Brood of suiker? De suikerbroden van Wolff en Deken

In 1787, toen stadhouder Willem V een einde maakte aan de burgeroorlog en zijn macht herstelde, vluchtten duizenden patriotten het land uit. Onder hen de schrijfsters Wolff en Deken. Ze gingen wonen in Midden-Frankrijk, in Trevoux. Daar maakten ze in 1789 niet alleen de Franse Revolutie mee, maar ook in 1793 en 1794 de zogenaamde Terreur. Extreem linkse, radicale jacobijnen executeerden toen naar schatting meer dan 40.000 personen.
Ook in Trevoux veroorzaakten deze jacobijnen een heksenjacht op verdachte personen. Zelfs Betje Wolff en Aagje Deken ontkwamen niet aan de Terreur. Uit Franse archiefstukken blijkt dat voor hun huis rellen uitbraken omdat men had gehoord dat de dames vijf suikerbroden in huis zouden hebben: dat was luxe waar en dus verdacht. Waar kwamen die broden vandaan? Om ergere rellen te voorkomen werden de suikerbroden in beslag genomen en verdeeld onder de bevolking.

Maar wat zijn achttiende-eeuwse suikerbroden eigenlijk? Wetenschapper P.J. Buijnsters en schrijver Kees ’t Hart, auteur van de roman Ter Navolging (2004) over Wolff en Deken, zijn ervan uit gegaan dat het om dezelfde broden gaat die vandaag de dag als ‘suikerbrood’ bekend staan. Dus zoete broden die bij elke Friese banketbakker te koop zijn. Wetenschapper André Hanou denkt daar anders over. Volgens hem betekent ‘suikerbrood’ in achttiende-eeuws Nederlands heel iets anders, namelijk ‘suikerstaaf’, een betekenis die is te vinden in het Woordenboek der Nederlandse Taal, deel 16, kolom 518-520.
Suikerstaven waren extreem duur, zeker in oorlogstijd, dus dat verklaart waarom het bezit van een aantal van die broden, zeg zo’n tien kilo suiker, verdacht geweest kan zijn. Bovendien lijkt het veel logischer om suiker onder de bevolking te verdelen, dan een keihard kapje van een oud brood, tenzij men de jacobijnen van collectieve waanzin verdenkt, schrijft Hanou.