Een liefdesbrief op rijm

Deze fragmenten van een liefdesbrief op rijm worden bewaard in de Leidse universiteitsbibliotheek. Het is niet bekend wie de brief geschreven heeft, en evenmin wie hem mocht ontvangen; we weten alleen dat de brief rond 1400 is geschreven door een verliefde jonchere. Het aanbieden van dergelijke brieven was tot in de zestiende eeuw heel gebruikelijk, vooral in hogere kringen. Deze brief is een van de weinige ‘losse’ liefdesbrieven in het Middelnederlands die bewaard zijn gebleven; een andere bevindt zich in het stadsarchief van Brugge. Het is echter heel waarschijnlijk dat er veel meer zijn geschreven. Dat dit exemplaar bewaard is gebleven, zal niet in de laatste plaats te danken zijn aan de aandoenlijke illustratie.

In enkele Middelnederlandse verzamelhandschriften vinden we overigens nog de tekst van verschillende andere liefdesbrieven. Waarschijnlijk dienden zulke brieven als voorbeeld voor een ‘echte’ brief. De gewoonte om literaire liefdesbrieven te verzenden was een literair spel. Wie dat deed presenteerde zich als iemand die wist hoe het hoorde in de kringen waar de hoofse liefde werd gecultiveerd. Het is heel goed mogelijk dat de schrijver van de hier afgebeelde brief een voorbeeldtekst heeft gebruikt. Men zou hem wat dat betreft kunnen vergelijken met de sollicitant die voor zijn brief gebruik maakt van een model uit een boekje. Deze Middelnederlandse liefdesbrief is - dat blijkt uit bepaalde fouten - duidelijk overgeschreven. De tekst mag dan niet aan 's schrijvers eigen brein ontsproten zijn, het zou heel goed kunnen dat hij het hart met de pijlen wel zelf getekend heeft. De weerhaken die aan de pijlen zitten, staan letterlijk in de tekst:

Ic ben ghescoten ende gheraect
Met eenen stale, die wederhaect
Herde diepe al in mijn herte:
Des moet ic lyden groete smerte.

Ik ben beschoten en zeer diep in mijn hart getroffen door een pijl met weerhaken: daarvan heb ik veel pijn te verduren.