Op het stadhuis geschreven

Op de balken van de trouwzaal in het Brusselse stadhuis zijn met goudkleurige verf zestien Middelnederlandse versregels geschilderd. Ze sommen in elf punten op Hoemen ene stat regeren sal. Zo moeten de bestuurders van een stad eendrachtig zijn, eerlijk rechtspreken, het algemeen belang vooropstellen en het gemeenschappelijk bezit verstandig beheren. De verzen zijn in de negentiende eeuw op de balken aangebracht. In een handschrift van ca. 1600 staat vrijwel dezelfde tekst genoteerd, en boven dat gedichtje valt te lezen dat het opt stadthuys van Bruessele staat. De raadgevingen stonden blijkbaar al rond 1600 op het Brusselse stadhuis, al is daarmee nog niet gezegd dat ze ook op de balken waren geschilderd; ze kunnen ook elders in of op het gebouw zijn aangebracht. Ook in een vijftiende-eeuws handschrift uit het Vlaamse Geraardsbergen komt het gedicht voor, en ook daar wordt de band tussen tekst en stadhuis aangegeven: Te scrivene up der stadt huus, staat erboven. Beide handschriften bevatten vier regels meer dan de balken in het Brusselse stadhuis. Dat maakt het waarschijnlijk dat die vier extra regels in de middeleeuwen ook op de balken hebben gestaan. Hoemen ene stat regeren sal behoort tot de oudste voorbeelden van Nederlandse stadsliteratuur; het gedicht ontstond al in het tweede kwart van de veertiende eeuw. De Antwerpse schepenklerk Jan van Boendale was de auteur ervan. Hij pleitte in zijn werk voor solidariteit tussen de elite en de gewone man. Als schepenklerk bekleedde hij een positie waar deze visie direct uit voortvloeide. Zijn werkzaamheden plaatsten hem tussen de bestuurselite en de gewone burger in.