Dirc Potter over het onderwijs

Dirc Potter (ca. 1370-1428), secretaris van de graven van Holland, schreef een drietal werken; in zijn vrije tijd, misschien na lange en vermoeiende werkdagen als Haagse ambtenaar. In zijn tweede werk Blome der doechden, wijdt Dirc Potter een hoofdstuk aan wat hij als een van de belangrijkste deugden beschouwt: de dorst naar kennis. Hierbij een greep uit zijn betoog.

Om een yeghelijcken ende namelijc jonghe joegdelike luyde te troesten ende te informeren dat sij ernstelijck arbeiden ende proven om const ende leeringhe van doechden te werven. [...] Soe heb ie voer te scriven van eenre bloemen van grote vordele ende van rijker wonne die ie mede inden corf vant ende is gheheiten in latijn sciencia. Seker ie en can niet wel ghedencken wat minsche datter wesen mach die die roeke van dier bloeme niet en heeft ende hij daer sonder bliven mach want ie en wist hoe die werelt bouwen of hoe leven in mijnen daghen had ie van dier blomen niet een deel ghepluct.\

Ende wat conste die minsche beghert die mach hij crijghen wil hij daer om arbeiden ende vervolghen soe ernstelijc als die sommighe doen om ghelt ende goet te vercrijghen.

Die conste moet gemynt wesen want wiese niet en mynt die en canse ghecrijghen noch behouden.

Om iedereen en in het bijzonder jonge mensen aan te moedigen en op te -wekken tot hard werken en grote inspanning om kennis en deugzaamheid te verwerven, [...] moet ik over een bloem schrijven, die in het Latijn scientia heet. Ik kan mij niet voorstellen dat er mensen zijn die de geur niet willen ruiken en zonder kunnen leven, want ik weet niet hoe ik door het leven zou kunnen gaan, als ik die bloem niet had geplukt.

Als een mens naar kennis smacht, moet hij haar kunnen krijgen, mits hij bereid is er hard voor te werken, zoals andere mensen doen om geld en rijkdom te verkrijgen.

Kennis moet worden bemind, want diegene die haar niet bemint kan haar noch krijgen noch behouden.