Het bijdehante ravejong

Het is altijd een belangrijke taak van de oudere generatie geweest om het nageslacht te onderwijzen, opdat de jongeren vroeger of later in staat zullen zijn om voor zichzelf te zorgen. Het meningsverschil in het hier aangehaalde veertiende-eeuwse exempel gaat over de (ook nu nog actuele) vraag wanneer dat moment precies aanbreekt. Vader raaf acht de tijd rijp, de zoon daarentegen wil nog wel wat langer van een onbekommerd bestaan genieten. Maar dat zegt hij natuurlijk niet; hij verzint een ingenieuze redenering waarom de door zijn vader aangereikte kennis onvoldoende is. Het tegenargument van de vader mag voor de hand liggen, afdoende is het wel:

Ene exempel vanden raven
Het was een raven wilen eer
die alre kinder en hade meer
dan enen sone, dien hi wel plach;
dien hielt hi al tot anden dach
dat hi volwassen was algader
ende alsoe groet als sijn vader.
Doen sprac doude raven tot ere tijt:
‘Sint dat ghi, sone, volwassen sijt
soe vlieghet, ende vaert u gheneren
op dat velt, daer die dorplieden eren.
Daer valt bi hem in die vore
ende loepse mi dan al dore ende dore;
dat u best ghenoecht dat raept daar uut:
worelen, wormen, ende ander cruut,
ende ander dinc dat u ghemicket;
maer siedi dat die dorpman nicket,
soe sijt op u hoe al in een;
masschien het es om enen steen,
daer hi u mede worpen wille;
sone, en hout dan niet stille
ghi en vlieghet henen uwer verde,
als die dorpman nicket ter erden.’
Doen sprac die jonghe raven:
‘Here, ende of hi dan, ten ommekere,
enen steen in sinen boesem brochte,
daer hi mede mi wel mochte
toren doen ende verdriet:
daeromme soe en derrie nicken niet.
Hi es sot die hem gheloeft soe verre!’
Doen was die oude raven erre
ende seide: ‘Sone, waer toe eest goet,
na dien dat ghi sijt soe vroet,
dat ghi dus langhe legghet in muten?
Nu port u ende vlieghet daer buten
ende vaert selve om u neringhe.
Godsat heefti u dier u meer sal bringen!’
Noch vint men vele alselker sonen,
die scalcheit ende quaetheit connen
ende der doghet wel luttel achten,
die desen jonghen raven slachten,
die hars vaders goet verteren,
ende hem niet en willen gheneren,
vore dat sijt al hebben overbrocht
ende al verteert ende al vercocht.
Hieromme soe winnet in uwe joghet,
ende hoet u altoes soe, waer ghi moghet,
dat ghi te bloet niet en wert van haven.
Dit bispeel leert ons douden raven.

Een exempel over een raaf.
Er was eens een raaf die van al zijn kinderen nog slechts één zoon over had. Hij zorgde goed voor hem en hield hem bij zich tot de dag dat hij volwassen geworden was, en hij net zo groot was als zijn vader. Toen sprak de oude raaf: ‘Zoon, aangezien je nu volwassen bent: vlieg uit en ga in je onderhoud voorzien op het veld, waar de boeren ploegen. Laat je daar bij hen in de vore vallen en loop er dan met ze doorheen, en raap eruit wat je het beste bevalt: wormen, wortelen of wat er verder maar groeit en van je gading is. Maar als je ziet dat de boer zich voorover buigt, wees dan onmiddellijk op je hoede; misschien is het om een steen te pakken om naar je toe te gooien. Zoon, blijf dan niet zitten, maar vlieg er vandoor, zodra de boer zich naar de grond buigt.’ Toen sprak de jonge raaf: ‘Heer, maar wat als het nu eens anders is en hij een steen in zijn borstzak zou dragen, waarmee hij mij ellende zou kunnen berokkenen? Daarom durf ik niet naar beneden te duiken. Wie zo'n vertrouwen in iemand durft te stellen is dwaas!’ Toen werd de oude raaf boos en zei: ‘Zoon, aangezien je toch zo bijdehand bent, waar is het goed voor dat er nog steeds voor je gezorgd wordt? Schiet op, vlieg uit en zorg zelf voor je onderhoud! Vervloekt is hij die nog langer iets hij je brengt!’ Nog steeds vindt men vele van zulke zonen, die vals en slecht zijn en geen acht slaan op de deugd. Ze lijken op deze jonge raaf; ze verteren hun vaders bezit en willen niet voor zichzelf zorgen voordat ze alles erdoor hebben gejaagd, verteerd en verkocht. Verzamel daarom bezit in uw jeugd en zorg er steeds voor, wanneer u maar kunt, dat u niet zonder bezit raakt. Dit voorbeeld leert ons de oude raaf.