. Ze is terneergeslagen doordat geleerden en dichters alsmaar schrijven dat vrouwen slecht zijn. Dan verschijnen aan haar drie vrouwen: Rede, Rechtvaardigheid en Justitie. Ze vragen de medewerking van Christine om een vrouwenstad te bouwen. De geschiedenissen van dappere en intelligente vrouwen dienen als bouwstenen voor die stad. In 1475 werd in Brugge, op initiatief van ridder Jan de Baenst, een Nederlandse vertaling gemaakt: De Stede der vrauwen. In het navolgende fragment stelt Christine een vraag aan Vrouwe Rede die vervolgens antwoordt.

Een vraghe: ‘Maer noch wilt my bevroeden, mijn lieve Vrauwe, end hu ghelieft, oft God ooc den vrauweliken gheslachte, twelc hij met zo grooter previlege ghereet heift ende ghedaen vermaten, gheen gratie ofte ghifte verleent en heift van hoogher leeringhe oft van hoogher sciëntie, of dat huer zinnen daer toe te blonc of te cranc zijn, want dat begheeric zonderlinghe te wetene, omme dieswille dat de mannen zegghen willen, dat vrauwen zinnen van cleenen verstande zijn, al zijn zij van grooten bedrive?’

Andwoorde: ‘Dochtre, bij dien dat ic dy onderwesen hebbe hier voren, zo muechstu ghenouch beseffen dat de contrarie daer of warachtich zij. Ende omme dy dat breeder te onderwijzene, zo ghevic dy weder up een nieu. Ne twijfelt ande contrarie niet, want waert costume ende ghewuente cleene jonghe meyskins ter scole te stellene omme eenighe sciëntie te leerne, ghelijke de knecht-kins, zij zouden alzo wel allerande aerten ende sciëntiën leeren ende de subtijlheden van dien alzo wel begrijpen als de knecht-kins. Ende bet zulc vindmere, want alzo ic hu hier vooren gheroert hebbe alzo een vrauwe edelre ende teerdre lichame heift dan een man ende subtijlre handekins hebben om vele zaken te doene die de mans niet doen en connen, zo hebben zij ooc de zinnen zo vele ombelemmerder ende scherper dan de mannen.’

Een vraag: ‘Vertel me alstublieft, mijn lieve Vrouwe, of God de vrouwen die hij met grote voorrecht en begunstigd heeft en roem heeft bezorgd, niet ook de genade of gave van grote geleerdheid en kennis heeft verleend, of dat misschien hun verstandelijke vermogens te weerbarstig of gebrekkig zijn? Dit wil ik namelijk graag weten omdat de mannen zeggen dat vrouwen klein van begrip zijn, al verrichten ze veel werkzaamheden.’

Antwoord: ‘Dochter, uit wat ik je hiervoor onderwezen heb, zou je toch genoegzaam moeten weten dat het tegendeel waar is. En om je dit nog duidelijker te maken, herhaal ik het nogmaals. Twijfel niet aan het tegenovergestelde. Ah het gebruikelijk was jonge meisjes naar school te laten gaan om kennis te verwerven, zoals de jongetjes, dan zouden ze net zo goed alle kunsten en wetenschappen leren, en de fijne kneepjes zouden ze evengoed beheersen. En zelfs beter, want zoals ik u hiervoor vertelde dat een vrouw een edeler en fijnzinniger lichaam heeft dan een man, en behendiger handen om vele dingen te doen die mannen niet kunnen, zo zijn ook hun verstandelijke vermogens vrijer en scherpzinniger dan die van mannen.’