De rol van Lanseloet en Sanderijn in een Zeeuws dorp

Weinigen zullen zich realiseren dat het woord 'rol' in de betekenis van 'de opeenvolging van spreekbeurten (clausen) van een acteur', oorspronkelijk letterlijk bedoeld was. In vroeger eeuwen gebruikten acteurs geen tekstboekjes bij het uit het hoofd leren van hun tekst, maar één lange tekststrook waarop hun 'rol' van begin tot eind genoteerd stond. Ook kwam het voor dat de tekst vanaf de rol werd voorgedragen. Van dit soort rollen zijn er maar heel weinig bewaard gebleven. Maar van het abele spel Lanseloet van Denemerken bestaan er nog twee, die van de hoofdpersonen Lanseloet en Sanderijn. Deze rollen stammen niet uit de veertiende, maar uit de late zeventiende of vroege achttiende eeuw. Ze zijn gemaakt om het stuk echt te kunnen spelen. In 1720 vond er een opvoering plaats, waarbij de rollen gebruikt zijn. Op de achterzijde van de rol van Sanderijn ontcijfert men: dese rolle gespeelt opt jaer 1720. De rollen zijn afkomstig van de rederijkerskamer De Fiolieren uit 's-Gravenpolder. Ze werden ruim een halve eeuw geleden ontdekt in het gemeente-archief van dit Zeeuwse dorp; ze lagen met nog ruim twintig andere spelen in een oude stembus onder een narrenpak te verstoffen. Van de vier bewaard gebleven abele spelen was dat van Lanseloet van Denemerken verreweg het populairst. De oudste versie is die van het handschrift-Van Hulthem. Uit de tijd daarna zijn diverse drukken bekend. In de zestiende eeuw is de tekst drie keer in het Duits vertaald, en uit het einde van de zeventiende of het begin van de achttiende eeuw kennen we de rolhandschriften. In 1915 werd het stuk op de planken gebracht door de Haghespelers, onder regie van Eduard Verkade; hij vertolkte zelf de rol van Lanseloet. Ook tegenwoordig zijn de abele spelen nog een uitdaging voor regisseurs en acteurs. Op 9 januari 1993 ging in Maastricht Abele spelen in première, in de regie van Dora van der Groen. Het was een controversiële voorstelling, waarbij de vier toneelstukken tot één geheel waren versmolten.