Autografen

Vrijwel alle Middelnederlandse literaire teksten zijn ons bekend uit handschriften van kopiisten. Slechts hoogst zelden kunnen we de hand leggen op een tekst die door de auteur eigenhandig te boek gesteld is. Het Kladboek van heraut Claes Heynenzoon is zo'n uniek document. In dit werkschrift heeft de heraut historiografische uittreksels genoteerd, die hij wilde gebruiken voor zijn geschiedenis van het graafschap Holland, de Hollandse kroniek. Behalve het werkmateriaal dat daarvoor nodig was, heeft de heraut ook allerlei andere dingen in zijn kladboek opgenomen, zoals moraliserende spreuken en een tekening of karikatuur van een man met zotskap, die blijkens het bijschrift Witto Draecksteker heet. Van een gedeelte van de Voortzetting van de Brabantsche yeesten, een vervolg op Jan van Boendales Brabantsche yeesten, is ook een autograaf bewaard. Op 3 december 1432, om tien uur 's avonds, zette Wein van Cotthem een punt achter het zesde boek van de Voortzetting. De plaats waar dit gebeurde was int woudt van Zonyen, waar Wein - een voormalige koorknaap - in alle rust aan dit project heeft gewerkt. Zijn opdrachtgever was de Brusselse pensionaris Petrus de Thimo. Hij verzamelde de benodigde informatie en droeg Wein van Cotthem op het geheel te berijmen. In de autograaf van de Voortzetting zien we hem aan het werk. Het handschrift is geschreven in een haastige, cursieve schrijfhand, en overal zijn verbeteringen, doorhalingen en omzettingen te zien, grotendeels van Wein zelf. In zijn kroniek geeft Van Cotthem onder meer de inhoud van een door Willem van Beieren (graaf Willem V van Holland) in 1357 uitgevaardigde oorkonde. Hij moet daarbij de tekst van de Franse oorkonde onder handbereik hebben gehad. Als proeve van zijn werkzaamheid citeren we hier een zinsnede uit de originele oorkondetekst:

nous, dus Guillaumes de Bavière
dessusnommeis, avons mis et appendu no
scel à ches présentes letters, qui furent
faites et données en no ville d'Ath le jour
de le Triniteit, quatrime jour du mois de juing.

Wein maakte daarvan:

Wy Willem van Beyeren vorseit
Hebben uuthangende ghedruct met lieve
Onsen zegel aen dese brieve
Jeghenwordich ghemaect gegheven
In onser stat van Aedt ghescreven
Op den dach der Tryniteit
Den vierden dach [...]

Hier raakte hij in de problemen. Waarschijnlijk vond hij het moeilijk de zin goed rijmend te laten eindigen en viel hem een betere mogelijkheid in. Hij streepte de laatste twee regels door en dichtte:

Op der heiliger drivoldicheyt dach
Die IIII daghe in junio lach.