Twee beruchte executies

Het centrum van Den Haag was al eerder toneel van een geruchtmakende executie geweest: op 13 mei 1619 was Johan van Oldenbarnevelt er onthoofd. Net als De Witt was hij de raadspensionaris van de Staten-Generaal en werd hij beschuldigd van landverraad. En net als De Witt was hij niet schuldig, maar had hij een andere politieke mening dan de aanhangers van de stadhouder. In 1619 was Maurits van Oranje de stadhouder; hij drukte zijn mening door en Van Oldenbarnevelt werd ter dood veroordeeld.

De herinnering aan de executie van 1619 leefde in 1672 nog volop. In een lasterlijk pamflet uit 1672, dat gebaseerd was op een pamflet uit 1618, werd geroddeld dat Van Oldenbarnevelt en De Witt allebei uit een laag, crimineel milieu kwamen. Ze waren dan ook terecht gedood. Natuurlijk was hier een orangistische auteur aan het woord, maar wie het was is onbekend:

De geest van Barnevelt, landsvijand, aartsverrader,
herlevende in De Witt, vervloekt door het gemeen,
als bastaard, hoerenkind, en zoon van zulk een vader,
geboren om ’s lands heil met voeten te vertreên,
wordt hier met hem gepaard. Gelijk in deugd en daden,
twee vijanden der staat – maar ieder op zijn beurt –
door kerk en vaderland meinedig te verraden,
waar zelfs de zuigeling zou hebben om getreurd.
Maar z’ hebben – God zij dank – hun loon naar werk ontvangen,
de een op ’t Hofschavot ten koste van zijn kop,
de ander vertrapt, onthart, verscheurd, gehangen,
door de getergde wraak, gestegen hoog in top.
Zo moet het gaan met wie ’s lands welvaart tegenstreven
en trachten prins en staat te brengen om het leven.