Bavianen en slijkgeuzen

God beschikt volledig over het lot van de mens. Dat was het traditionele standpunt van de gereformeerde kerk, die in de Republiek geen staatskerk was maar wel de meest invloedrijke politici tot haar leden kon rekenen. Dat standpunt was afgeleid van denkbeelden van de Franse hervormer Calvijn over de predestinatieleer. De Leidse hoogleraar Arminius had echter een minder strenge opvatting van de uitverkiezingsleer. Volgens hem geeft God de mens meer zeggenschap bij de keuze tussen goed en kwaad: de gelovige kan Gods aanbod op genade aanvaarden en ernaar leven of afwijzen. Zijn Leidse collega Gomarus was het daar helemaal niet mee eens en aan de universiteit werden heftige debatten gevoerd.

Het conflict kreeg grote gevolgen binnen en buiten de kerk. Nadat de aanhangers van Arminius in 1610 hun standpunten in een verzoek (remonstrantie) aan de Staten van Holland verdedigd hadden, schreef Gomarus een tegenverzoek (contraremonstrantie) met daarin zijn mening. Sindsdien werden de Arminianen ‘remonstranten’ en de Gomaristen ‘contraremonstranten’ genoemd. De Staten van Holland, onder leiding van Johan van Oldenbarnevelt, wisten er niet goed raad mee en gaven de kerk opdracht om de zaak zo op te lossen dat iedereen ermee kon leven. Dat lukte van geen kanten. Beide partijen probeerden met pamfletten, liederen en dichtbundels een meerderheid te winnen voor hun ideeën over de predestinatie. Het ging hard tegen hard. De contraremonstranten scholden hun tegenstanders uit voor bavianen (domme apen), de remonstranten noemden de anderen slijkgeuzen, die niet konden tippen aan de echte geuzen, de vrijheidsstrijders waar de Republiek trots op was.

Ten slotte trokken de contraremonstranten de macht naar zich toe. Doorslaggevend daarbij was de politieke en militaire steun van stadhouder Maurits van Nassau. Hij bezocht in juli 1617 openlijk een contraremonstrantse dienst in de Haagse Kloosterkerk en schakelde daarna binnen een jaar in een aantal steden de remonstrantse macht uit. Zo isoleerde hij zijn politieke tegenstrever, raadpensionaris Van Oldenbarnevelt, die steeds het tolerante standpunt verkondigd had dat beide richtingen naast elkaar konden bestaan. Eind augustus 1618 werd Van Oldenbarnevelt gearresteerd op beschuldiging van landverraad.

Vondel viel Gomarus en Maurits scherp aan in zijn hekeldicht Op de jonghste Hollantsche transformatie:

Op de jonghste Hollantsche transformatie

Gommer en Armijn te Hoof
dongen om het recht geloof,
ieders ingebracht bescheid
in de weegschaal werd geleid.
Dokter Gommer, arme knecht
haddet met den eersten slecht,
mits den schranderen Armijn
tegen Bezam, en Calvijn,
lêi den rok van d’ Advocaat,
en de kussens van den Raad,
en het brein dat geenszins scheen
ijdel van gezonde reên,
brieven die vermelden plat
’t heilig recht van elke stad.
Gommer zag vast hier en ginds,
tot zo lang mijn Heer de Prins
Gommers zijd’, die boven hing,
troostte met zijn stalen kling,
die zo zwaar was van gewicht,
dat al ’t ander viel te licht.
Toen aanbad elk Gommers pop,
en Armijn die kreeg de schop.

Op de laatste verandering in Holland

Gomarus en Arminius bevochten voor de rechtbank van Holland
wie van hen kon zeggen dat hij het ware geloof verkondigde.
De voorwerpen die zij als bewijs voor hun gelijk meebrachten,
werden in een weegschaal gelegd.
‘Dokter’ Gomarus, arme vent,
bracht het er eerst slecht vanaf,
omdat die slimme Arminius,
tegen Gomarus’ boeken van de hervormers Beza en Calvijn,
de mantel van raadpensionaris Van Oldenbarnevelt op de schaal legde,
met de stoelkussens van de leden van de Staten van Holland,
én zijn eigen scherpe en gezonde verstand,
verder documenten waarin duidelijk was vastgelegd dat de steden zelf
het recht hadden om te kiezen in geloofszaken.
Gomarus keek overal om zich heen,
net zolang tot Maurits van Oranje
zijn zijde, die als de lichtste in de lucht hing,
koos en zijn zwaard op de weegschaal legde,
dat zo zwaar woog
dat Arminius’ zaken er niet tegenop konden.
Toen was iedereen opeens voor die afgod Gomarus
en werd Arminius eruit geschopt.

Maurits gaf de macht niet meer uit handen. Van Oldenbarnevelt werd in een schijnproces schuldig bevonden en in mei 1619 onthoofd. De synode van Dordrecht besloot vervolgens dat alleen contraremonstrantse predikanten in hun ambt mochten blijven. Ongeveer tweehonderd remonstrantse predikanten werden afgezet. Een van hen was de dichter Dirck Camphuysen. Het land was in een crisis – een burgeroorlog werd maar net voorkomen omdat Maurits met zijn leger het verzet onderdrukte.