Ruzie om een monumentje voor Vondel

In 1771 besloot het Amsterdamse literaire genootschap 'Diligentiae omnia' een gedenkteken voor Vondel op te richten, volgens de leden van dit genootschap de grootste dichter die Nederland ooit heeft gekend. Het genootschap vroeg toestemming aan de burgemeesters van Amsterdam om dit monumentje bij het graf van de dichter in de Nieuwe Kerk te mogen ophangen. Vervolgens maakte een van de leden, Cornelis Ploos van Amstel, een ontwerp. De leden legden een hoop geld op tafel en gaven de bekendste beeldhouwer van het land, Anthony Ziesenis, de opdracht het monumentje uit te voeren. Op 1 februari 1772 werd het plechtig onthuld.
Hoewel Vondel al bijna een eeuw dood was, barstte er een enorme rel uit. Waarom? Omdat de dichter weliswaar te boek stond als de grootste Nederlandse dichter aller tijden, maar verder een verre van neutrale persoon was. Hij was immers iemand die zich had bekeerd tot het katholicisme en tijdens en na het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) onomwonden partij koos voor Oldenbarnevelt. Daar kwam bij dat Vondel in de jaren zeventig van de achttiende eeuw uitgroeide tot een politiek symbool. In de partijstrijd tussen voor- en tegenstanders van de stadhouder was Vondel geannexeerd door de tegenstanders, de latere patriotten. Het is dus niet zo gek dat men er 'Diligentiae omnia' van verdacht een politiek statement gemaakt te hebben.
Binnen de, overwegend patriottische, literaire genootschapswereld viel het initiatief goed. Het Leidse 'Kunst wordt door arbeid verkreegen' hing zelfs een replica van het Amsterdamse Vondel-monument in zijn vergaderzaal.

Het monumentje is nog steeds te bezichtigen in de Nieuwe Kerk, hoewel niet meer op de oorspronkelijke plek. Het hangt nu na de entree meteen rechts aan de muur.