Floris V verleent de stad Dordrecht het benoemingsrecht voor de Grote School

In Dordrecht stond reeds in de dertiende eeuw een school aan het kerkhof bij de Grote Kerk. Op deze Grote School werd les gegeven aan jongens van zeven tot veertien jaar. Vanaf het tweede jaar vormde Latijn het hoofdvak van het curriculum. Daarnaast hielden de jongens zich intensief bezig met het instuderen van gregoriaanse gezangen ter opluistering van de kerkelijke diensten. Verder namen zij deel aan uitvaart- en herdenkingsplechtigheden, en liepen mee in processies.
In 1290 werd de Grote School een stadsschool. In dat jaar kreeg Dordrecht als eerste stad in Holland van graaf Floris V het recht zeggenschap over een school. Dat hield in dat het stadsbestuur zelf de schoolmeester mocht aanstellen, zijn salaris bepalen en het schoolgeld vaststellen:

Wij Florens, grave van Hollant, maken kont ende kenleec alle den ghenen die desen brief sullen sien ende horen: dat wij om den meneghen ghetrouwen dienst die onse lieve ghetrouwe porteren van Dordrecht onsen vorderen ende ons dicken ende menichwarf vlitelike hebben ghedaen ende altoes sijn ghereit te doene, so hebben wij [...]

Vort so hebben wij onsen vorseiden portren ghehenghet ende ghegheven dat si ewelike vortwaerd meer die gifte van der scolen in Dordrecht ende van der costerien aldaer selve gheven moghen daer sij willen ende dien sijre gonnen ende al dat recht wij hadden in den Steeninen thorn jeghens dat kerchof, dat scelden wij tote onser vorseider portre behoef vri ende quite.

Wij, Floris, graaf van Holland, maken bekend aan iedereen die deze brief zal lezen of horen voorlezen: dat wij vanwege de veelvuldige trouwe diensten die onze beste brave burgers van Dordrecht onze voorvaderen en ons dikwijls met vlijt hebben bewezen en waartoe zij nog steeds bereid zijn, hebben besloten dat [...]

Verder hebben wij onze voornoemde burgers toegestaan en hun het recht geschonken dat ze tot in eeuwigheid het geschenk van de school in Dordrecht en van de kosterij, mogen gevan aan wie ze willen en aan wie ze het gunnen en het recht dat wij hadden in de Stenen Toren naast het kerkhof, dat vorderen we niet in het voordeel van de voornoemde burgers.