‘Beantwoord mijn brief, maar hou het geheim!’

Een zekere Maarten stuurde aan zijn geliefde Tanneke de hierbij afgebeelde brief. De vouwen in het papier wijzen erop dat de brief echt verstuurd is. Enveloppen bestonden nog niet in de middeleeuwen; men vouwde brieven zo dicht, dat het beschreven vel brief en envelop tegelijk was, zoals nu nog bij luchtpostbladen. De brief is rond 1500 geschreven in Brugge; het is een liefdesgedicht in vier strofen, gedicht in rederijkersstijl. De beide onderste strofen op het blad bevatten de namen Ma[ertin] en Tannekin in acrostichon.

De illustratie in het midden is een zogenaamde Anna-te-drieën: een afbeelding van Sint-Anna (de moeder van Maria), Maria en de kleine Jezus. Dit is een toespeling op de naam van de aangesprokene: (T)annekin. Het tafereeltje is ook een traditionele verwijzing naar een devoot en hecht gezinsleven; men zag in Anna het prototype van de voorbeeldige echtenote en moeder. Misschien mogen we daarom in Maartens brief wel een huwelijksaanzoek zien. Hij schrijft: Neimpt my in gratien [= Neem mij in genade aan], en de laatste twee regels van het gedicht luiden: Ic hope dat wy noch in heeren zullen zijn verzaemt. Naer tscriven andwoorde, maer laettet secreet [=Ik hoop dat wij nog in ere verenigd zullen zijn. Antwoord op dit schrijven, maar laat het geheim blijven].