Gruwelijke souvenirs

Ook zeventiende-eeuwers verzamelden graag souvenirs als herinnering aan belangrijke gebeurtenissen. Het was heel speciaal als je iets te pakken kreeg van een beroemde persoon. Verschillende mensen claimden bijvoorbeeld dat zij de wandelstok van Van Oldenbarnevelt hadden, de raadpensionaris die in 1619 geëxecuteerd was. Met dergelijke voorwerpen kon je hun vroegere bezitters eer bewijzen. Over Van Oldenbarnevelts stok werden o.a. door Vondel en Westerbaen lovende gedichten geschreven.

Oudaan kocht de wijsvinger van Johan de Witt dus niet om de broers te bespotten, maar als eerbewijs. Hij maakte dat duidelijk in het volgende gedicht:

Op de voorste vinger van der rechterhand, van wijlen de heer raadpensionaris Johan de Witt, gebalsemd in een glazen fles bewaard
 
O voorste vinger van de hand
die ’t roer des staats in klem bewaarde,
in storm te water en te land,
op hoop of ’t onweer eens bedaarde,
totdat, geslingerd binnenboords,
en in het hol van ’t schip geslagen,
de staatsorkaan, vol vloeks en moords,
den stuurman trof, met vlaag op vlagen.
Toen werd gij dus uw vuist ontrukt,
en, hier in ’t glazen graf besloten,
doorluchtig blijft, verongelukt,
met geur van balsem overgoten.
Maar d’ eedle vinger hier gebleven,
zal telkens, met erkentenis,
elks hert een diepen indruk geven,
wanneer ze aldus, zolang ’t geschrijf
zijns dapp’ren wijsheids blijft in wezen,
dat eeuwig zijn zal, eeuwig blijf,
al wordt het van de nijd misprezen.
Doch hoe de boosheid vloekt en scheldt,
de wijsheid zwicht voor geen geweld.